De journalist dreigt uit te groeien tot oorlogsheld

Ook de journalistiek gaat zware tijden tegemoet in de Golf-oorlog. Er moet veel papier en zendtijd gevuld worden - geen sinecure als de harde hand van de censuur alle essentiele informatie vervormt en ontkracht. “De grote frustratie van dit werk is: wie moet je geloven? ”, verzuchtte gisteravond CNN-correspondent Charles Jaco in Saoedi-Arabie. De presentatrice had hem gevraagd welke cijfers klopten: de 94 neergehaalde vliegtuigen die Irak claimde, of de zeven die de geallieerden opgaven.

De door de censuur goedgekeurde interviews met piloten zijn soms niet onaardig, omdat sommigen hun gevoelens durven tonen. “Ik heb na terugkomst enorm gehuild”, bekende een van hen. Maar grondige, boeiende vraaggesprekken zijn onder deze omstandigheden uiteraard onmogelijk. Bij gebrek aan beter materiaal plaatst de journalist zichzelf meer op de voorgrond. Het scheelt niet veel of hij wordt de oorlogsheld in plaats van de piloot die onzichtbaar zijn werk doet.

CNN ontkwam niet helemaal aan deze zelfverering toen uitgebreid de terugkeer van de verslaggevers Holliman en Shaw werd gevierd. In een studio in Jordanie mochten ze een uur lang hun verhaal vertellen. Hoe terrific de firework-show in die eerste nacht was geweest, hoe slecht ze gegeten en geslapen hadden en welke fijne gabbers ze in Bagdad hadden moeten achterlaten. “We zijn weggegaan omdat de officials ons ons werk niet meer lieten doen”, zei Holliman.

Hun tapes en camera's waren ingepikt. Van de redacteuren was alleen Arnett, vergezeld door twee technische mensen, achtergebleven. Hij was ook de fanatiekste geweest toen ze enkele dagen voor de luchtaanvallen besloten hadden te blijven. Nee, hij bleef niet voor de eer, want de Pullitzer Prize had hij al eens gewonnen. Maar het belangrijkste verhaal van je leven kon je toch niet zomaar laten lopen?

De censuur was ook in dit gesprek voelbaar. Over politieke en militaire zaken wilden Holliman en Shaw niets zeggen uit vrees dat de Iraakse autoriteiten zich geprovoceerd zouden voelen. Het zou hun achtergebleven collega's grote moeilijkheden kunnen bezorgen.

Eerder op de dag konden we er getuige van zijn hoe een telefoongesprek van BBC-correspondent John Simpson vanuit Bagdad plotseling werd afgebroken. Toch zag Simpson nog kans over een interessante ervaring te vertellen. Hij was juist teruggekeerd van een persconferentie door de minister van informatie. Het had zich afgespeeld onder een enkel lichtje in de hal van een donker gebouw. De minister had gesproken van een morele zege omdat Irak het nu al langer volhield dan Bush had verwacht. Simpson: “Toen ik hem vroeg hoe hij daarover tevreden kon zijn, lachte hij en zei: het is fout om te veel op de technologie te rekenen. Ik vroeg hem toen of Irak vijandelijke piloten had gezien. Hij zei: ja, en jullie zullen ze ook gauw te zien krijgen.”

Simpson slaagde er ook in fraaie beelden van Bagdad bij dag en bij nacht naar Engeland te seinen. De BBC begint op dreef te komen. De lange uitzendingen overdag ontberen de primeurs van CNN, maar ze diepen de onderwerpen beter uit dan CNN.

Interessant waren vooral de ervaringen van Anthony Massey, een BBC-producer die na de eerste oorlogsnacht in Bagdad per auto - een rit van achttien uur - naar Jordanie was gevlucht. Hij vertelde over “de absolute precisie” van de bombardementen. “De Tomahawks kwamen over het dak van ons hotel. Je hoorde alleen: woesj, en vervolgens een grote explosie - een witte vuurbal. Ik dacht dat het hele blok was opgeblazen. De volgende dag zagen we het telecommunicatiegebouw: het had een gat aan een kant, de binnenkant en de muren tegenover het gat waren volledig weggeblazen, en de gebouwen ernaast waren volkomen onbeschadigd.”

“Het is een technologische oorlog”, had generaal Horner al eerder gezegd. Trots lieten de militairen op een beeldscherm aan journalisten zien hoe mathematisch zuiver de doelen vanuit de lucht worden geraakt. Je hoorde de journalisten bewonderend lachen na de glanzende demonstratie. Dit was vakwerk, hier kon een mens bijna van genieten. Daar was het gebouw, in dat hoekje moest het geraakt worden. En: boem!