De terugkeer van de angst

Naast de voordeur van het KGB-hoofdkwartier is eind vorig jaar een monument onthuld voor de slachtoffers van het totalitaire regime en demonstraties zijn in Moskou inmiddels zo gewoon geworden, dat niemand er nog van opkijkt. Tijdens een correspondentschap van drieenhalf jaar is er onvoorstelbaar veel veranderd in de Sovjet-Unie. Langzaam maar zeker is de geschiedenis van het land ontdaan van zeventig jaar leugenpraat en nonsens. Maar de laatste weken is er in de Sovjet-Unie een nieuwe onzekerheid geboren. Nu de angst eindelijk overwonnen leek, wordt met het vertrek van Sjevardnadze en het machtsvertoon in de straten van Vilnius en Riga opnieuw twijfel gezaaid.

Augustus 1987. De flat op de Kroetitski Val, woonhuis annex kantoor van NRC Handelsblad, was akelig leeg en stil, mijn spullen waren nog niet aangekomen. Ik redde mijzelf met een warm bad. Net lag ik erin of de telefoon ging. Ik sprong op. Iemand belt mij! Contact! Een temerige vrouwenstem zei iets over gemeenschappelijke vrienden. Ze moest me beslist zien want ze had Belangrijk Materiaal voor me. Ik versteende. De affaire-Daniloff - de New York Times-correspondent die werd gearresteerd wegens spionage na het aannemen van een pakje documenten - lag nog vers in het geheugen. Een provocatie. Koortsachtig dacht ik na. Hoe wist die vrouw dat ik was gearriveerd?

Ik hield haar aan het lijntje terwijl ik mijn gedachten ordende. Mompelde dat ik nog niet aan het werk was en trouwens volgende week weer naar Nederland zou vertrekken. Ja, zei de vrouw, dat weet ik, u komt begin september terug, misschien kunnen we dan een afspraak maken. Een steen viel van me af. Ze had zichzelf blootgegeven. Alleen de KGB - en de redactie van NRC Handelsblad - wisten dat ik begin september terug zou komen. De temerige stem hoorde bij een kolonel met epauletten. Dat was tenminste duidelijk. Ik poeierde haar af en gleed weer terug in het afgekoelde bad. Mijn komst was niet onopgemerkt gebleven.

De badscene is pas drieeneenhalf jaar geleden. Het lijkt een eeuwigheid. Het is bijna onmogelijk samen te vatten wat er in die tijd gebeurd is. Eind vorig jaar keken KGB-medewerkers vanachter de ramen van hun beruchte hoofdkwartier de Loebjanka op het Dzerzjinskiplein (inmiddels teruggedoopt in Loebjankaplein) tandenknarsend toe hoe ex-politieke gevangenen vlak naast hun voordeur een monument onthulden voor de slachtoffers van het totalitaire regime. Het was een aangrijpende plechtigheid die ik nog maar kort geleden niet voor mogelijk had gehouden.

Drie jaar geleden was er nog heel wat durf voor nodig om met spandoeken de straat op te gaan. Het was de tijd van de piepkleine demonstraties van joodse refuseniks op de trappen van de Leninbibliotheek, omgeven door hardhandige en nerveuze agenten en agressieve KGB-ers in burger die de verontwaardigde vox populi moesten vertolken en antisemitische kreten slaakten. Vandaag de dag zijn demonstraties zo gewoon geworden dat je er nauwelijks nog iemand warm voor krijgt. Drie jaar geleden begon men aan een voorzichtige rehabilitatie van Stalins politieke tegenstanders, inmiddels staat geen Leninstandbeeld meer vast op zijn sokkel. Drie jaar geleden hoorde je voor het eerst heel voorzichtige kritiek op de communistische partij, vandaag wordt zij onomwonden verantwoordelijk gesteld voor de absolute puinhoop waarin het land verkeert en neemt het anticommunisme soms agressieve vormen aan. Bolsjewiek is zo ongeveer het meest gangbare scheldwoord geworden. De dissidenten van gisteren zijn de parlementsleden van vandaag.

