De hulptroepen van George Bush; AmeriCares helpt in de nood

'From the people of the United States - with love'. Het staat op ieder pakket dat de hulporganisatie AmeriCares verspreidt op plaatsen waar aardbevingen of oorlogsgeweld de bevolking in de problemen hebben gebracht. De laatste jaren volgt AmeriCares ook snel op de inspanningen van de Amerikaanse overheid. Al een week na de invasie van Panama stond Robert Macauley's organisatie klaar met humanitaire hulp. De banden met de Amerikaanse overheid - inclusief CIA - zijn dan ook kort, heel kort.

Vorig jaar november, toen vliegtuigen van AmeriCares, een particuliere hulporganisatie met haar basis in Connecticut, in Moskou landden, waren de Amerikaanse televisiestations aanwezig om de scene vast te leggen. Terwijl Russische soldaten en studenten de kisten met medicamenten en voedsel op het platform takelden, bleven zelfs de Sovjet-camera's rusten op het motto waarvan elke kist was voorzien: 'To the Soviet people from the people of the United States - with love'. De zoveelste publiciteitsstunt voor het snelgroeiende liefdadigheidsimperium van Robert Macauley, een goede vriend van George Bush.

Keer op keer is AmeriCares als eerste ter plekke geweest om hulpgoederen af te leveren voor slachtoffers van oorlogsgeweld, hongersnood en natuurrampen, waar ook ter wereld. Niet gehinderd door bureaucratie en met gulle steun van militaire en economische machthebbers, is AmeriCares bij wijze van spreken al op de plaats van een aardbeving als de kopjes nog rinkelen.

In 1988 bij voorbeeld, toen de Sovjet-republiek Armenie werd getroffen door een verwoestende aardbeving waarbij duizenden mensen onder een lawine van puin werden bedolven, was AmeriCares daar als eerste met enorme hoeveelheden medicijnen, maar ook met dekens, speelgoed en andere speciaal voor kinderen bestemde goederen. De van rood-wit-blauwe decoraties voorziene vrachten vormen zo langzamerhand een vertrouwd beeld, van de woestijnen van Ethiopie tot de kusten van de Filippijnen. En het gezicht van de grondlegger ervan is al net zo bekend geworden. Macauley was 'Man van de Week' bij ABC News, na de hulp aan Armenie en werd door invloedrijke tijdschriften als Reader's Digest en People afgeschilderd in zo ongeveer elke nuance tussen heilige en martelaar. Tot nu toe is echter nog niet beschreven hoezeer deze hulporganisatie functioneert als uitvoerend orgaan van officieus buitenlands beleid, en als buitenlands agent van enkele van de machtigste Amerikaanse bedrijven.

Commercie

AmeriCares wordt geleid en gesteund door invloedrijke rechtse zakenmensen en politici die nauwe banden onderhouden met de inlichtingendiensten, met president George Bush (voormalig CIA-chef) en met de meest behoudende elementen in de katholieke kerk. Zij distribueren medicijnen en medische apparatuur geschonken door tweehonderd Amerikaanse farmaceutische bedrijven. Het doel van Macauley is om in 1993 bij de tiende verjaardag van zijn club (die in 1990 voor 70 miljoen dollar aan goederen verscheepte) voor in totaal een miljard dollar te hebben verscheept. De donorbedrijven vinden het hulpprogramma aantrekkelijk omdat hun schenkingen volgens de belastingwet van de Verenigde Staten fiscaal aftrekbaar zijn, soms voor het dubbele van de frabicagekosten. Vaak gaat het om medicijnen die niet erg in trek zijn of nog maar kort houdbaar, en die daarom anders tegen aanzienlijke kosten hadden moeten worden vernietigd.

“Deze farmaceutische bedrijven hebben vaak overschotten en moeten zich daarvan ontdoen op een manier die geen sporen nalaat”, zei de vice-president van AmeriCares, Charles Chantler, in 1990 tegen een verslaggever. “ Ze kunnen deze overtollige goederen niet dumpen op stortplaatsen voor vuilverwerking omdat die voor mensen bereikbaar zijn. Het kost ze geld om er van af te komen. Dus bieden wij ze de mogelijkheid om op een goede en nuttige manier iets kwijt te raken wat zij niet meer gebruiken.”

