Geldbuidels

Bij V en D in Groningen ligt zo'n vloed aan beurzen, knippen, portefeuilles, mapjes en tasjes, dat ik geen keus kan maken. Hoe langer ik kijk, hoe lelijker de vormen en materialen worden. Ik wil die dingen helemaal niet, zelfs niet cadeau. Bovendien wil ik zo objectief mogelijk blijven.

De verkoper kiest er voor mijn vergelijkend warenonderzoek zeven uit, die volgens hem representatief zijn voor wat hier over de toonbank gaat.

1: Beurs met koordje om de hals, nylon, fl. 8, -.

2: Idem, leer, verticaal, fl. 13, -.

3: Idem, leer, horizontaal, fl. 16, -.

4: Beurs voor een riem, nylon, fl. 10, -.

5: Tasje met riem, kunstleer, fl. 25, -.

6: Gordeltasje, leer, fl. 30, -.

7: Kelnersbeurs met ketting aan een bretelklem, leer, fl. 45, -.

Bij Xenos koop ik nummer 8: een nylon valutabeurs met vier vakken, ritsen en uitgevoerd in vier discokleuren, zoals mijn dochter dat noemt, fl. 4, -. In mijn klerenkast vind ik nog een holle leren broekriem met een rits aan de binnenkant, en als laatste, nummer 10: een zelfgemaakt buikzakje van katoen met een elastiek om je taille, in mijn ouderlijk huis 'aap' genaamd.

Met deze keur aan uitrustingsstukken fiets ik naar de recherche in Groningen, die zojuist een actie tegen het zakkenrollen heeft gestart. Ik laat nog niets zien maar vraag Anne Nap (52), de initiatiefnemer van deze campagne, waar je het best je geld kan wegstoppen.

“Onder je kleding, met een koordje om je nek”, luidt het besliste antwoord. “ Veeboeren bewaren hun vette portefeuilles (die tussen de twintig en dertigduizend gulden bevatten, zoals onderzoek uitwees), in hun binnenzak aan een heus kettinkje. Zij worden nooit gerold. Hier zijn het vooral de huismoeders, die gerold worden, tot zo'n twaalf per dag, alleen al in het centrum van Groningen. Klassiek is dat ze bij het afrekenen ineens hun portemonnaie missen, en dan geen lokatie, laat staan een signalement kunnen geven. Alleen de plaats waar ze het laatst hebben afgerekend kunnen ze noemen. Wij als politie kunnen het zakkenrollen echter tot op het uur en de vierkante meter terugbrengen. De zaterdagmarkt, bij voorbeeld; om een uur is het bij de couponnen raak en om vier uur bij de bloemen, die tegen die tijd met korting verkocht worden. Daar is dan sprake van 'aandrukken' en tassen die half open bengelen. We raden de mensen aan om hun portemonnaie nooit bovenin de boodschappentas te doen. Andere tips die we geven (hij overhandigt me een folder): Nooit meer geld of cheques mee dan nodig. Cheques en pas gescheiden houden. Let op je tas, vooral in gedrang, en helemaal als je door een onbekende wordt aangesproken, want dan kan zijn collega zijn slag slaan.

“De meeste zakkenrollers werken van achteren of van opzij. Ritsen van tassen krijgen ze gemakkelijk open. Vlijmscherpe mesjes gebruiken ze ook. Ik ga zelf nooit met geld de stad in. En ik waak als een waakhond over de tas van mijn vrouw.

“De daders? Gok-, drank- en drugsverslaafden en helaas sinds kort ook asielzoekers uit Roemenie. En dan is er nog een groep gespecialiseerd in girobetaalkaarten.”

Nu pas laat ik hem de tien geldbuidels zien. “ Wij weten van wat we uit de rioolputten opvissen - op aanwijzing van de daders - dat het er niet zozeer toe doet waarin je je geld opbergt. Het gaat erom waar je het stopt, of liever verstopt. Onzichtbaar, onvindbaar, onneembaar, dat is het best. Dus onder je kleding met een koordje om je nek. Of zoals kelners en veeboeren doen, in je binnenzak, aan een ketting.”

Bijna de helft van mijn representatieve assortiment valt af. Ik laat hem mijn zelfgemaakte buikzakje zien dat op het lijf gedragen wordt en mijn riem met geheime rits. Deze twee kent hij niet. Hij is er vol lof over: “ Weet je waar criminelen hun geld dragen? In hun schoenen, in de sok, onder de voet! Hoe ik dat weet? Door te fouilleren.”

Ik vraag hem of hij de list kent om een extra nepbeurs, zo op het oog goed gevuld, bij je te dragen, die je met een zuur gezicht afgeeft, als het er onverhoopt op aan komt. “ Dat is nieuw voor mij en slim, banken hebben ook altijd een koffer met geld klaarstaan voor overvallers.”

Als mijn zegsman begint over de gebroken neuzen die hij spaart onder slachtoffers die sinds kort op Polaroid gezet worden, zit ik vrij vlug weer op mijn fiets. Rijdend langs de steeds wanstaltiger nieuwbouw in Groningen (de bouw van die kolossale gouden 'prestigetoren' van 10 bij 17 bij 36 meter pal tegenover het station, midden in de stadsgracht, gaat nog door ook), bemerk ik dat het onopvallende katoenen buikzakje onder de navel - groot genoeg voor een vliegticket (22 (x) 11cm) gemaskeerd met een nepbeurs boven de navel - mijn voorkeur houdt. Mijn plastic geld kan ik daar ook mooi over verdelen.

Last + List = Lust!

    • Pek van Andel