Maar de laatste weken is er een nieuwe onzekerheid het leven binnengeslopen. Het dramatische vertrek van Sjevardnadze, het onduidelijke en overspannen gedrag van Gorbatsjov, de oplopende spanning in de Baltische republieken, tanks in de straten van Vilnius en Riga, de absurditeit van het inzetten van troepen tegen vredelievende burgers in een volstrekt vreedzame stad, de schimmige 'comite's van nationale redding', de gruwelijke nonchalance waarmee de legertop over de slachtoffers spreekt en Gorbatsjovs poging om de glasnost, het eerste kind van zijn eigen perestrojka, eigenhandig om zeep te helpen door de persbreidel te herstellen, ze hebben de situatie er bepaald niet overzichtelijker op gemaakt.

Opnieuw wordt duidelijk hoe weinig we weten over het Kremlin. Net als vroeger is de persoon van de Leider nog steeds met veel geheimzinnigheid omgeven. Sommigen zeggen dat nu eindelijk gebleken is dat Gorbatsjov een bolsjewiek in hart en nieren is, die uitsluitend vecht om het behoud van zijn machtspositie. Volgens anderen heeft hij zijn ziel tijdelijk aan de - militaire - duivel verkocht in de hoop de geest vervolgens weer in de fles te krijgen. Weer anderen geven de schuld aan de democraten, die er niet in geslaagd zijn een constructief tegenwicht te bieden tegen de conservatieven. Maar iedereen vraagt zich af wie er eigenlijk de baas is in het Kremlin. Meningen, meningen, meningen, maar hoe het echt zit weet niemand en daarom is de angst plotseling weer groter dan ooit.

Vijf jaar geleden werd er veel gespeculeerd over de vraag of de perestrojka onomkeerbaar was of niet. Eerst sprak men lang over het zuiver kosmetische karakter van de hervormingen en heerste alom grote scepsis over de ware bedoelingen van de communistische leiders. Die scepsis smolt weg om plaats te maken voor enthousiasme en grote bewondering. Door de laatste ontwikkelingen beginnen mensen bij die onomkeerbaarheid weer vraagtekens te zetten.

KOFFERTJE VAN PJOTR

Mijn vriendin Ira heeft een ontroerend koffertje. Dat bewaart ze als herinnering aan haar vader, die op zijn veertiende als zoon van een vijand des volks gearresteerd werd en tot zijn dertigste in kampen en gevangenissen zat. Van zijn veertiende tot zijn dertigste, de belangrijkste vormende jaren in een mensenleven. Zestien jaar was dat kartonnen koffertje zijn enige bezit en behalve een paar foto's en brieven en de armband met zijn kampnummer bevat het een wonderschoon album met tekeningen, schetsen, liederen en gedichten die zijn kampgenoten voor de jonge Pjotr hebben gemaakt en opgeschreven. Voor sommige van die gedichten kon je in die tijd jaren kampstraf krijgen. Pjotr werd later een beroemde dissident, maar het is slecht met hem afgelopen. In de jaren zeventig, toen het gevecht met de dissidenten op zijn hoogtepunt was, werd hij opnieuw gearresteerd. De KGB dwong hem tot het afleggen van bekentenissen. In ruil daarvoor kreeg hij een lichte straf. Toen hij vrijkwam wendde iedereen zich vol afgrijzen van hem en zijn gezin af. Hij stierf aan de drank, verguisd en vergeten. Het systeem heeft hem gemaakt, misvormd en gebroken.

