Hollands Dagboek

A. L. (Relus) ter Beek (47) is sinds 7 november 1989 Minister van Defensie in het kabinet-Lubbers-Kok. Hij woont met vrouw, dochter en zoon in Coevorden.

DONDERDAG, 10 JANUARI

Om zes uur gaat de wekker. Langzaam dringt het tot me door dat ik met een slechte traditie van het afgelopen jaar heb gebroken. Dit jaar wil ik een doordeweekse avond per week thuis doorbrengen. Het vroege opstaan en de lange reis naar Den Haag neem ik daarvoor graag op de koop toe.

De Ministerraad vergadert deze week dagelijks. De ontwikkelingen in de Golf-crisis schuiven de tussenbalans een paar dagen op. Vandaag gaat het vooral over het (mislukte) gesprek in Geneve tussen de ministers Baker en Tariq Aziz en de brief aan de Tweede Kamer over de juridische aspecten van de Nederlandse betrokkenheid bij een eventueel gewapend conflict. Zelfs als mijn blik niet op de vergaderstukken is gericht, krijg ik niet de gelegenheid aan andere dingen te denken. Vanuit de Ministerraad kijk ik naar de andere kant van de Hofvijver. Daar staat op een muur: 'Geen bloed voor olie' en 'Relus is een moordgozer'.

Ik kom iets te laat op een bijeenkomst van het PvdA-bestuur in het Centraal Station. We praten uitvoerig over het debat van morgen in de Tweede Kamer. De hamvraag is of na 15 januari nog een definitief besluit, met dus ook een nieuw debat in de Tweede Kamer, moet worden genomen over de deelneming van ons land aan een eventueel, onverhoopt militair conflict. Ook ik vind natuurlijk dat vast moet staan dat er alles, maar dan ook echt alles aan gedaan is om langs vreedzame, politieke weg Irak tot inschikkelijkheid te bewegen bij de uitvoering van de twaalf Veiligheidsraadresoluties over de Golf-crisis. Het blijft van het allergrootste belang alle opties voor een vreedzame oplossing te blijven beproeven.

Tegelijkertijd heb ik echter als Minister van Defensie de verantwoordelijkheid voor de bijna 600 opvarenden aan boord van de drie marineschepen in de Golf. Met de termijn van 15 januari in het verschiet, moet rekening worden gehouden met het uitbreken van vijandelijkheden en het is daarom nodig maatregelen te treffen, ook omwille van de veiligheid van de bemanningen. Op het moment dat een oorlogssituatie ontstaat, kan de Minister van Defensie immers geen 'time-out' aanvragen. Over en weer bestaat begrip voor de verschillende uitgangsposities en leeft gelukkig de bereidheid de verschillen te overbruggen.

Op weg naar Hilversum voor een studio-gesprek met Maartje van Weegen en Mart Smeets in Nos-Laat echoot de discussie in het Partijbestuur nog in mijn hoofd na. Het gaat om een buitengewoon moeilijke afweging.

Mijn bezorgdheid kan ik slecht verbergen en Maartje van Weegen heeft dat feilloos in de gaten. Ze vraagt uitvoerig naar mijn gevoelens voor de opvarenden aan boord van de Nederlandse schepen.

VRIJDAG

De Ministerraad houdt vandaag een grote algemene ronde over de tussenbalans. Eerst behandelen we nog een staartje van de besprekingen van gisteren over de Golf-crisis. Turkije heeft vanochtend de Navo-bondgenoten om luchtverdedigingsraketten gevraagd. Dankzij het nodige voorwerk kon vrij snel bekeken worden wat de mogelijkheden van Nederland zijn. De Ministerraad willigt het Turkse verzoek op mijn voorstel in. Veel meer tijd wordt besteed aan de tussenbalans. Voor iedereen staat er veel op het spel. Voor Defensie is het van belang zekerheid te krijgen over de financiele ruimte voor de komende jaren.

De Defensienota moet in een passende financiele jas worden gestoken. Ik heb een nieuwe defensienota aangekondigd, vlak nadat ik minister werd. Het opstellen van zo'n nota verschaft de gelegenheid het hele defensiebeleid onder de loep te nemen. Zeker tegen de achtergrond van de drastische veranderingen in Oost-Europa en de Sovjet-Unie ligt dat voor de hand. Met het wegvallen van de traditionele dreiging leken ongekende mogelijkheden voor een verkleining van de krijgsmacht en voor bezuinigingen op de defensiebegroting te ontstaan.