Maar al te vaak zijn de 'giften' aan de slachtoffers van oorlog, economische of natuurrampen op zijn best geschikt voor beperkt gebruik en op zijn slechtst een nieuwe ramp. In sommige gevallen heeft AmeriCares schenkingen geaccepteerd die door andere hulporganisaties waren geweigerd. Zo kwam een vliegtuig van de Amerikaanse luchtmacht aan op de Filippijnen met een transport van AmeriCares: meer dan een miljoen doses entstof voor de bestrijding van hemophillus influenza-B, een nogal zeldzame ziekte die meestal baby's van zeven tot acht maanden treft. Een andere organisatie had dit vaccin geweigerd toen bleek dat het medicijn bedoeld was voor kinderen vanaf twee jaar. Filippijnse gezondheidsinspecteurs waren verontwaardigd en wilden het transport niet toelaten. “ We kwamen tot de conclusie dat het niet goed was voor onze kinderen”, zegt dr. Linda Milan, hoofd van de afdeling Buitenlandse Hulpverlening van het Filippijnse ministerie van gezondheid. AmeriCares drong aan op acceptatie, maar moest na veel geruzie uiteindelijk het vaccin mee terug nemen naar de Verenigde Staten. Daar werd het doorgegeven aan een andere hulporganisatie, Share, waarvan verschillende bestuursleden ook in het bestuur van AmeriCares zitten. Share stuurde het vaccin naar Mexico, waar de betrokken ziekte niet vaker voorkomt dan op de Filippijnen. Een functionaris van de hulpdienst zei dat het land de zending had geccepteerd omdat “ er geen controle aanwezig was”.

Het was niet de eerste keer dat zendingen van AmeriCares problemen veroorzaakten. Hoewel ze soms nuttig zijn, blijken schenkingen van AmeriCares vaak verknoeid door onduidelijke etikettering, ongeschikte verpakking en overbodigheid. Dit wijst op de opvallende rol die AmeriCares speelt bij een algemeen probleem in de hulpverlening: het voorrang geven aan publiciteit boven de kwaliteit van de hulp.

“Dat streven om er het eerst te zijn, deugt absoluut niet”, zegt dr. Claude de Ville, hoofd van de rampenhulp van de Pan American Health Organization: “ Je moet de beste zijn. Veel van deze mensen zijn er het eerst omdat dat thuis goed oogt, en niet omdat zich zo'n zorgen maken.” De enorme hoeveelheden medicijnen die overhaast worden verzonden naar rampgebieden houden vaak mensen en middelen vast die eigenlijk nodig zijn voor nuttiger werk, en veroorzaken woede en ergernis bij mensen die een race tegen de klok houden.

Over Armenie, waar AmeriCares zowel de eerste particuliere hulporganisatie was die ter plekke arriveerde als een van de belangrijkste leveranciers van medicijnen, schreef het Engelse medisch-wetenschappelijke blad The Lancet: “ De meeste geneesmiddelen arriveerden zonder begeleiding. Vaak zetten de vliegtuigen de kisten gewoon op de landingsstrook en vertrokken weer.” Het blad merkte ook nog op dat tachtig procent van de medicijnen die de eerste dagen aankwamen, niet was gesorteerd, onhandig verpakt en moeilijk thuis te brengen. In de zwaarst getroffen gebieden “ verspilden de apothekers ongeveer tweederde van hun tijd alleen maar aan het zoeken en identificeren van bruikbare medicijnen.”

Hulporganisaties dumpten zoveel medicijnen dat het vijftig mensen zes maanden kostte om een overzicht te krijgen van wat er was. Een treffend voorbeeld was het antibioticum doxycycline, voornamelijk geleverd door AmeriCares. Hoewel Armenie slechts 250.000 tabletten van het medicijn nodig had, werden er zeven miljoen tabletten ontvangen waarvan 95 procent niet lang genoeg houdbaar was.

HULPPOLITIEK .

Stephen Johnson, president van AmeriCares [voorzitter Macauley weigerde een interview, red.], gaf toe dat alle medicijnen die naar Armenie waren vervoerd Engelse labels hadden, maar zei dat er twee apothekers waren meegestuurd om ze te identificeren. (Er waren vijf opslagplaatsen vol met hulpvoorraden van verscheidene organisaties, elk zo groot als een voetbalveld.)