Als een ding de afgelopen jaren duidelijk is geworden over dit land dan is het dat de dissidenten, lange tijd de enige onafhankelijke informatiebron, niet hebben overdreven. De waarheid is vaak nog harder dan hun verhalen. Ik herinner mij het ongeloof waarmee in het westen een samizdat-document ontvangen werd over een werkkamp voor invaliden op het eiland Valaam in het Ladogameer. Daar zouden de ergste invaliden van de Tweede Wereldoorlog bij elkaar zijn gestopt om de maatschappij niet te ontrieven met hun aanblik. Ook dit verhaal is waar gebleken. Het kamp is pas een paar jaar geleden ontruimd - waarschijnlijk omdat de meeste invaliden inmiddels een natuurlijke dood zijn gestorven - en het voormalige kloostercomplex is teruggegeven aan de Russisch-orthodoxe kerk.

De perestrojka begon een paar jaar na Pjotrs dood, met de openbaring van het verzwegen verleden. Kranten en weekbladen struikelden over elkaar heen in de jacht op nieuwe onthullingen, waarbij elk klein taboe dat sneuvelde er een was en elk nieuw epitheton een aardverschuiving kon betekenen. Het was een langzame herovering van de geschiedenis, het losweken van de eindeloze lagen leugenpraat en baarlijke nonsens die zeventig jaar over de mensen waren uitgestort. En zelfs zij die het wisten stonden keer op keer versteld.

Het stalinisme aan de kaak stellen, dat was de eerste opgave en de complete intellectuele elite sloot zich onder leiding van Andrej Sacharov aan bij Memorial, de ondanks veel tegenwerking van hogerhand opgerichte vereniging van slachtoffers van de terreur. Het waren emotionele avonden waarbij mensen die hun hele leven hadden moeten zwijgen over de wreedheden die ze hadden moeten ondergaan voor het eerst hun verhaal konden vertellen.

“Toen in het strafkamp het bericht binnenkwam over de dood van Stalin, raakte de leiding in verwarring: drie dagen werden de gevangenen niet uit de barakken gelaten, niet te werk gesteld en zelfs hun eten werd naar de barakken gebracht. Het gerucht verspreidde zich: 'Snorremans heeft zijn staart laten hangen!' Op de vierde dag werden de gevangenen naar buiten gebracht. Er ontstond een enorm kabaal. Tot er uit dat kabaal een kreet opsteeg: 'Hij is gekrepeerd!' Steeds luider en duidelijker, totdat uit duizenden gevangenenkelen gescandeerd werd: Gekrepeerd, gekrepeerd, gekrepeerd... “ (uit: Staliniade van Joeri Borev, een verzameling waargebeurde en apocriefe verhalen over Stalin, vorig jaar met enige moeite in Moskou gepubliceerd. Borev kreeg daarna talloze brieven van stalinisten, die dreigden hem om te komen leggen.)

Men is natuurlijk niet gestopt bij het stalinisme. De hele Oktoberrevolutie is al lang en breed geen vanzelfsprekendheid meer. Maar ondanks het feit dat de belangstelling voor de geschiedenis al weer is verdrongen door de politiek en de nijpende economische situatie, heeft Memorial met de onthulling van het monument voor de slachtoffers van het totalitarisme - op 30 oktober, de dag van de politieke gevangenen - een echte overwinning geboekt. “ Eindelijk is er een symbolisch graf waar ik heen kan gaan om bloemen neer te leggen”, zei een man, de foto van zijn vermoorde vader op de borst gespeld, tijdens de plechtigheid. Het is een tactloze blunder van Gorbatsjov, die elke publieke bijeenkomst met een succestelegram bedenkt, dat hij deze symbolische gebeurtenis ongemerkt voorbij heeft laten gaan.

Openheid van zaken over de geschiedenis is een absolute voorwaarde voor de genezing van dit land. Die openheid is nog verre van totaal. Talloze archieven blijven nog altijd gesloten, mensen moeten soebatten bij de KGB om de zaak van hun vermoorde familieleden in te mogen zien en toestemming daarvoor wordt bijna als een gunst beschouwd. Maar met het openen van de massagraven is het probleem de wereld nog niet uit. Het is nauwelijks voorstelbaar welke schade de terreur bij een heel volk heeft aangericht. Psychische hulp bestaat praktisch niet en omdat bijna elk gezin wel iemand is kwijtgeraakt is het ook zo gewoon geworden dat er niet over gesproken wordt. Toch moet het besef dat een mensenleven niet telt een enorm gat geslagen hebben in het zelfvertrouwen en het gevoel van eigenwaarde van de bevolking.

