De factor olie

NA TWEE ETMALEN Golfoorlog was de prijs voor een vat ruwe olie gisteravond gedaald tot onder de twintig dollar. Op 2 augustus 1990, toen Irak zijn buurland Koeweit annexeerde, noteerde een vat olie 22, 50 dollar. In de daaropvolgende maanden steeg de olieprijs kortstondig tot boven de veertig dollar per vat. Zodra de oliehandelaren de Iraakse dreiging om olie-installaties in Saoedi-Arabie te vernietigen naar hun werkelijke waarde hadden ingeschat, klapten de olieprijzen in elkaar.

Saddam Hussein heeft ook in dit opzicht een kapitale misrekening gemaakt. Eerder heeft hij het tegendeel bereikt van zijn doel: opdrijven van de olieprijzen om de economische uitputting van zijn land na de oorlog tegen Iran te boven te komen. Maar tengevolge van de opgevoerde produktie van de overige olieproducenten zwemt de wereld de komende maanden in de olie.

De elektronische financiele markten schudden de doemscenario's die in de afgelopen maanden waren ontwikkeld over dramatische koersdalingen en explosief stijgende olieprijzen gemakkelijk van zich af. Het oorlogsrisico was allang in de koersen verdisconteerd en het vertrouwen in een snelle afloop van de oorlog nam verder toe door de verbluffende staaltjes van de 'high tech'-oorlog die direct via de televisie waren te volgen. Toen na vijf maanden onzekerheid eindelijk de gevechtshandelingen uitbraken, reageerden de markten euforisch. Van Tokio tot New York schoten aandelen- en obligatiekoersen omhoog, en de traditionele toevluchtsoorden in tijden van crisis, de dollar en het goud, kelderden in prijs.

GEOLOGIE EN GEOGRAFIE hangen in de Golfregio ten nauwste met elkaar samen. De vastberadenheid van de internationale gemeenschap om Irak uit Koeweit te verdrijven heeft niet alleen te maken met de verdediging van het universele beginsel van soevereiniteit, maar ook met het geo-politieke gegeven dat het Midden-Oosten de belangrijkste olieproducent van de wereld is.

Westerse anti-oorlogsdemonstranten zijn de straat opgegaan met de kreet 'Geen bloed voor olie'. Dat is een misleidende leuze. Olie is niet zomaar een grondstof. Het is de belangrijkste energiebron voor de wereld en voor vrijwel alle landen de kurk waarop welvaart, groei en ontwikkeling drijven. Als Saddam Hussein er in zou zijn geslaagd om de olieprijzen blijvend omhoog te jagen, zou de economische schade van de Golfcrisis aanzienlijk zijn geweest. Niet alleen voor de industrielanden, ook voor de landen in de Derde wereld en in Oost-Europa.

Na de annexatie van Koeweit had Saddam Hussein de controle over een vijfde van de olieproduktie in de wereld, en als hij vervolgens ook Saoedi-Arabie zou hebben veroverd zelfs 44 procent. Voor de internationale gemeenschap, inclusief de andere olieproducerende landen, was het onaanvaardbaar dat een megalomane dictator de oliekraan in de wereld zou controleren en met chantage of prijsopdrijving de stabiliteit van de wereldeconomie zou kunnen bedreigen.

Aan het einde van de twintigste eeuw is de wereld aangewezen op een gegarandeerde oliestroom die tegen een redelijke prijs wordt geleverd. Radicale verstoringen ontwrichten de wereldeconomie, zoals de jaren zeventig hebben laten zien. Een herhaling daarvan in de jaren negentig zou catastrofaal zijn geweest. Het begin van de oorlog om Irak uit Koeweit te verdrijven overtuigde de oliemarkten ervan dat Saddam Hussein in die opzet niet zal slagen. Dat is reden voor wereldwijde opluchting.