Maar Defensie is geen stroppenpot. De door de Rijksvoorlichtingsdienst in de Ministerraad rondgedeelde telexberichten over de laatste ontwikkelingen in de Golf-crisis en in Litouwen onderstrepen de nieuwe gevaren en risico's voor de veiligheid en stabiliteit in de wereld. Nederland kan zich daar niet aan onttrekken. Een geloofwaardige defensie-inspanning blijft dan ook vereist. Voor mij speelt ook de factor tijd een belangrijke rol: oorspronkelijk werd gestreefd naar publikatie van de Defensienota omstreeks de jaarwisseling. Echter, het financiele jasje van de Nota wordt bij de tussenbalans vastgesteld. Te lang uitstel is echter fnuikend voor de motivatie van het personeel. De defensie-organisatie telt 127.000 werknemers en de Minister van Defensie is daarmee de grootste werkgever van Nederland. Dat schept - ik ben me dat heel bewust - ook de verplichting het personeel zo snel mogelijk zekerheid te verschaffen over de nieuwe plannen. Daarom wil ik alles op haren en snaren zetten om medio februari de Defensienota te presenteren. Om een uur zou het debat in de Tweede Kamer over de Golf-crisis beginnen. Minister Van den Broek wordt tegen vijven terug uit Geneve verwacht waar de EG-ministers met de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties spreken. We wachten en hopen dat Perez de Cuellar succes zal boeken. Ik gebruik de tussenliggende tijd om me op het debat in de Kamer voor te bereiden. Voor mezelf zet ik de belangrijkste overwegingen nog eens op een rijtje.

Het debat kent een spannend, maar inmiddels al bekend verloop: het is voor mij belangrijk dat een bijna eensgezinde Tweede Kamer achter het beleid staat. Voor het standpunt van de tegenstemmers heb ik begrip. Maar nu de overgrote meerderheid het beleid steunt, weten de bemanningen dat ook de volksvertegenwoordiging achter hen staat.

Om twee 's nachts vertrekken Anny en ik naar de flat in Scheveningen. We praten nog een uurtje na.

ZATERDAG

Aan de hand van de geannoteerde agenda buigt de Ministerraad zich ook vandaag over de tussenbalans. De onderwerpen worden in clusters behandeld: we spreken over subsidies, doelmatigheidsverbetering bij de overheid en de arbeidsvoorwaarden voor de collectieve sector. Het zijn geen onderwerpen waarvoor de Minister van Defensie de eerste verantwoordelijkheid draagt en ik matig mij ook geen grote deskundigheid aan. Ik volg de discussie aandachtig vanwege het politieke belang van de tussenbalans. De uitkomst van onze beraadslagingen zal op veel belangstelling op het Binnenhof, maar ook buiten Den Haag kunnen rekenen. De 'tussenbalans'-beslissingen zullen verstrekkende gevolgen hebben.

Tussendoor denk ik nog steeds aan de laatste ontwikkelingen in de Golf-crisis. Aan het eind van de middag haal ik Anny in Scheveningen op. We rijden samen naar Coevorden. Marisca is thuis, Abe-Jan bevindt zich nog op het Nationaal sportcentrum Papendal. Pas morgenavond zullen we weer met z'n vieren zijn.

ZONDAG

In elk Hollands Dagboek wordt er minstens een keer echt uitgeslapen. Ik gebruik er bij gebrek aan andere mogelijkheden de zondag voor. Het is trouwens ook hoog tijd om thuis te bankieren. Ik maak mijn eigen tussenbalans op. Marisca, Anny en ik spelen daarna een partijtje golf, negen holes. Met een uiterste krachtsinspanning weet ik de vrouwen net voor te blijven. Om de familieverhoudingen niet verder te verstoren, fungeer ik als kok. De varkenshaas a la Relus maakt veel goed.

Van President Reagan werd eens beweerd dat hij de hele dag televisie keek en tijdens de reclames de staatsstukken doornam. Tijdens een persconferentie zette Reagan deze pertinente onjuistheid recht: hij bekeek de reclames aandachtig en las de stukken tijdens de televisieprogramma's. Studio Sport is mijn favoriete programma en dan kan niets mij afleiden. De Defensienota nadert haar finale versie. Klokslag 8 uur stort ik mij op de teksten van een aantal hoofdstukken van de nota.

MAANDAG

In alle vroegte weer van Coevorden naar Den Haag. De eerste afspraak is met de Minister van Financien. Daarna het Politiek Beraad, het maandagse overleg met een aantal beleidsadviseurs, op het departement.