SABOTAGE EN CONSPIRATIE

“Lieve mensen wees niet bang - Wees niet bang voor het gevang - Wees niet bang voor de bedelstaf - Honger en pest dat is geen straf - De enige die je vrezen moet - Is de man die zegt: ik weet hoe het moet - Die zegt: volg mij, beste heren - Hoe het moet zal ik je leren” (uit: Poeem over Stalin, van de Russische bard Aleksandr Galitsj, in de jaren zeventig het land uitgezet).

Het Sovjet-systeem was gebouwd op angst en leugens. De angst voor repressie is sterk afgenomen, de leugens zijn goeddeels doorgeprikt, maar dat wil niet zeggen dat mensen al met hun beide benen op de grond zijn aanbeland. De angst heeft zich verplaatst. Er heerst nu angst voor de onzekere toekomst, angst voor burgeroorlog, voor pogroms, voor de toenemende misdaad, voor volkerenhaat, voor werkeloosheid. Een deel van die angst is irreeel, gebaseerd op gebrekkige informatie, ingekankerd wantrouwen ten opzichte van de overheid en algeheel doemdenken. Die angst wordt soms kunstmatig aangewakkerd door de autoriteiten. Zo waren er vorig jaar voor 25 februari - de dag van de februarirevolutie van 1917, toen de tsaar van zijn troon werd gestoten - in het hele land grote demonstraties aangekondigd voor democratische verkiezingen. Van hogerhand werd toen zo'n immense ontmoedigingscampagne ingezet en zo'n grote politie- en legermacht op de been gebracht dat moeders hun kinderen binnenhielden en heel Moskou wekenlang van slag was. Zo ook wordt de situatie in de republieken door het televisiejournaal soms met opzet gedramatiseerd en soms juist weer gebagatelliseerd, zodat het nog steeds heel moeilijk is je een objectief beeld te vormen van de gebeurtenissen in het land.

Sommige angsten zijn reeel, zoals die voor nationaliteitenconflicten en voor een stijging van de misdaad. De misdaad, en met name de wrede misdrijven nemen toe, al weet niemand hoe sterk de stijging is omdat er vroeger geen statistieken werden bijgehouden. Moskou gold altijd als een heel veilige stad, nu gaat niemand meer graag laat over straat. In het huis van een vriendin vonden in drie maanden tijd twee moorden plaats. Een vriend heeft zich onlangs een pistool aangeschaft. Mensen laten extra sloten op de deur zetten en stalen deuren installeren. In de politie heeft niemand enig vertrouwen. De - inmiddels afgezette - minister van binnenlandse zaken sprak in interviews zelf zijn scepsis over zijn eigen politiecorps uit. Toen er bij mij in de buurt op een nacht wel tien minuten lang op straat geschoten werd en ik de volgende dag de politie belde, deelde men mij afgemeten en met grote stelligheid mee dat er die nacht in mijn wijk geen vuurgevecht had plaatsgevonden en de dienstdoende agent gooide snel de hoorn op de haak.

In republieken als Armenie en Georgie is wapenbezit al een doodnormale zaak geworden en de Sovjet-Unie begint dan ook steeds meer op het wilde Oosten te lijken. Tegelijkertijd is Moskou nog altijd een veel veiliger stad dan, bijvoorbeeld, New York en een deel van de angst komt dan ook gewoon voort uit onwetendheid: misdaad vond vroeger officieel alleen in het verdorven kapitalisme plaats. De filmer Stanislav Govoroechin speelde, op overigens niet helemaal zuivere manier, in op de angst voor de misdaad in zijn documentaire 'Zo kun je niet leven', waarin op haast marxistische wijze een verband wordt gelegd tussen het communistische systeem en de misdadige geest van zijn onderdanen. Govoroechin geeft ook een hilarisch beeld van de incompetentie van de doorsnee Russische 'ment' (juut): dik, dom, onderbetaald, onbewapend en met de nek aangekeken.

