Onverenigde Provincien

NEDERLAND regionaliseert bij het leven. Frappant echter is dat de provincies - van oudsher toch de bouwstenen van het Nederlandse staatsbestel - daarbij tot dusver vrijwel volledig uit beeld hebben weten te blijven. De actie speelt zich grotendeels af tussen de gemeenten met hun 59 samenwerkingsgebieden krachtens de Wet gemeenschappelijke regelingen en liever nog in ad hoc constructies zoals de 28 nieuwe tripartite besturen voor de arbeidsvoorziening of de 25 komende politieregio's. De provincie wordt dan ook in eigentijdse analyses afgedaan als “een geatrofieerd overblijfsel uit vroeger tijden” terwijl provinciale bestuurders openlijk klagen dat zij nog slechts een “piasfunctie” hebben. Aan dat laatste dragen zij overigens zelf lustig bij want er worden tussen de Twaalf Onverenigde Provincien heel wat vliegen afgevangen.

Dat gaat allemaal veranderen als het aan de Staten van Holland ligt. Noord-Holland heeft zich uitgesproken voor een nieuwe en sterke Randstadprovincie. Zuid-Holland en Utrecht houden het voorlopg nog op samenwerking, maar de neuzen staan onmiskenbaar in dezelfde richting. De roep om “het landsdeel” als nieuwe eenheid klinkt ook al in het Noorden, waar een fusie tussen Groningen, Friesland en Drenthe is bepleit.

LOGICA VALT aan deze ontwikkeling niet te ontzeggen, al was het alleen al met het oog op Europa. De randstadprovincies hebben zojuist een eigen lobbyist aangesteld in Brussel. Er is zeker een gat in de markt: “een hiaat in de territoriale belangenbehartiging” zoals het chique heet. Deze is alleen al aantrekkelijk wegens de regionale bestemming van menig Europees structuurfonds. Maar hoe trekt een provincie als Overijssel de Brusselse aandacht tussen reuzen als Catalonie, de Alpes Maritimes of Vlaanderen?

De aandrang om te komen tot een Randstadprovincie lijkt overigens niet primair te zijn ingegeven door de honingpotten van Europa maar eerder door een binnenlandse concurrentieslag om de rendementen van de drie grote steden. De traditionele schakelfunctie van de provincie tussen gemeente en rijk staat sterk onder druk, getuige alleen al de roep om agglomeratiebesturen, stadsgewesten en stadsprovincies. Naar het zich laat aanzien valt er niet te ontkomen aan een specifieke bestuursvorm voor stedelijke knooppunten. De centrumgemeenten dreigen dol te draaien en dat is ook niet in het belang van de rustige periferie die graag op het centrum leunt. Nieuwe bestuurlijke koepels brengen overigens de noodzaak mee het lokale bestuur dichter bij de burger te brengen. Met daarnaast al die specifieke regiobesturen dreigt een onontwarbare melee van bevoegdheden te onstaan met als niet het minste gevaar dat de ene bureaucratie de andere in stand houdt.

DE TRADITIONELE angst voor een vierde bestuurslaag is in feite de angst voor een vijfde. Een beetje lucht in deze baaierd is langzamerhand geen overbodige luxe. Bundeling van de provincies, met de blik ferm op Europa gericht, kan daaraan een bijdrage leveren, al zullen vijf (wie weet zelfs: drie) landsdelen wel even wennen zijn voor een land dat ooit begon als de Zeven Provincien.