Rainer Mund; De Duitse eenwording is voor mij twee jaar te laat gekomen

Rainer Mund is veertien jaar lang de grote man geweest achter de Oostduitse successen bij het vrouwenschaatsen. Hij had toppers als Karin Kania en Andrea Ehrig onder zijn hoede. Met name bij de Olympische Spelen van 1984 in Sarajevo stond de DDR-ploeg met vier gouden, vier zilveren en twee bronzen medailles op eenzame hoogte. Mund (46), doctor in de pedagogie, is voor het Europees kampioenschap terug in de Joegoslavische wintersportplaats. Als trainer-coach van de Oostenrijkse mannen en vrouwen.

Hoe is voor u de omschakeling van de gedisciplineerde DDR-ploeg naar het heel wat lossere Oostenrijkse team verlopen?

Dat was niet eenvoudig. De mentaliteit is anders. In de DDR was men gewend zich altijd op de top te richten. De bezieling was anders, de druk veel groter dan nu in Oostenrijk. Ik heb tijd nodig om te wennen. Er kan en moet het een en ander veranderen in het Oostenrijkse schaatsen. Dat was de laatste jaren eigenlijk alleen op Michael Hadschieff gericht. Dat is leuk voor hem en voor de bond maar ze hadden wat aan de opvolging moeten doen. Ze hebben in Wenen twee goede jonge rijders. De een komt wel uit Hongarije en de ander uit Roemenie. Ik weet nog niet of ik ook het jaar voor de Olympische Spelen van 1992 in Oostenrijk blijf. Dat beslis ik in maart. Dan loopt mijn contract af. Het zou beter voor mij zijn als ik voor langere tijd een arbeidsverbintenis in het nieuwe Duitsland zou krijgen. Dan hoef ik niet meer door de wereld te trekken. Ik ben 46 jaar. Ik moet aan mijn toekomst denken. En dan doel ik niet speciaal op iets in het schaatsen. Het kan ook een baan op een hogeschool zijn.

Het is vreemd dat u met uw staat van dienst niet als trainer in Duitsland werkt. Er zijn mensen die zeggen dat heel de wereld belangstelling voor de DDR-ervaring in de sport heeft behalve Duitsland zelf.

Zo is het in het schaatsen ook. Al zijn ze in vergelijking met andere sporten op de goede weg. Ik heb het gevoel dat de trainers uit het voormalige DDR door de mensen in het Westen verantwoordelijk worden gesteld voor alles wat daar gebeurd is. Anders kan ik het ook niet uitleggen. Als je succes hebt heb je nu eenmaal niet alleen maar vrienden. Dat is in het hele leven zo en in sport nog sterker het geval. Ik heb ook nooit een gesprek gehad met iemand van de Duitse bond. In mijn geval sprak een aantal factoren duidelijk in mijn nadeel. Daar heeft Nederland ook schuld aan gehad. Ik had gerekend bij jullie te kunnen gaan werken. Dat speelde net in de tijd van de omwenteling. Mijn eerlijkheid heeft me toen, zoals wel vaker, parten gespeeld. Ik trainde destijds jeugd in Dresden. Omdat ik verwachtte dat ik zou vertrekken heb ik die ploeg aan een ander gegeven. Er is meestal interesse voor een trainer als zijn sporters succes hebben. En ik had dus geen ploeg. Ik denk dat dat de belangrijkste reden is geweest waarom ik niet ben gevraagd. De eenwording is voor mij twee jaar te laat gekomen. Anders hadden de mensen zich gericht op Rainer Mund en op de prestaties van Ehrig en Kania en niet op Gabi Fuss (huidige trainster van Duitse vrouwen, red.), Kleemann en Warnicke.''

Waarom heeft u destijds eigenlijk geen contract gekregen bij de KNSB?

Men heeft mij gezegd dat het om financiele redenen was. Maar ik denk dat ze dan niet helemaal eerlijk tegen me zijn geweest. Ik heb er in ieder geval tot op de dag van vandaag geen officiele verklaring uit Nederland voor gekregen.

Waarom heeft u altijd zo graag in Nederland willen werken?

Het is het moederland van het schaatsen. Het enthousiasme van het volk voor deze sport is enorm en daar zou ik graag een paar jaar tussen willen zitten. Misschien had ik een goede mixture kunnen vinden van het Nederlandse- en het DDR-systeem. Beide waren erg succesvol. Ik heb veel bewondering voor Henk Gemser (ex-bondscoach red.) en zijn schaatsschool. Hij doet op die manier aan ontwikkelingshulp. Het is belangrijk dat de basis van het topschaatsen breder wordt. We moeten uitkijken dat het geen mini-kampioenschappen worden met alleen Nederlanders, Noren en Duitsers. Hier in Sarajevo zijn wegens de situatie in de Golf de Zweden niet aanwezig en je mist Tomas Gustafson meteen. Er zijn gewoon te weinig toprijders. Het is jammer dat de Japanners en Koreanen zich alleen toeleggen op de korte afstanden. Vroeger zag je bij de vrouwen nog weleens een Zwitserse, Zweedse of Noorse. Het moet dus wel kunnen.

Wat was het geheim achter uw successen met de DDR-rijdsters?