De angst en het mythisch denken steken ook de kop op bij de talloze samenzwerings- en sabotagetheorieen die in Moskou - en trouwens in het hele land - de ronde doen. Je zou eens moeten nagaan hoezeer bepaalde ideologisch gekleurde woorden en begrippen ook na het afsterven van de ideologie 's mensen denken blijven bepalen. De woorden 'sabotage' en 'conspiratie' zitten sinds het stalinisme vast verankerd in het denkraam van de Sovjet-burgers. 'Vreditelstvo', 'sabotazj', 'diversia', 'konspiratsia', 'zagovor', dat waren loze beschuldigingen die tijdens de stalinistische showprocessen gegarandeerd tot executie leidden. Die tijden zijn voorbij, maar als er in de Moskouse winkels geen brood of melk te krijgen is, wijt men dat niet aan desorganisatie en de toenemende chaos, maar aan 'sabotage' door de 'antiperestrojkakrachten', die de politiek van de democraten in diskrediet willen brengen om vervolgens een aanleiding te hebben om in te grijpen. Nu toont de televisie inderdaad regelmatig beelden van grote hoeveelheden voedsel op vuilnisbelten, in onuitgeladen treinwagons en in opslagplaatsen, waarbij het altijd onduidelijk blijft hoe die spullen daar terecht zijn gekomen. Toch geloof ik niet in de theorie van de Grote Samenzwering. Veel waarschijnlijker lijkt het dat speculanten en zwarthandelaren extra profiteren van de onduidelijke situatie. Bovendien heerst er een algehele inertie en apathie: werkprikkels ontbreken, en de sancties tegen niet-werken zijn opgeheven. Niemand weet trouwens meer goed wat er van hem verwacht wordt. Een politieagent vertelde me in het vliegtuig van Alma Ata naar Moskou dat hij bezig was met het oprollen van een computersmokkelnetwerk in Kazachstan. De mafia bood hem duizenden roebels om zijn mond te houden - een politieman verdient een karige 300 roebel per maand - en toen hij die weigerde zei de mafioso: “ Idioot! Als jij het niet aanneemt pakt een ander het wel!” Dat vond hij nog tot daar aan toe. Een groter probleem was dat hij geen flauw idee had waar hij mee bezig was, omdat er geen normen meer zijn. Vandaag rol ik met gevaar voor eigen leven een speculantennetwerk op, zei hij met lichte wanhoop in zijn stem, en morgen draai ik zelf de bak in omdat ik het ontluikend prive-initiatief heb gefnuikt!

VERTRAPTEN

Een paar weken geleden ontruimde de politie in Moskou het tentenkamp dat maandenlang voor hotel Rossia pal naast het Rode Plein gelegerd is geweest. In de tenten, houten hutjes en optrekjes van grootstedelijk afval huisden smekelingen, die uit de hele Unie naar Moskou waren gekomen om gerechtigheid te zoeken. Een parlementscommissie sprak met alle bewoners en kwam tot de conclusie dat hun eisen en petities geen steek hielden. Daklozen, werkelozen, vreemde vogels en zwervers tref je in elke grote stad ter wereld in grote hoeveelheden aan, zo ook in Moskou. 'Vertrapten en vernederden' noemde de grote mensenvriend Dostojevski ze al in de vorige eeuw, maar in deze eeuw zijn het er bepaald niet minder geworden. Dankzij een volstrekt cynische rechterlijke macht die tientallen jaren eenvoudig het verlengstuk was van de partij is de machtswillekeur krankzinnig groot geworden en het aantal 'vertrapten en vernederden' moet navenante proporties hebben aangenomen.

