Een oorlogsavond

Voor het eerst heb ik een televisieverslaggever gezien die zijn werk deed met een gasmasker op: Martin Fletcher van NBC.

Gasmaskers zijn sinds de Eerste Wereldoorlog symbolen van ontmenselijking, ze ontnemen degene die er in zit zijn gezicht, geven hem een beestentronie en worden daartoe gedwongen door de anderen die door hun 'beestachtig' gedrag daarvoor verantwoordelijk zijn. Niet de burgerij van Israel zou volgens de logica van deze symboliek een gasmasker moeten dragen, maar Saddam zelf. Het gasmasker staat voor het botste geweld, en op die manier is er dan ook door de politieke tekenaars en affiche-makers gebruik van gemaakt. Het beste is het gedaan door iemand wiens naam ik niet ken, in mei 1968: een gestyleerde zwart-wit tekening, die een lid van de Franse CRS voorstelt. Het is natuurlijk een afgeleide perfectie, want in 1917 hebben de Duitsers er al de grondslag voor gelegd, waarop de Italianen in hun oorlog tegen Abessinie hebben voortgebouwd. In deze traditie werkt Saddam. Daardoor kregen gezicht en stem van Martin Fletcher op het televisiescherm die terroristische aanblik, denk ik.

Vietnam is 'de eerste televisie-oorlog', dat staat vast. Nu zijn de verslaggevers met de camera aan militaire regels gebonden, maar toch is deze oorlog misschien nog meer een drama dat door de televisie wordt gemaakt, althans in deze eerste dagen. De oorlog achtervolgt je overal, er is geen openbare ruimte, waar niet hier of daar het beeld blikkert en een luidsprekerstem klinkt.

Aan het ontbijt las ik een krant. Achter de counter, hoog op de plank stond het toestel, waarvan de antenne regelmatig door een dienster met een stok werd bijgesteld. Opeens klonk er een ander soort stem, rauw en ongeoefend. Het was iemand van de Iraakse televisie die in het Engels de toespraak van Saddam aan het vertalen was. “ Bush will rot in hell”, zei hij tot besluit. Ik keek op, in het gezicht van m'n overbuurman. Na een flits van aarzeling - was het wel geoorloofd - schoten we allebei in de lach: de oorlog plotseling teruggegebracht tot een fragment uit een zombie-film. Daarna ging het weer gewoon door, met deskundigen, kaartjes en opstijgende vliegtuigen.

Het is een televisie-oorlog, maar een tamelijk eentonige, wat niet wil zeggen dat je er genoeg van krijgt. Ik bedoel niet dat het eigenlijk een zeer bijzonder verzetje voor de verre toeschouwers zou zijn: het is nieuws dat dwingt. Je moet er zoveel bij zijn en daardoor komt het dat je opeens merkt dat je honger hebt gekregen.

Ik liep naar het restaurant om de hoek, droeg onderweg mijn kwartjes af aan de twee vaste bedelaars, ontweek een zigzaggende dronkaard en een schreeuwende geflipte, en legde zonder verdere avonturen de 400 meter af. In dit restaurant wordt iedere avond door amateurs jazz gespeeld, maar, dacht ik, met Hollandse maatstaven, door de ernst van de omstandigheden zal het wel een muziekloze avond zijn. Vergist: de instrumenten stonden al klaar. Niet veel gasten, die allemaal naar de televisie keken, op twee na. Die zaten in een box achter me, jonge vrouwen, zoals je ze alleen maar in New York hebt, die elkaar aan een psychoanalyse onderwierpen, zo te horen. “ Instead of sex... ”, zei de ene. Wat dat was kon ik niet verstaan. De andere zei: “ I think you have a reaction that is out of this world.” Dat viel bij de eerste niet in goede aarde. “ You are projecting yourself in our decision”, riep ze. Verderop was CNN bezig met de wereldkrijg, maar wat er achter me gebeurde, begon ik ook interessant te vinden. De dames waren nu ongeremd tegen elkaar aan het schreeuwen.

Intussen was de muziek op het podium verschenen, de leider riep one, two, en ze begonnen er met z'n vieren stevig op los te blazen. Met de psychoanalyse achter me liep het niet goed. Ik kon het niet meer verstaan, maar wel voelen aan de bewegingen van het tussenschot. Verderop werd de Golfoorlog voortgezet, ik zag de ontploffingen, maar hoorde alleen nog een zeer lange solo, uitgevoerd door de slagwerker, een virtuoos. I've got my love to keep me warm, dat was het nummer waar ze aan bezig waren. De psychoanalyse was afgelopen, met ostentatieve woestheid was de ene vriendin opgestaan en liep met zevenmijlspassen de deur uit. De muziek had zich ook naar het eind geslagen, de Golf hernam zijn rechten.

Terug bij mijn eigen televisie zag ik dat alle anchormannen van de grote networks nog even fris en energiek de toestand beheersten als anderhalf uur tevoren. Ik heb eerbied voor de Amerikaanse anchorman, in het bijzonder voor Dan Rather van CBS en Tom Brokaw van NBC; voor de laatste nog het meest, omdat hij wel eens toegeeft aan zijn eigen gevoel voor absurditeit zonder daarbij het tempo van de objectieve nieuwsvoorziening in het gedrang te brengen. De anchorman heerst over het nieuws, hij regelt het wereldgebeuren als hoog in zijn seinhuis de wisselwachter dat met de treinen doet. Hij verspreekt zich niet, hij is nooit moe, hij is de directeur van de fabriek waar de geschiedenis wordt gemaakt.

Op het ogenblik dat ik deze zin had bedacht, ging de telefoon. Half twee in de nacht, wie zou dat zijn.

Een Nederlands sprekende dame die zich aankondigde als de vertegenwoordigster van 'de gezamenlijkheid' en misschien daarom me meteen begon te tutoyeren. Wat was de gezamenlijkheid? Heel Hilversum. Gezamenlijker zou ik het ook niet kunnen bedenken. Of ik om acht uur in de uitzending wilde optreden. Uw acht uur of mijn acht uur? Hoezo? Gewoon acht uur! Ja, maar hier is het half twee. Ik geloof dat dit haar een beetje verraste.

Ik heb ja gezegd. Misschien hebt u me gehoord.