De mythe van het Nederlandse pacifisme is voorbij; Bereidheid in Nederland om aan oorlog mee te doen groter dan in Congres van VS

DEN HAAG, 19 jan. - De Golfcrisis heeft een eind gemaakt aan een hardnekkige mythe, schreef de Haagse correspondent van het Franse persbureau AFP, Jacques Lhuillery, deze week: de mythe van het traditionele Nederlandse pacifisme. Hij geeft zelf al aan dat het om een mythe gaat, die op indrukken berustte en niet door de werkelijkheid werd bevestigd. Maar wie dinsdagavond PvdA-fractieleider Woltgens hoorde zeggen “Er mag nu worden geschoten” had wel het gevoel dat er iets heel bijzonders aan de hand was.

Enkele uren daarna gebeurde dat ook en de slag tegen Irak was begonnen. En nog een uur later bevond ook Nederland zich in een toestand van gewapend conflict met het regime van Saddam Hussein. Behalve de beide fracties van Groen Links en de stemmen van twee PvdA'ers (van de 150) in de Tweede Kamer en van elf (van de 75) in de Eerste Kamer had het Nederlandse parlement gekozen voor deelneming aan de 'coalition forces'. De Nederlandse bereidheid bleek nog groter te zijn dan die van het Amerikaanse Congres. Daar werd de motie van de Republikeinen, die president Bush toestemming gaf zijn strijdkrachten tegen Saddam Hussein in te zetten, in de Senaat met 52 tegen 47 stemmen aangenomen en in het Huis van Afgevaardigden met 250 tegen 183.

Opvallend genoeg had die Amerikaanse stemming en vooral het daaraan voorafgaande plechtige en door CNN direct uitgezonden debat op de Nederlandse politici een geruststellende werking. Ze wisten nu dat de Amerikanen niet stonden te trappelen om er op te slaan en dat ook daar eigenlijk dezelfde gevoelens van twijfel bestonden als hier. Zeker voor een aantal leden van de PvdA-fracties, die pas na het weekeinde hun definitieve standpunten bepaalden, vergemakkelijkte dat het nemen van een besluit over deelneming van de drie Nederlandse schepen.

Door het nieuwsgeweld over de beginnende oorlog is dat in de publiciteit wat in het gedrang gekomen, maar de PvdA-fractievergadering van dinsdagmiddag en -avond en de daarop volgende persconferentie van fractievoorzitter Woltgens waren bijzondere bijeenkomsten. In de eerste plaats omdat de socialistische fractie daar met slechts twee stemmen tegen (Verspaget en Stemerdink) en een onthouding (Valk) het kabinetsbesluit goedkeurde om de schepen in het geval van een gewapend conflict onder Amerikaans commando te laten meedoen. In de tweede plaats door de ondubbelzinnige conclusie die Woltgens trok uit het feit dat Saddam Hussein zich niets van het VN-ultimatum had aangetrokken: hij vond het nu inderdaad gerechtvaardigd om geweld te gebruiken.

Eerdere kritiek uit de CDA-fractie en van de VVD over de weerstand van de sociaal-democraten tegen verdere militaire bijdragen vanuit Nederland verstomde dan ook onmiddellijk. Zelfs minister Van den Broek (buitenlandse zaken) was bij nader inzien tevreden, getuige het feit dat hij zijn ministerie bij herhaling liet melden dat Nederland na Frankrijk en Groot-Brittannie het derde land binnen de Westeuropese Unie was dat besloot zijn schepen met de Amerikanen te laten meevechten. Het vierde was deze week, na de eerste militair succesvolle aanvalsnacht, Italie. De betekenis van de beide Patriot-eenheden aan de Turks-Iraakse grens is inmiddels sterk toegenomen, nu Amerikaanse vliegtuigen ook vanaf Turks grondgebied Irak aanvallen.