's Middags geef ik twee interviews. Het eerste met Bart Jochems en Peter de Vries van de Gemeenschappelijke Persdienst, het tweede met Guikje Roethof van De Groene Amsterdammer. In beide gevallen gaat de aandacht vooral uit naar de Golf-crisis en, in mindere mate, de stand van zaken met betrekking tot de Defensienota. Wat beide onderwerpen betreft past mij enige terughoudendheid. Het is gebruik dat de uitgeschreven interviews voor publikatie nog worden neergelegd. Het verbaast me niets iets van mijn terughoudendheid in de interviews terug te vinden. Dat neemt niet weg dat ik beide artikelen met veel plezier lees.

Tussen de bedrijven door fris ik mijn geheugen op en werk ik aan dit dagboek. Tot dusverre ben ik niet erg scheutig geweest met het noemen van namen van vrienden, collega's en medewerkers, die in een dagboek eigenlijk niet ongenoemd zouden mogen blijven. Eerlijk gezegd, is daar geen beginnen aan. De beschikbare ruimte zou te zeer opgevuld worden en de aandacht voor de dagboeklezers interessante verwikkelingen zou navenant beperkt worden. Met alle waardering voor de steun van zovele vrienden en medewerkers maak ik met goede reden een uitzondering. Sinds mijn aantreden als minister vervult Gijs ter Kuile, officieel het hoofd van het Kabinet van de Minister, een sleutelrol in mijn leven. Hij zorgt dat ik op tijd mijn stukken heb en regelt mijn afspraken. Dat bijna iedereen in de defensie-organisatie hem desondanks mag, heeft hij te danken aan zijn intelligentie, nauwgezetheid, vriendelijkheid en humor. En dat alles in een mate die het noemen van zijn naam waard is.

DINSDAG

Het is een merkwaardige samenloop van omstandigheden dat vandaag de in Veiligheidsraad-resolutie 678 genoemde datum voor de terugtrekking van Irak uit Koeweit samenvalt met de geboortedag van Martin Luther King, die uitsluitend langs vreedzame weg vocht voor gelijkberechtiging van de zwarte Amerikanen. Hans van den Broek geeft mij in de Ministerraad geen optimistische inschatting van de slaagkansen van de laatste diplomatieke pogingen Saddam Hussein tot inschikkelijkheid te bewegen. Staatssecretaris Berend-Jan van Voorst tot Voorst bezoekt de Patriot-eenheden in Stolzenau. Zij vertrekken naar Turkije en hebben noodgedwongen maar een paar dagen de tijd gehad afscheid te nemen en het vertrek voor te bereiden.

's Middags komt de Eerste Kamer bijeen om de Golf-crisis te bespreken. PvdA-fractievoorzitter Schinck meldt dat de fractie verdeeld is. Vlak voor het eind van het debat blijkt de scheiding der geesten in de PvdA-fractie erger dan verwacht.

's Avonds zet de Ministerraad het beraad over de tussenbalans voort. De uren verstrijken. Morgenochtend om zes uur loopt de door de Amerikaanse televisiezender CNN zo cynisch genoemde 'deadline' af. De pogingen van Frankrijk, Jemen, Groot-Brittannie en de oproep van Perez de Cuellar leveren geen enkel resultaat op. Frankrijk trekt zijn eigen voorstel in, nadat gebleken is dat Irak in het geheel niet daarop reageert.

WOENSDAG

De Ministerraad vergadert vanmiddag. Ook nu beheerst de Golf-crisis gedeeltelijk het kabinetsberaad. Met Hans van den Broek overleg ik over een korte brief aan de Voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer. Daarin maken we duidelijk dat we blijven doorgaan, ook als zich onverhoopt een oorlogssituatie zou voordoen, met pogingen Irak ertoe te brengen de Veiligheidsraadresolutie volledig uit te voeren. Bij het afscheid van het Nederlands medisch team, dat ons noodhospitaal in de Verenigde Arabische Emiraten gaat bemannen, herhaal ik dat nog eens in wat andere bewoordingen: “ Ook als onverhoopt de wapens spreken, mogen de politici en diplomaten niet zwijgen.” Het uitzwaaien van het personeel van het medisch team gebeurt 's ochtends op de vliegbasis Soesterberg. Ze vertrekken met een Belgisch luchtmachtvliegtuig via Cairo naar hun bestemming in de Golf-regio.

Mijn goede voornemen kan ik deze week niet waarmaken. Ik blijf 's avonds in Scheveningen en dat is maar goed ook. Al vroeg in de avond komen de eerste aanwijzingen dat iets op handen is. Later krijg ik kort na elkaar twee belangrijke telefoontjes. De komende dagen zullen erg spannend worden.