Goudwinnen met de longtom in het wingebied van De Jong

Tentoonstelling: Fotografie in Suriname, 1839-1939. Museum voor Volkenkunde, Willemskade 25, Rotterdam. T-m 27-1; di. t-m za. 10-17 uur, zo. 11-17 uur; Catalogus: fl. 40, 00.

De jonge vrouw met de prachtige jukbeenderen en de mollige handjes, het brede voorhoofd bedekt door een gesteven hoofddoek, het lichaam verdwenen in een wijde witte jurk en een jak met wild patroon, is anoniem. Ook de naam van degene die haar fotografeerde is onbekend. Het enige dat zeker is, is dat de foto tussen 1860 en 1890 in Paramaribo is gemaakt, en dat de vrouw een Creoolse is, vermoedelijk uit Frans-Guyana, want daar worden de hoofddoeken voor een feest op deze wijze geknoopt.

De foto maakt nu deel uit van de collectie historische foto's uit Suriname van het museum voor Volkenkunde in Rotterdam. Ze siert terecht het omslag van de catalogus die ter gelegenheid van het tentoonstellen van deze verzameling is verschenen.

Het is de vierde tentoonstelling in een serie waarmee dit museum zijn grote fotocollectie aan het publiek wil tonen. Eerder waren onder meer beelden uit de Orient en uit Nederlands-Indie te zien. De collectie foto's van Suriname uit de eerste eeuw van de fotografie (1839-1939) bevat zo'n 150 foto's en honderd op ansichtkaarten afgedrukte foto's.

In de inleiding van de catalogus schrijft Hein Reedijk, directeur van het museum, dat de foto's niet van uitzonderlijke artistieke waarde zijn. Het zijn gewone foto's, studioportretten, soms van iemand die toevallig erg mooi is, zoals de jonge Creoolse, stadsgezichten en landschappen, vastgelegd op de manier die daarvoor in de tweede helft van de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw gebruikelijk was.

Wat de foto's bijzonder maakt is hun documentaire waarde, ze laten zien hoe het er uitzag in de Watermolenstraat in Paramaribo in 1890, hoe omstreeks 1900 het Tawajarikanaal werd aangelegd, hoe er in de jaren negentig goudgewassen werd met de longtom in het wingebied van De Jong.

De waarde van de collectie wordt vergroot door het feit dat oude foto's van Suriname relatief schaars zijn, schaarser dan van bij voorbeeld Nederlands-Indie. De foto's die wel bestaan zijn ook minder bekend, zodat Reedijk in de catalogus kan schrijven: “Het koloniale stiefkind van toen is het historische stiefkind van nu.”

Een catagorie apart vormen de foto's van 'bevolkingstypen', een genre dat in de negentiende eeuw veel beoefend werd. Vooral hier blijkt dat men ook bij het bekijken van foto's voortdurend op zijn hoede moet zijn. De Indianen die de fotografen in hun studio portretteerden, zagen er in werkelijkheid vaak al lang niet meer uit zoals ze op de foto staan. Hun traditionele kleding trokken ze aan op verzoek van de fotograaf.

Een compleet beeld van de Surinaamse samenleving in de periode 1839-1939 geeft de tentoonstelling niet. Dat komt voor een deel door lacunes in de collectie. Het museum bezit bij voorbeeld geen foto's van blanke kolonisten. Omdat de tentoonstelling de eigen collectie van het museum openbaar wil maken, heeft men slecht spaarzaam van andere instellingen geleend.

Belangrijker is dat fotografen vroeger aan andere onderwerpen de voorkeur gaven dan wij nu zouden willen. De viering van Koninginnedag is, althans in deze collectie, een van de best gedocumenteerde gebeurtenissen. We zien Creoolse marktvrouwen hulde brengen aan gouverneur Lely, de volksspelen op het Gouvernementsplein en de festiviteiten aan de Waterkant.

Maar wie foto's als historische bron wil gebruiken, mag daar niet over treuren. Ook wat niet gefotografeerd wordt en wat wel, en hoe vaak, kan veelzeggend zijn. In dit geval maakt de oververtegenwoordiging van foto's van officiele festiviteiten, die de band met Nederland voor iedereen zichtbaar moesten maken, nog eens extra duidelijk dat de geschiedenis van Suriname in de eerste eeuw van de fotografie de geschiedenis is van een kolonie.

    • Bianca Stigter