Keur van verbindingen cruciaal voor top Defensie

DEN HAAG, 19 jan. - In een bunker onder het gebouw van de Admiraliteit aan de Haagse Van der Burchtlaan 31 komen marine-officieren sinds donderdag in de 'ops-room' (centrum voor operatien) twee keer per dag bijeen voor de laatste informatie over de acties in de Golf. Op stafkaarten worden de posities van de Nederlandse schepen ingetekend. De officieren maken een schatting van de dreiging in het gebied. De bewegingen van de Amerikaanse schepen worden gevolgd. De laatste acties van de multinationale eenheid in het Golf-gebied worden in kaart gebracht en weersvoorspellingen doorgenomen. Zij bespreken de te verwachten vervolgacties en de verslagen van commandant Kok van de Nederlandse eenheid in de Golf.

Na afloop geeft commandeur Stuurman, sous-chef operatien van de marinestaf, de belangrijkste gegevens door aan de Defensiestaf op het ministerie van defensie. Daar wordt nog eens bekeken welke informatie direct ter beschikking van de minister moet komen. Vervolgens krijgt minister Ter Beek de stapel aantekeningen en verslagen op zijn bureau. “We moeten zeer selectief zijn”, zegt een medewerker, “want anders loopt zijn hoofd om. Hij trekt zich alles zeer persoonlijk aan en tilt zwaar aan de problemen waar hij als minister nu voor staat. Zijn grootste schrikbeeld is letsel bij de bemanning, terwijl we op dit moment toch nog in zeer rustig vaarwater zijn, ver weg van het geweld.”

De bunker onder het ministerie van defensie wordt niet gebruikt, omdat er geen sprake is van directe dreiging. Op terreuracties wordt niet gerekend. Ook de bunker voor kabinetsberaad, onder het minister van financien, komt niet van het slot. Een van de adviseurs van minister Ter Beek: “Premier Lubbers is er voorstander van de zaak gematigd te presenteren. Daar is alles voor te zeggen. De Nederlandse betrokkenheid is gering en zal voorlopig niet worden uitgebreid. Zelfs bij chemische oorlogvoering is de wind in de Golf in ons voordeel. Willen de Amerikanen meer van ons, dan moeten we dat eerst nog zelf willen.”

Soms geeft generaal P. Graaff, chef van de Defensiestaf, aan de minister persoonlijk een toelichting bij de verslagen van de briefings bij de Marinestaf. Een andere keer komt de bevelhebber der Zeestrijdkrachten, vice-admiraal jhr. H. Foreest, deze week gebruind teruggekeerd van een reisje naar de West, de kamer van de minister in om zijn persoonlijke indrukken te geven van de acties en de taakuitvoering van de Nederlandse fregatten en de Zuiderkruis. Al die contacten verlopen nog ad hoc - bij een grotere dreiging zou toegang tot de minister anders zijn geregeld.

Over de Nederlandse Patriot-raketten in Turkije wordt via de NAVO gerapporteerd aan de Luchtmachtstaf aan de Binckhorstlaan in Den Haag. De Patriots staan ter beschikking van de NAVO, net zoals dat het geval is in Duitsland waar ze normaal staan opgesteld. De Nederlandse raket-eenheden kunnen volgens vaste NAVO-procedures worden ingezet voor de luchtverdediging in het zuidoosten van Turkije. De Luchtmachtstaf geeft de informatie door aan de Defensiestaf en vervolgens komt deze ook bij de minister terecht. Hij kan net als bij de marineschepen te alle tijde beslissen om ze weg te halen of bepaalde taken niet te laten uitvoeren.

Buitenlandse Zaken stuurt codeberichten en telegrammen van Nederlandse ambassades die relevant zijn voor Defensie naar het ministerie via de telex, de fax of per koerier. Iedere dag zijn dat grote stapels. Verder beschikt Defensie dagelijks over inlichtingen van de NAVO. Via de commandant van de Nederlandse eenheid in de Golf komen ten slotte de berichten door van het Amerikaanse commando in de Golf. In het weekeinde neemt de chauffeur van de minister de informatie soms mee naar de woonplaats van Ter Beek, Coevorden, zodat hij geinformeerd is als op maandagochtend het vaste stafoverleg begint. Als het erom spant, blijft Ter Beek over op zijn flat in Scheveningen en werkt hij op het ministerie.

De verbindingsdienst van de Koninklijke Marine in Nederland onderhoudt de contacten met de drie schepen in de Golf via een militaire satelliet en via kanalen van een commerciele satelliet, zodat ook de bemanning naar huis kan bellen. Daarnaast zijn er radiokanalen op de korte golf in gebruik. Donderdag moesten er prioriteiten worden bepaald, omdat er zo'n groot aanbod was dat de belangrijkste berichten in het gedrang dreigden te komen.

De frequenties op de korte golf wisselen nogal eens van kwaliteit. Dat kan in Nederland worden opgelost door frequenties te kiezen van andere marines die in de Golf opereren. De schepen geven dan onderling die informatie weer door. Een aantal marines, nu in de Golf present, heeft hiermee ruime ervaring opgedaan bij NAVO-oefeningen. De Nederlandse fregatten en de Zuiderkruis kunnen ook informatie krijgen zonder dat zij zelf hoeven te antwoorden. Zo kan bij acties stilte in acht worden genomen ten behoeve van de veiligheid van schip en bemanning.

Alle communicatie komt in Nederland binnen via het 'NORA'-radiostation van de marine in Noordwijkerhout. Via landlijnen gaan de computergegevens en berichten dan naar Den Helder voor de commandant Zeemacht Nederland en naar Den Haag, naar de bunker van de marinestaf. In Friesland wordt op dit ogenblik een grondstation, 'Inmarsat', gebouwd voor de opvang van NAVO-communicatie, maar dat is nog niet in gebruik.

Gevoelige informatie over taakstelling en operatien, de beantwoording van klachten van de commandant ter plekke en politieke kwesties kunnen versluierd worden doorgegeven. Het geluid van telefoongesprekken kan worden omgevormd tot bytes, zoals bij de compact-disc. Die bytes worden omgehusseld en aan boord van de schepen in de Golf weer terugvertaald. De Marine beschikt over omvormingsapparatuur van een aantal buitenlandse firma's. De sleutels voor die versluiering worden soms gewisseld. Daarvoor bestaat een beperkt aantal mogelijkheden. De verbindingsdienst van de marine geeft toe dat de gesprekken minder makkelijk verlopen door deze veiligheidsmaatregelen. De kwaliteit van het geluid lijdt eronder.

Het biedt minister Ter Beek wel de mogelijkheid om dag en nacht met de marineschepen in contact te staan, waar hij zich ook bevindt. Aan die gesprekken kunnen ook de bevelhebber der Zeestrijdkrachten en de commandant van de Zeemacht Nederland deelnemen. Alle drie dragen zij een semafoon voor het geval ze even van een telefoon verwijderd zijn. Binnen een minuut komt de communicatie met de drie Nederlandse schepen dan tot stand.

    • Willebrord Nieuwenhuis