AmeriCares zegt over de hele wereld hulp te bieden ongeacht 'ras, godsdienst of politieke overtuiging'. Maar de organisatie kiest regelmatig partij. Hoewel veel van de liefdadigheidshulp naar Midden-Amerika gaat, is een fors gedeelte naar de brandhaarden in het in verval geraakte Sovjet-imperium gestuurd; naar Afghanistan, Ethiopie, Armenie en Polen. Intussen worden veel plaatsen waar de grootste behoefte bestaat aan medische voorraden, maar die niet van 'strategisch belang' worden geacht voor de VS, praktisch genegeerd - met name de gebieden in de Sahel, in Afrika. In 1990 bij voorbeeld gaf AmeriCares 17, 8 miljoen dollar aan Polen, en slechts 59.000 dollar aan Oeganda dat met de Aids-epidemie een enorme behoefte heeft aan alle mogelijke soorten medicamenten. De erevoorzitter van AmeriCares, voormalig veiligheidsadviseur Zbigniew Brzezinski, had een sterke belangstelling voor zowel zijn geboorteland Polen als voor Afghanistan. Americares vloog gewonde Afghaanse guerilla's naar een legerhospitaal in Washington.

Andere grote hulporganisaties proberen iedere schijn van politieke motivatie te vermijden. De directeur van Operation California, Richard Walden, publiceerde een artikel waarin hij aangaf waarom zijn organisatie wegbleef uit Roemenie en Panama: “ De beide crises hebben een nauwe relatie met de huidige doelstellingen van het buitenlands beleid van de VS [... ] en beide landen zullen op grote schaal overtollige voorraden toelaten.” AmeriCares had er geen moeite mee.

De organisatie blijkt zich ook niet te houden aan de normen van de Conventie van Geneve die eist dat er hulp moet worden gegeven aan alle partjen in een conflict, en waarin staat dat hulp aan legermachten niet beschouwd kan worden als 'humanitair'. In 1988 verzuimde de organisatie hulp te bieden aan het Sandinistische Nicaragua waar een verwoestende orkaan had gewoed, hoewel andere organisaties met inbegrip van het Amerikaanse Rode Kruis dat wel deden. Maar op 28 februari 1990, nauwelijks drie dagen na de verkiezingszege van de door de VS gesteunde Violeta Barrios de Chamorro op de Sandinisten, bracht de eerste AmeriCares vlucht 23 ton medicamenten binnen.

VATICAAN EN MACAULEY

AmeriCares begon met een pauselijke zege. In 1981 vloog Macauley naar Rome voor een persoonlijke audientie bij paus Johannes Paulus II. De brochure van AmeriCares vermeldt dat de paus Macauley dringend verzocht medicijnen naar Polen te sturen (waar een groeiende onrust heerste en waar net de staat van beleg was ingesteld.) “ Het was het verzoek van de paus”, staat in de pamfletten, “ waarop Macauley antwoordde, 'Zeker, Uwe Heiligheid', dat de aanzet gaf voor AmeriCares tot het leveren van hulp ter waarde van miljoenen dollars aan hulpbehoevenden in eigen land en over de hele wereld.”

Sinds 1983 werkt AmeriCares in bijna de hele wereld samen met de machtige Vaticaanse orde der Maltezer ridders, een orde met meer dan 10.000 leden in 42 landen. Onder de leden en ereleden bevinden zich hoofden van de CIA en Franse, Italiaanse en Duitse geheime diensten. De orde heeft de ongewone status van een erkende soevereine staat zonder grondgebied, wat betekent dat ze in veel landen volledige diplomatieke rechten geniet en goederen snel en ongezien over de grens kan brengen via de 'diplomatieke post'.

Een Maltezer ridder, de voormalige Amerikaanse republikeinse senator Jeremiah Denton uit Alabama, diende het wetsvoorstel in dat het straalvliegtuigen van de Amerikaaanse luchtmacht mogelijk maakte om hun 'surplus capaciteit' te gebruiken om voorraden van organisaties zoals AmeriCares te vervoeren. “ De luchtmacht leent ons zeker geen vliegtuigen”, zegt Louise Simone, voorzitter van de Armenian General Benevolent Union, die een belangrijke rol speelde bij de hulp na de aardbeving in Armenie. “ Er is ons verteld dat de luchtmacht aan niemand vliegtuigen kan uitlenen.” In de meeste gevallen betrekt AmeriCares de vliegtuigen ook niet direct van de regering: zij chartert ze meestal van Southern Air Transport, een bedrijf dat sinds lang is geassocieerd met de CIA.