Orde, discpline en prestatiedrang. Maar het belangrijkste was zonder twijfel het harde trainen. Het is in mijn ogen door de jaren heen te weinig benadrukt. Ik zeg niet dat het altijd goed is geweest, maar de meisjes hebben heel veel getraind, echt ongelooflijk. 's Zomers en 's winters. Soms zouden buitenstaanders zich zeker hebben afgevraagd of we niet volkomen gek waren geworden. Maar als je naar de progressie kijkt die we tien jaar lang hebben doorgemaakt, die scherpe wereldrecords, dan kunnen we toch niet veel fout hebben gedaan. Ik heb regelmatig de Nederlanders bij onze training uitgenodigd. Dat gebeurde al in de tijd van Tjaart Kloosterboer. Laten we samen trainen, zei ik dan. Want als je succes hebt gaan mensen zich afvragen hoe dat kan. Dan komen er vreemde verhalen de wereld in. Maar ik wilde laten zien dat we gewoon keihard trainden. Ze zijn nooit op mijn uitnodiging ingegaan. Dat liet de Nederlandse trots blijkbaar niet toe.

Na de Duitse hereniging doen allerlei verhalen over dopinggebruik van de voormalige DDR-sporters de ronde. Ook wat betreft de schaatsters zijn die geruchten er.

De meeste discussies die daarover worden gevoerd hebben naar mijn mening een financiele grondslag. Voor veel geld worden er door sporters of oud-sporters in de media verhalen verteld. Daar zal best wat van waar zijn. Maar ik wil er niet over praten. Ik zeg alleen dat Andrea Ehrig en Karin Kania altijd keihard hebben getraind en wij er alles aan deden om ze gezond aan de start te krijgen.

Is het de grootste deceptie uit uw carriere geweest dat uw oppermachtige rijdsters het uitgerekend tijdens de Olympische Spelen van 1988 in Calgary tegen Yvonne van Gennip (drie keer goud) moesten afleggen?

Zo zal ik het niet willen zeggen. Maar als ik Nederlander zou zijn, zou ik waarschijnlijk onzuivere praktijken voor deze opmerkelijke prestaties hebben aangevoerd. Laat ik het maar niet doen. Dat zou ook niet juist zijn. Daarvoor ga ik te goed met de Nederlanders om. Maar ik kan het ook niet verklaren. Mijn rijdsters hadden altijd een grote voorsprong op Yvonne. Bij het EK had ze dat jaar geen kans gehad, bij het WK ook niet. En uitgerekend die ene week in Calgary was ze sterker. Yvonne was topfit. Wij hadden gezondheidsproblemen en ook nog de pech dat we op elke afstand als eersten moesten starten. Dat was een psychologisch aspect. Ik had Ehrig en Kania graag een afscheid gegund met een gouden Olympische medaille. Het mocht niet zo zijn. Ik was daar erg droevig over en teleurgesteld. Maar dat is allang weer over.

Volgens berichten zou Karin Kania aan een rentree voor de Olympische Spelen van volgend jaar in Albertville denken. Is dat waar?

Ik heb geen aanwijzingen dat dat zo zou zijn. En ik ken haar beter dan wie ook. Ik denk wel dat Karin ertoe in staat zou zijn. Ik zou het ook graag willen, fantastisch lijkt mij dat. Maar het gaat natuurlijk om Karin zelf. En zij verkeert momenteel zeker niet in de ideale situatie om een come-back te maken. Ze heeft priveproblemen. Voor Duitsland is de vraag of Kania wel of niet weer gaat schaatsen geen actueel onderwerp. Er zijn daar genoeg goede schaatsters aanzwezig.

Hoe ziet u de toekomst van het Duitse vrouwenschaatsen?

Dat zal voor een groot deel afhangen van het feit of men de DDR-opleiding kan overdragen aan het Westen. Dat heeft onder anderen met geld te maken. Ik ben best optimistisch. Ik hoop dat ook in de toekomst doelgericht geschaatst zal worden op de vier ijsbanen in de voormalige DDR. De hele wereld heeft de opleiding daar als een voorbeeld gezien. Waarom zou dat dan niet voor het nieuwe Duitsland kunnen gelden? De meeste zaken zaten goed in elkaar. Het is belangrijk om genoeg jeugd voor het schaatsen te motiveren. Dat was vroeger niet moeilijk. De sport was een van de weinige mogelijkheden om in de DDR naar buiten te komen, om de wereld te zien. Dat zorgde automatisch voor voldoende animo. Nu moet het op een andere manier.

Bent u er voor alle belangrijke schaatsevenementen voortaan op overdekte banen te rijden?

Schaatsen komt oorspronkelijk uit de vrije natuur. Zwemmen en atletiek ook, totdat iemand er een dak boven bouwde. Ik zelf vind schaatsen buiten super. Ik ben buiten opgegroeid; wind, regen, sneeuw, het hoort er allemaal bij. En het blijkt dat op EK's en WK's toch altijd de sterksten bovenaan eindigen, op zeer weinige uitzonderingen na. Het gaat een beetje op een laboratorium lijken als je alles binnen gaat schaatsen. Aan de andere kant besef ik ook dat het voor de toeschouwers aantrekkelijker is rondom een indoorbaan op de tribune te zitten. Daarom heb ik gemengde gevoelens. We moeten zeker aan het publiek denken. Er komen momenteel alleen nog maar Nederlanders naar het schaatsen kijken. De rest van de wereld zie je niet of nauwelijks. Daar moet de ISU (internationale schaatsunie, red.) nodig wat aan doen. Misschien kan men de regels aanpassen. Kwalificaties voor EK en WK, zodat alleen de besten meedoen. Maar dan wel weer gelimiteerd per land anders zit je straks met een stuk of tien Nederlanders in een deelnemersveld van twaalf. Ik voel zelf wel voor het invoeren van de kleine vierkamp (in cijfers 500, 1500, 3000 en 5000 meter, red.). De 10.000 meter kan dan apart worden gereden.

    • Hans Klippus