Marc bloch

L'Etrange defaite

door Marc Bloch

326 blz., Gallimard 1990 (1946), f 22, 75

ISBN 2 07 032569 5

'Zullen deze bladzijden ooit worden gepubliceerd? Ik weet het niet'. Zo begint het verslag van Marc Bloch over Frankrijks debacle in mei-juni 1940, een boek dat de befaamde historicus in de daaropvolgende zomermaanden - zoals hij het zelf uitdrukte - 'en pleine rage' schreef. L'Etrange defaite kwam in 1946 uit, maar Bloch heeft dit niet mogen meemaken: hij werd in 1944 door de Gestapo vermoord. In 1957 volgde een herdruk maar daarna viel er een stilte over dit bijzondere boek, totdat Gallimard het in 1990 in de 'Collection Folio - Histoire' opnieuw uitgaf.

De taal van Bloch is elegant en glashelder. Ook een halve eeuw later zijn de diepte en de nauwkeurigheid waarmee hij de oorzaken van de Franse ineenstorting zo kort na de feiten wist te analyseren, nog zeer indrukwekkend. Het is de scherpste analyse van dit onderwerp die ooit is gepubliceerd, stelt de Amerikaans-Franse historicus Stanley Hoffmann in een voorwoord vast. Maar naast de analyse bevat L'Etrange defaite ook een indringend ooggetuigeverslag van de chaos, incompetentie en paniek in het Franse kamp. Het blijkt dat de historicus Bloch ook als verslaggever eminente kwaliteiten bezat.

Marc Bloch werd in 1886 geboren uit een joodse familie, die zich al in de achttiende eeuw in de Elzas had gevestigd. In de periode tussen die twee oorlogen ontwikkelde hij zich tot een gerespecteerd historicus die, naast zijn professoraten in Straatsburg en later aan de Sorbonne, enkele gezaghebbende werken schreef, zoals Rois et serfs (1920) en Les rois thaumaturges (1924). Samen met Lucien Febvre richtte hij in 1929 het later fameus geworden tijdschrift Annales d'histoire economique et sociale op. In 1939 werd Bloch op eigen verzoek gemobiliseerd. Hij was toen vierenvijftig jaar en een zwaar gedecoreerde veteraan uit de Eerste Wereldoorlog. De voor Frankrijk noodlottige drie weken in het voorjaar van 1940 maakte hij mee als stafofficier, wakend over de benzinebevoorrading.

Al snel na de capitulatie kwam Bloch in contact met het verzet. Vanaf 1943 bekleedde hij belangrijke functies in de maquis. In maart 1944 werd hij door de Gestapo gearresteerd en langdurig gemarteld. Op 16 juni van dat jaar werd hij per vrachtauto met andere gevangenen naar een executieplaats gebracht. Zijn laatste woorden waren “ Vive la France”.

Het bijzondere van L'Etrange defaite is dat het zijn tijd ver vooruit was. Bloch bouwde uitsluitend op eigen bevindingen en impressies. Andere bronnen waren er niet toen hij dit boek, 'heet van de naald', vrijwel direct na de capitulatie in zijn landhuis begon te schrijven. Bloch wijst de incompetentie van het Franse opperbevel als de meest directe oorzaak van de 'vreemde nederlaag' aan, die viel slechts toe te schrijven aan gebrek aan intellectueel niveau bij het opperbevel, betoogt Bloch.

De Franse generaals waren doodeenvoudig een oorlog achter. Het uit 1914-1918 daterende dogma van de defensieve oorlog werd in 1939 opnieuw van toepassing verklaard. Maar zelfs toen was het nog niet te laat voor correctie. Want na Hitlers veldtocht in Polen kreeg het Franse opperbevel nog acht maanden de tijd de lessen uit deze Blitzkrieg te trekken en van zijn strategische dwaalwegen terug te keren. Maar de Fransen bleven volharden in hun beleid alles tot in de details te voorzien, maar dan wel vanuit een gering aantal scenario's van de mogelijke Duitse strategie.

De zege van de Duitsers was in wezen een 'intellectuele overwinning', aldus Bloch. Zij voerden een moderne oorlog, terwijl de Fransen nog in krijgstermen van gisteren en eergisteren dachten. Een falende bureaucratie, verbrokkeling van het opperbevel en onderlinge wedijver waren factoren die de val van Frankrijk in 1940 versnelden. De 'cultus van het papier' verlamde de activiteiten op het Franse hoofdkwartier. De generaals, zestigers, leden aan mentale aderverkalking. “ Ons opperbevel was een opperbevel van grijsaards, “ stelt Bloch vast.

Een grote verdienste van Marc Bloch is dat hij het falen van Frankrijks militaire gerontocratie in een breder psychologisch en maatschappelijk verband wist te plaatsen. In het magistraal geschreven hoofdstuk 'Onderzoek naar het gemoed van een Fransman' wijt hij het echec mede aan de intellectuele lethargie van de leidende kringen en de zwakheden van de Franse democratie in die tijd.

Toch is Bloch in die donkere episode van Frankrijks geschiedenis in de herrijzenis van zijn land blijven geloven. Profetisch schrijft hij: “ De veerkracht van ons volk is intact en kan elk moment weer vrijkomen.” De liefde die deze geassimileerde jood voor zijn vaderland tentoonspreidt, is opmerkelijk. Schrijvend over zijn toestand van jood onder de Duitse bezetting, constateert hij: “ Frankrijk, waaruit sommigen mij nu graag zouden willen verwijderen en daarin misschien ook (wie weet? ) zullen slagen, zal - wat er ook gebeurt - het vaderland blijven waar ik mijn hart niet kan uitrukken.”