In het bestuur van AmeriCares is J. Peter Grace hoofd van de raad van advies. Hij is ook president van de American Association of the Knights of Malta. Peter Grace (van het W. R. Grace-concern, omzet zeven miljard dollar) was onder meer actief bij de naoorlogse inspanningen om nazi-talent in te palmen. Grace was mede-oprichter van het American Institute for Free Labor Development, dat trainingen gaf aan vakbondsleiders die het bedrijfsleven goed gezind zijn. Het AIFLD was openlijk trots op de rol van haar cursisten bij het omverwerpen van hervormingsgezinde regimes, zoals de regering Goulart in Brazilie in 1964.

Een ander lid van de raad van advies van AmeriCares dat een vitale rol speelt, is de gepensioneerde generaal Richard Stilwell, de tsaar van de geheime dienst van het Pentagon onder Ronald Reagan. Stilwells belangstelling om hart en ziel van de massa te winnen dateert uit de Vietnamoorlog, toen hij een uiterst belangrijke voorstander was van het Strategisch Gehuchten Programma, waarbij miljoenen dorpelingen werden gedwongen om hun huizen te verlaten en naar kampen te gaan waar het contact met guerrillastrijders kon worden beperkt (het plan werd later toegepast in Guatemala.)

Stilwell probeerde het humanitaire hulpprogramma van het departement van defensie uit te breiden teneinde het beeld van de Amerikaanse strijdkrachten te verbeteren, terwijl hij de militairen de gelegenheid gaf om strategische plaatsen te inspecteren. In 1984 adviseerde een Pentagoncommissie uitbreiding van dergelijke hulp aan Midden-Amerika en Ethiopie; ze deed ook een voorstel tot verspreiding van 'surplus goederen' als rampenhulp.

BUSH AAN BOORD

Waar AmeriCares verschijnt, is meestal een Bush aan boord, of het nu de president is of een van zijn familieleden (bij voorbeeld zijn broer, Prescott jr., lid van het bestuur van AmeriCares.)

Toen AmeriCares 120 ton voedsel en medicijnen zond naar de provincies die in 1985 rebelleerden tegen de marxistische regering van Ethiopie, was de toenmalige vice-president in Khartoem met Macauley aanwezig bij de aankomst van het vliegtuig. Bush en Macauley doken weer samen op bij een ceremonie op het vliegveld in Ecuador in 1987 om erkentelijkheid te betonen voor de activiteiten van AmeriCares na een aardbeving daar. De zoon van de president, Jeb, en zijn kleinzoon George P., begeleidden in 1988 de luchtbrug naar Armenie van AmeriCares. In Nicaragua was Marvin, ook een zoon van de president, aan boord van een vlucht die precies een dag na de installatie van Violeta Chamorro aankwam en werd begroet door de ambassadeur van de Maltezer ridders, Roberto Alejos. Zelfs de lijfarts van de president, Burton J. Lee III, zit in de medische adviescommissie van AmeriCares.

De president en Robert Macauley zijn oude vrienden, zij kennen elkaar al van de kleuterschool, de lagere school en Yale, waar zij jaargenoten waren. Tegenwoordig volgen de bemoeienissen van Macauley vaak onmiddellijk die van Bush op: AmeriCares was precies een week nadat 24.000 Amerikaanse militairen in december 1989 Panama binnenvielen in dat land aanwezig met medische voorraden. Het transport van AmeriCares werd gecoordineerd door Amerikaanse topfunctionarissen, onder wie generaal Colin Powell, voorzitter van de gezamenlijke chefs van staven. Weer werd het vliegtuig ontvangen door plaatselijke leden van de Maltezer orde. (De belangstelling van AmeriCares voor Panama heeft zich recentelijk ontwikkeld: het land ontving praktisch geen hulp voor de invasie, maar 2, 5 miljoen dollar in de zes maanden daarna.)

Hoewel de leus van Robert Macauley is: “ from te people of the United States - with love”, neemt de liefdadigheid soms vreemde vormen aan. Toen Macauley eens werd gevraagd of AmeriCares ook wapens transporteerde, antwoordde hij dat dit niet het geval was. Maar hij voegde er haastig aan toe dat hij het wel zou doen als de regering dat vroeg. “ Als burger is het mijn plicht om de orders van de opperbevelhebber op te volgen.”

    • Vertaling Loes Vonk
    • Russ W. Baker