Liefde en oorlog onder de apen

Through a window

door Jane Goodall

229 blz., geill., Weidenfeld and Nicolson 1990, f 62, 55

ISBN 0 297 81117 7

Dertig jaar geleden begon Jane Goodall haar beroemd geworden onderzoek naar het gedrag van chimpansees in Gombe Stream, het huidige nationale park Gombe in Tanzania. Het idee om de naaste verwant van de mens in het wild te bestuderen was van de paleontoloog Louis Leakey. Hij arrangeerde het onderzoek voor Goodall in de hoop dat haar bevindingen nieuw licht zouden werpen op het gedrag van de prehistorische mens. Dat is in zoverre gelukt dat een aantal theorieen over de menselijke evolutie onhoudbaar is gebleken. Zo kon het maken van gereedschap bijvoorbeeld niet langer als een typisch menselijk hoogstandje worden beschouwd toen Goodall ontdekte dat chimpansees grasstengels bewerkten zodat ze ermee in termietenheuvels konden hengelen.

Belangrijker is dat Goodall en haar onderzoeksteam het leven van de chimpansees in kaart hebben gebracht. Zo'n zestig individuen zijn vanaf hun geboorte gevolgd, eindeloos is geregistreerd wie zich met wie ophield en wat er werd gedaan, weken heeft men achter leden van de gemeenschap aangesjouwd. De informatie die dat intensieve veldwerk heeft opgeleverd, is verzameld in The Chimpanzees of Gombe, Goodalls indrukwekkende magnum opus uit 1986.

In Through a Window concentreert Goodall zich op enkele tot de verbeelding sprekende thema's - macht, seks, oorlog, liefde onder chimpansees - en vertelt zij de levensgeschiedenis van zes verschillende persoonlijkheden. Ethologen antropomorfiseren niet graag, maar Goodall is minder streng in de leer. Zij beschrijft chimpansees in menselijke termen, probeert zich in hun 'gevoelens' te verplaatsen en hun 'motieven' te doorgronden.

“Inlevingsvermogen en intuitie kunnen enorm waardevol zijn als we proberen bepaalde complexe gedragingen te begrijpen, althans zolang we onze waarnemingen precies en objectief vastleggen, “ schrijft ze. Hoe waar dat ook is, Goodalls intuitie leidt tot interpretaties die je niet erg betrouwbaar kunt noemen. In In the Shadow of Man, dat in 1971 verscheen en waarvan dit boek het vervolg is, gaf zij commentaar op de groepsseks die onder chimpansees gebruikelijk is. Anders dan mensen, schreef zij, kenden chimpansees geen langdurige monogame verbintenissen. En eigenlijk viel dat bij mensen ook wel mee. Zelfs in zogenaamde monogame culturen was het immers geaccepteerd dat mannen zich in liefdesaffaires stortten, vrouwen oppikten voor een nacht en bordelen bezochten. Jongeren in Engeland en Amerika waren zelfs, betoogde Goodall op de drempel van de jaren zeventig, uitgesproken promiscue.

GROEPSSEKS

Inmiddels staat vast dat chimpansees behalve groepssex ook paarvorming kennen. Nu, op de drempel van de jaren negentig, heet dat een aanwijzing dat ze een latente capaciteit hebben voor het ontwikkelen van meer permanente heteroseksuele relaties, ja, voor 'seriele monogamie', wat de culturele traditie in een groot deel van de westerse wereld is geworden. Geen woord meer over bordeelbezoek of promiscue jongeren.

Tijdens Goodalls onderzoek viel de chimpansee Jomeo op door zijn gebrek aan dominant gedrag, waardoor hij niet hoog in de hierarchie opklom. In haar standaardwerk uit 1986 waagt Goodall zich niet aan een verklaring, omdat de gegevens daar niet toereikend voor zijn. In Through the window noemt zij het erg waarschijnlijk dat Jomeo's afwijkende gedrag verband houdt met het weinig sociale karakter van zijn moeder. Er is anno 1990 een vergelijkbaar geval bijgekomen, eveneens de zoon van een niet op gezelschap gestelde moeder. Anderzijds hebben twee zonen van zeer sociale moeders het in de afgelopen dertig jaar tot leider van de gemeenschap, gebracht. Het kan best zijn dat het gedrag van de moeder van doorslaggevende betekenis is voor de positie die kinderen later in de gemeenschap innemen, maar Goodall heeft een dergelijk verband niet aangetoond.

Ook elders in het boek zijn dit soort tendentieuze redeneringen te vinden. Pom, dochter van een asociale en onbekwame moeder, krijgt een veel gebrekkiger opvoeding dan Fifi, die een kundige moeder heeft. Pom is vaak gespannen, Fifi niet. Poms kind waait later tijdens een vliegende storm uit een boom en sterft. Goodall kan zich dan niet voorstellen dat Fifi zoiets zou overkomen. Zij zou goed op haar kind hebben gepast. Maar als je verder leest, vind je al gauw een dochter die ondanks een 'slechte opvoeding' een voortreffelijke moeder blijkt te zijn, een andere dochter die zich tot een vrolijk, gezellig chimpanseetje ontwikkelt, hoewel haar moeder schuw is, en een jong dat zich ondanks de extreme incompetentie van zijn moeder uitstekend weet te handhaven.

Goodall is erg bedreven in het goochelen met biologische verklaringen. Gaat een kind aan een ziekte dood, dan is zijn leven 'niet tevergeefs' geweest, omdat het zijn moeder een betere opvoedingstechniek heeft geleerd; zij kan die nu op het volgende kind toepassen. Het steriele vrouwtje Gigi krijgt wel elke maand een genitale zwelling alsof ze vruchtbaar is en trekt daarmee een hoop chimpanseemannen aan. Biologisch gesproken verknoeiden die mannen hun tijd, zegt Goodall. “ Maar, dat wisten ze niet, dus ze dongen naar

r gunsten in goed vertrouwen. Bovendien twijfel ik er niet aan dat ze als het wel hadden geweten overweldigend voor Gigi's continue aanwezigheid in hun midden hadden gestemd.'

ANEKDOTES

Streep je zulke redeneringen weg, dan knapt het boek een stuk op. De beschrijvende passages, de anekdotes en de schitterende foto's laten je van dichtbij naar chimpansees kijken. Goodalls kracht ligt in het portretteren van individuele apen. Het belang van haar langlopend onderzoek maakt ze duidelijk in het hoofdstuk 'Oorlog'. Leken de chimpansees de eerste veertien jaar vreedzame wezens te zijn - al waren zij niet de brave vegetariers waarvoor men hen lang had versleten - halverwege de jaren zeventig begonnen zij een grimmige stammenstrijd. In vier jaar tijd maakten de leden van de Kahama-gemeenschap korte metten met hun buren en breidden zij hun areaal uit met het terrein van de uitgeroeide groep. Onze naaste verwant bleek alweer iets te kunnen wat tot dan voor een typisch menselijke hebbelijkheid was gehouden.

Voor de mens is de chimpansee beduidend minder gevaarlijk dan andersom. Hij wordt als proefdier en entertainer geexploiteerd, terwijl de vrijlevende populaties achteruit gaan, al zijn handel en jacht aan banden gelegd. Aan het bestaan van chimpansees in gevangenschap valt nog veel te verbeteren, betoogt Goodall met passie in het hoofdstuk dat niet voor niets 'Onze schande' heet. Voor hun wilde soortgenoten lijkt een beperkt aantal reservaten het hoogst bereikbare te zijn.

    • Chantal van Dam