De Natie 19

Over drie weken is het carnaval. Is het dan nog oorlog? En zo ja, is het dan ook carnaval? Wie het wil weten verdwaalt in een doolhof van organisaties. In Brabant is er een overkoepelende bond, in Limburg zijn er twee en in Amsterdam zetelt zelfs een Europese federatie, maar die wordt - vanwege de pretenties en vanwege de vestigingsplaats - door de zuiderlingen 'met een korreltje zout' genomen. Dezer dagen vergaderen de bondsbestuurders over de vraag of de optochten doorgang kunnen vinden, al moet het in deze bij een 'advies' blijven, want elke carnavalsvereniging is autonoom. De bonden zijn zelfs speciaal met dit doel opgericht want na de watersnoodramp van 1953 ging het carnaval hier wel en daar weer niet door en men achtte het geboden bij toekomstige rampen zoveel mogelijk een lijn te trekken. Het zal een 'moeilijke beslissing' zijn, zegt te Munstergeleen Dolf Dorsmans van de Bond van Carnavalsverenigingen in Limburg, want de mensen zijn al maanden bezig de praalwagens te bouwen en met het besluit is bovendien het 'financieel belang' gemoeid van de middenstand die 'een heel jaar teert' op het carnaval. De Golfoorlog vreet door in de nerven van de Nederlandse samenleving. Vanuit Geleen heeft Jean Jansen van de Samenwerkende Limburgse Vastenaovendsverenigingen (waarbij de vijftien steden van de provincie zijn aangesloten, op Venlo na dat zich om duistere reden bij de BCL heeft gevoegd) al opgeroepen bij de optochten in ieder geval 'schimpscheuten' en - hij houdt blijkbaar van de sch-klank - 'schamperheden' inzake het conflict te vermijden.

Dat is opmerkelijk want van oudsher gaat elke oorlog gepaard met wederzijdse schimpscheuten en schamperheden. Duitsers worden moffen, Indonesiers rijstkakkers, Arabieren soepjurken. Er worden poppen in de fik gestoken die de tegenstander moeten verbeelden. Maar in Limburg vindt men nu dat Saddam Hoessein-maskers achterwege dienen te blijven en dat praalwagens waarop de dictator bijvoorbeeld de hand wordt afgehakt in strijd zijn met de 'pieteit', zoals Dorsmans het uitdrukt. Pieteit in oorlogstijd! Bij een vorig internationaal conflict dat nog alleen met economische middelen werd uitgevochten, de oliecrisis, luidde het carnavalslied op gezag van Farce Majeure 'Koeweit, Koeweit, kielekielekoeweit'. Koeweit was toen de vijand, het domein van de verachte oliesjeiks, de vriend van de Palestijnen die het op Israel gemunt hadden. Van pieteit was geen sprake. Die is er jegens de Arabische wereld later pas gekomen toen minister Van den Broek de VARA smeekte om Rudi Carrell de ayatollah niet met damesslipjes te laten zwaaien en Paul Witteman daarvoor zwichtte. Nederlands cabaret als graadmeter voor de pieteit der natie. In de loop der jaren is in onze houding tegenover het Midden-Oosten een zekere behoedzaamheid geslopen.

De Maastrichte carnavalsvereniging De Tempeliers beschikt over een PR-man. Vanwege de 'gevoeligheid' en de 'dramatiek' zullen volgens Willem Fischer 'kwetsende taferelen en toespelingen uit de stoet verwijderd worden', ook als de oorlog tijdens carnaval achter de rug mocht zijn. Hoewel men de 'bonte storm' uiteraard niet in de hand heeft, zullen maskers van Saddam Hoessein vast niet te zien zijn omdat ze 'ongetwijfeld verontwaardigde reacties van het publiek uitlokken'. De Geleense carnavalsfunctionaris Jansen is bang dat zich achter zulke maskers mensen 'met andere bedoelingen' verschuilen. Agressieve bedoelingen?'' Jawel.'' Er heerst behalve behoedzaamheid ook angst. Dit is een oorlog die het schrikbeeld oproept van wereldwijd terrorisme.

Heerst er behalve behoedzaamheid en angst ook krijgszucht? Tweederde van het Nederlandse volk, tegen nog geen kwart van het Belgische, sprak zich uit voor militair geweld, een verschil dat onverklaarbaar bleef behalve misschien uit het leiderschap van de politici. Er heerste zelfs een zeker ongeduld. Een taxichauffeur verklaarde donderdagmorgen blij te zijn dat 'het begonnen was'. De media hadden de spanning wekenlang met een stortvloed van berichten zodanig opgevoerd dat men, net als na al die voorbeschouwingen op het wereldkampioenschap voetbal, alleen nog op de aftrap leek te wachten. De chef van de radio zag er naar uit zijn personeel wakker te kunnen bellen en dan de uitzending te openen met de woorden: “ Goedemorgen luisteraars, het is oorlog.” De chef van Panorama leek het allemaal 'mooi' en 'prachtig'. De dochter van een Journaal-reporter vond pa maar een 'bofkont'. Kuifje trekt ten strijde.

De duiven waren in de minderheid, maar maandagavond vormden ze op de 'teach-in' in de Beurs van Berlage de meerderheid. Op het hoogtepunt waren er twaalfhonderd mensen binnen en nog honderden buiten. De drukte riep herinneringen op aan de teach-in daar over Vietnam, bijna een kwart eeuw geleden, maar de stemming was onvergelijkelijk. Toen kwam ik maar moeilijk binnen omdat mijn perskaart van het Algemeen Handelsblad er minder indrukwekkend uitzag dan die van vertegenwoordigers van school- en popkrantjes en eenmaal in de zaal besefte ik dat mijn aanwezigheid weinig zin had: dr L. de Jong en mr G. B. J. Hiltermann waren niet te verstaan omdat ze werden uitgejoeld. Niet alleen deinsden politici en opinieleiders (Van Mierlo, Mulisch, Mansholt) er nu voor terug om zich uit te spreken, ook het publiek liet niet van zich horen. Toen was men gekomen om zijn standpunt uit te schreeuwen, nu om te luisteren en (volgens de oorspronkelijke idee van 'teach-in') te leren en zich een standpunt te vormen. De voorzitter stelde vast dat interruptiemicrofoons, voorheen een vast element in het ritueel, niet waren opgesteld en hij oogstte geen protest. Men kon schriftelijk vragen indienen en gedurende meer dan vier uur maakten zeven personen daarvan gebruik. Het waren vragen van zorg en onzekerheid. Hoe lang duurt het nog eer Irak kernwapens heeft? Zal het milieu definitief verwoest worden als men de oliebronnen opblaast? Hoe zullen de Arabieren in Nederland reageren? Iedereen is bang voor oorlog en iedereen vindt dat Saddam Hoessein tot de orde moet worden geroepen. Reporters vonden de bijeenkomst 'saai' en 'braaf', maar overheersend was het gevoel van morele ambivalentie. Dit is een oorlog, waarin niemand partij trekt voor de tegenstander. Maar: geen schimpscheuten alstublieft, geen schamperheden.

    • John Jansen van Galen