Elke westerse correspondent wordt regelmatig gebeld door mensen met volstrekt verwarde verhalen over gruwelijke onopgeloste moorden, huisuitzettingen, confiscatie van bezit en onterecht ontslag. Ik ben wekenlang achtervolgd door een jongeman die een rechtzaak was begonnen tegen het ministerie van buitenlandse zaken dat hem, volgens zijn zeggen, ten onrechte uit de diplomatieke dienst in Mozambique had verwijderd. De man werd naar Moskou teruggestuurd. Zijn collega-diplomaten verdeelden vervolgens zijn bezittingen onder elkaar en die bezittingen eiste hij terug. Hij bombardeerde mij met documenten, bezwaarschriften en petities en nodigde mij uit in de volksrechtbank, waar zijn zaak in behandeling was. De piepjonge vrouwelijke rechter liet hem maar razen en had doorgaans meer belangstelling voor haar felgelakte nagels dan voor de processtukken. Je recht halen staat voor de doorsnee Rus gelijk aan pure waanzin.

De Leningradse burgemeester Anatoli Sobtsjak heeft een boek geschreven dat Vuurdoop van de macht heet. Het gaat over zijn eerste schreden in de politiek. Net als Amerikaanse parlementariers dienen de Russische leden van de Opperste Sovjet spreekuur te houden voor hun kiezers. Helaas missen ze daarvoor alle faciliteiten waarop een Amerikaanse congresman kan terugvallen. Als lid van de Opperste Sovjet werd Sobtsjak daarnaast nog belaagd door eindeloze stromen smekelingen zoals je die in het ontruimde tentenkamp kon aantreffen. In zijn boek doet hij een poging deze slachtoffers van het systeem te beschrijven. “ Een persoon die door het Systeem gewond is geraakt gaat op zoek naar de waarheid. Eerst is hij volstrekt normaal. Wat hij vraagt is niet veel: dat de fout hersteld wordt. Dan begint het Systeem het arme schepsel in de hoek te drijven. [... ] Iemand die een normaal mensenleven leidde voor zijn ongeluk wordt gereduceerd tot een menselijke petitie. Het leven is door het systeem al uit hem weggezogen”. Sobtsjak, zelf tot voor kort partijlid, velt een onverbiddelijk oordeel over het communisme. “ Het zeventigjarige sociale experiment is een verlenging gebleken van de ergste aspecten van de Russische autocratie en de Russische bureaucratische machinerie. Het communisme dat op onze bodem is ingeplant heeft het menselijk leven gereduceerd tot absolute waanzin en de plaats van de mens daarin tot een absurditeit”, aldus Sobtsjak en ik herinner me de wanhoop op zijn gezicht, toen ik hem een dag als parlementarier volgde en hij pogingen deed om de smekelingen van zich af te houden door ze in godsnaam dan maar door te verwijzen naar instanties waarvan hij terdege besefte dat ze niet van plan zouden zijn enige hulp te bieden. Andere instanties zijn er niet.

WATERHOOFD MOSKOU

De schrijver Aleksandr Kabakov publiceerde vorig jaar het verhaal 'Terugweg afgesneden', een schrikwekkende anti-utopie, die in Moskou heel wat stof heeft doen opwaaien. Hij beschrijft daarin Moskou in het jaar 1993, als een ruinestad, die onveilig wordt gemaakt door elkaar op leven en dood bestrijdende politieke en religieuze fanaten, terwijl leger en veiligheidsdienst volstrekt willekeurige razzia's uitvoeren. De gewone burgers sluipen bij nacht en ontij gewapend met kalasjnikovs door de verlaten straten van de stad en houden zich in leven met behulp van voedselbonnen en rooftochten. Moskou is in de Sovjet-Unie een verhaal apart. Het is een waterhoofd met 9 miljoen inwoners, te weinig consumptiegoederen en vertier, te veel rijen, te veel gaten in de straten en te veel dichtgespijkerde panden. Maar bovenal is het een stad waar iedereen in een eindeloze reidans om het Kremlin cirkelt. De Moskouse intellectuelen staren allemaal naar het Kremlin, in afwachting van nieuwe intriges en coulissenmoorden en de buitenlandse correspondenten staren met hen mee.