Na de eerste aanvalsnacht nam de vastbeslotenheid van de Nederlandse politiek over de juistheid van de gedane keuze sterk toe. De verslagen van journalisten in Bagdad en de video-opnamen van precisie-bombardementen door Amerikaanse vliegtuigen lieten hen zien dat het de Amerikanen werkelijk in de allereerste plaats was begonnen om de vernietiging van militaire en strategische doelen in Irak, terwijl de burgerbevolking zoveel mogelijk werd gespaard. “We waren in de afgelopen weken als volksvertegenwoordigers wel eens wat huiverig als we onszelf de vraag stelden of de Amerikanen echt wel tot chirurgische bombardementen in staat waren”, zei het CDA-Kamerlid Gualtherie van Weezel deze week. “Het vergeldingsbombardement destijds op het huis van Gaddafi heeft iedereen daarover toch aan het twijfelen gebracht.”

De politieke vastbeslotenheid kwam woensdagmiddag in de Tweede Kamer vooral tot uitdrukking in de uitlatingen van premier Lubbers. In een debatje met mevrouw Beckers van Groen Links greep hij niet naar de uitwijk-frasen die hij anders vaak bij de hand heeft. Op haar indringende verzoek om dezelfde dag nog een oproep te doen het militaire geweld te staken, kwam een resolute reactie: “Het antwoord op die vraag moet 'nee' luiden, omdat het naar mijn overtuiging vandaag geen doel dient.”

Na de tweede aanvalsnacht waren de politici nog vastberadener. Dat werd zichtbaar op het overleg dat de vaste Tweede-Kamercommissies voor buitenlandse zaken en defensie gistermiddag met de ministers Van den Broek en Ter Beek had. De aanval met Scud-raketten op Israel en de grote angst dat zoiets opnieuw kan gebeuren, maar dan met chemische wapens, bracht zelfs een zekere grimmigheid aan het licht. Zelfs Sipkes van Groen Links verwees instemmend naar de verwoede pogingen van de Amerikanen om de resterende Iraakse raketstellingen uit te schakelen. Ze gebruikte dat als argument om de regering te vragen er bij de Israeliers op aan te dringen geen vergeldingsmaatregelen te nemen.

De enige van wie ze daarbij direct steun kreeg, was D66. Fractiewoordvoerder Kohnstamm vond ook dat Israel de uitschakeling van de Iraakse raketten moest overlaten aan de Verenigde Staten en Groot-Brittannie. In Kohnstamms woorden kwam iets van de ambivalentie tot uitdrukking van de D66-fractie in deze Golfcrisis. In het Kamerdebat van vorige week vrijdag was het weliswaar fractieleider Van Mierlo die, samen met VVD-leider Bolkestein, premier Lubbers en minister Ter Beek tot duidelijke stellingnames dwong over de inzet van de Nederlandse schepen, maar D66 had bij vele voorgaande discussies over eventuele uitbreiding van de Nederlandse militaire betrokkenheid steeds de kant van de, sterk remmende, PvdA gekozen.

PvdA-woordvoerder Melkert en CDA'er Gualtherie van Weezel sloten zich aan bij de houding van minister Van den Broek, die zichzelf het recht ontzegde om op dit punt adviezen aan Israel te geven. “Wij kunnen niet overzien of Israel, door zich te onthouden van vergelding, de situatie voor zichzelf niet slechter maakt”, zei hij. Alleen Amerika en Groot-Brittannie hadden het recht druk op Israel uit te oefenen, omdat zij daadwerkelijk iets tegen deze dreiging voor Israel probeerden te doen.

Premier Lubbers bracht naderhand, in zijn wekelijkse tv-gesprek, de gevoelens van veel parlementariers onder woorden door niet uit te sluiten dat Nederlandse Patriot-eenheden in Israel of Saoedi-Arabie worden gestationeerd. Nederland heeft zijn keus gemaakt om mee te doen en nu Israel wordt bedreigd zijn de politici bereid ver te gaan.

    • Rob Meines