Milken en Drexel weer achtervolgd door schuldeisers

WASHINGTON, 19 JAN. De bankautoriteiten in de Verenigde Staten eisen van de vroegere effectenhandelaar Michael Milken en andere functionarissen van de failliete bank Drexel Burnham Lambert een schadevergoeding van zes miljard dollar.

Zij hebben gisteren een aanklacht ingediend waarin Milken en zijn bank worden beschuldigd leen- en spaarbanken bewust te hebben misleid bij de verkoop van riskante obligaties ter waarde van miljarden dollars. Dit zou hebben bijgedragen tot de crisis bij deze banken.

Het gaat in de zaak om “junk bonds”, de obligaties met hoog rendement en overeenkomstig risico die ondermeer dienden voor bedrijfsovernemingen. Milken was de drijvende kracht van de markt voor deze waardepapieren en bezorgde Drexel en zichzelf daarmee jarenlang enorme winsten. Het ging mis toen hij betrokken bleek bij een groot schandaal rond aandelenhandel met voorkennis. Daarvoor werd hij in november vorig jaar veroordeeld tot tien jaar cel.

Milken had eerder al 600 miljoen dollar moeten betalen in het kader van een schikking met de Amerikaanse beurscommissie (SEC). Drexel trof een schikking van 650 miljoen dollar en ging uiteindelijk failliet door het schandaal. Tegen de bank loopt nog een door de overheid aangespannen zaak van 6, 8 miljard dollar in verband met controversieel gebruik van junk bonds.

De gisteren ingediende aanklacht is afkomstig van de Federal Deposit Insurance Corporation (FDIC), de instelling die bankdeposito's verzekert, en de Resolution Trust Corporation (RTC), die is opgericht om de activa van de talrijke failliete spaarbanken te verkopen of te liquideren. Volgens de beschuldigingen hebben Milken en 22 anderen de banken moedwillig een verkeerde voorstelling gegeven van de waarde en de liquiditeit van de junk bonds. (RTR-KRF-ANP)