Zodra je buiten Moskou in het grote rijk rondzwerft valt die spanning weg. In Vladivostok, Moermansk of Irkoetsk haalt men zijn schouders op over het Kremlin. Vladivostok zou zich liever vandaag dan morgen van Rusland afwenden om met Japan in zee te gaan. Een kennis van mij bracht haar jeugd in de jaren vijftig door in de Noordsiberische stad Norilsk, die praktisch helemaal bewoond was door ballingen. Een vrijere plaats en een intellectueler klimaat, zegt ze, heeft ze sindsdien in het hele land niet meer aangetroffen. Er is een oude Russische mop over twee Tsjoektsjen die op een ijsschots in de Noordelijke IJszee drijven. De Tsjoektsjen zijn een klein Siberisch jagersvolkje uit Tsjoekotka, die in grappen de ondankbare Belgenrol opgedrongen hebben gekregen. Zegt de ene Tsjoektsja: “ Zal ik je eens een mop vertellen?” De ander zegt, verschrikt: “ Toch geen politieke, mag ik hopen?” “ Ach wat”, reageert de eerste laconiek, “ verder verbannen kunnen ze je toch niet!” En zo is het ook.

Toen ik drie jaar geleden naar Moskou ging gaven vrienden er nog de voorkeur aan dat je hen uit een telefooncel belde en niet via de afgeluisterde huistelefoon. Vandaag de dag moet de afluisterdienst van de KGB een niet aflatende stroom verwensingen door diezelfde telefoon in ontvangst nemen van dezelfde mensen die vroeger niet met een buitenlander wilden worden gesignaleerd. Zo was het het hele vorige jaar. Maar de laatste weken begon zich een omslag af te tekenen. Verbeeldde ik het me of begonnen vrienden door de telefoon weer wat voorzichtiger te reageren? Was het toeval dat een vriend me op mijn afscheidsfeestje toefluisterde dat ik voor zijn vrouw en kind moet zorgen als hem wat overkomt? Was het overspannen fantasie dat een andere vriend aankondigde dat hij zijn vrouw en kind voor de idus van maart - een van de circulerende data voor het instellen van de dictatuur - naar Amerika zou sturen? Dat een kennis verklaarde dat het belangrijkste nu is een flatje kopen in het westen, zodat je altijd ergens heen kunt als de nood aan de man komt?

Een week nadat ik Moskou verliet stierven in Vilnius 14 burgers tijdens de acties van het Sovjet-leger. Gorbatsjov zegt, net als destijds bij de doden in Tbilisi, pas achteraf op de hoogte te zijn gesteld. De nieuwe minister van binnenlandse zaken Boris Pugo en minister van defensie Dmitri Jazov zeggen geen opdracht gegeven te hebben tot het gebruik van geweld, maar ze leggen alle verantwoordelijkheid voor de doden bij de Litouwse regering, die niet tot compromissen bereid zou zijn. Dat compromis zou dan kennelijk moeten zijn ingaan op de eis van het duistere Comite van nationale redding, waarvan zelfs de samenstelling onbekend blijft. De directeur van Gosteleradio kondigt in alle ernst op de televisie aan dat journalisten zich te veel met politiek bezighouden, dat de mensen moe zijn van de politiek en amusement verlangen! En het televisiejournaal gedroeg zich tijdens de inval in Litouwen weer als een gelijkgeschakeld oorlogsbulletin. De reflexen werken nog perfect. We moeten geduld hebben. Het systeem slijt veel langzamer dan je denkt.

    • Laura Starink