'Broker' Jose Bogaard-van Erp; 'Op tijd winst nemen, dat is het belangrijkst'

Zes jaar geleden stapte ze uit de kaashandel en via een stage van een dag ging ze in de effectenhandel. Jose Bogaard-van Erp is inmiddels het enige vrouwelijke beurslid, directeur van de snelst groeiende 'broker' van de Optiebeurs. 'Maar er blijven mensen die niet accepteren dat ze met een vrouw zaken moeten doen. Dat zijn de echte conservatieven.'

Ze is klein en heeft donkere krullen. Haar gekleurde jurk steekt fel af tegen het interieur van het effectenkantoor. Witte muren, witte bureaus, witte beeldschermen waarop de wereld van aandelen en opties voorbij trekt. “ De dollar is een stuk hoger: 1, 72 gulden. Dat zie je vaak als de spanning in de wereld stijgt. Hij zal nog wel verder oplopen.”

De ogen van Jose Bogaard-Van Erp dwalen over de koersen. Als kind belegde ze al. Haar eerst verdiende geld stak ze in aandelen Nefo ('' maar dat bestaat niet meer'' ) en Robeco. Nu is ze directeur van het Noordnederlands Effektenkantoor, de grootste onafhankelijke 'broker' van de Amsterdamse Optiebeurs. Het hoofdkantoor is gevestigd in een verbouwd pakhuis aan de Westerkade, in het hart van Groningen. De zaken gaan zo goed dat de monumentale vestiging aan het Rokin in Amsterdam na een jaar al weer wordt uitgebreid.

“Hoe is het op de beurs Jose? ”, vraagt haar mede-vennoot F. Andringa die langs loopt. “ Zwakjes”, zegt ze. “ De opening was al te hoog.” Een keer in de week zijn de twee directeuren in Amsterdam te vinden, maar doorgaans werken ze in Groningen. Daar zitten van oudsher de meeste klanten.

Niet eens zo lang geleden zaten Andringa en Bogaard allebei nog in de kaashandel. Hij had een groothandelsbedrijf in Groningen, De Lauwes BV; zij kocht kaas in en deed de export. Zes jaar geleden gaven ze er de brui aan. Het was moeilijk voor zelfstandige kaashandelaren het hoofd boven water te houden. Er waren steeds minder zuivelfabrieken waar ze kaas van konden kopen. Fusies in de zuivel leidden er toe dat fabrikanten zelf de export verzorgden en rechtstreeks aan winkels leverden. Dat was altijd goedkoper.

In 1984 werd de zaak verkocht en begon het tweetal een effectenkantoor. Andringa handelde al langer in aandelen en ook voor Bogaard was de beurs bekend terrein. “ Het is wel heel wat anders”, zegt ze, “ Voor de effectenhandel heb je specifieke financiele kennis nodig. Maar uiteindelijk is de handel op zich hetzelfde. In kaas werden grote contracten afgesloten, en dat is nu eigenlijk niet anders.”

Telefoon. “ Of we 4000 gulden blokkeren voor een future short?”

“Ik heb qua saldo niet voldoende staan voor een short-positie. Dan zou u eerst contact met de client moeten opnemen. Wij accepteren geen positie als er geen geld voor staat.”

“Nee, er staat geen geld op zijn rekening. Er is ook vandaag niets bijgekomen. Als het geld gestort wordt is het geen probleem. Dan kan ik 4000 gulden blokkeren.”

“Goed, dan hoor ik nog van u.”

“Dat was een ander effectenkantoor”, zegt Bogaard. “ Zij hebben een klant voor ons. Nu vragen ze of wij een bepaalde positie voor hem accepteren: een future short. Het gaat om de verkoop van een termijncontract op de aandelen-index van de optiebeurs. De index is een gemiddelde van 25 aandelenfondsen. De klant speculeert in dit geval op een daling van de koersen zodat dezelfde index na een bepaalde termijn voor een lagere prijs weer kan worden gekocht. Maar de persoon om wie het gaat heeft een schuld staan van 11.000 gulden. Slordigheidje van het kantoor.”

Aan het bureau tegenover dat van Bogaard gebaart Andringa, enigszins opgewonden. “ Wil jij deze client nemen Jose.” Dan fluistert hij: “ Je moet er wel wat zorg aan besteden. Het gaat om anderhalf miljoen.”

'MEVROUW, MIJNE HEREN'

Bij het Noordnederlands Effektenkantoor kunnen klanten aandelen, obligaties en opties kopen of verkopen. Het kantoor handelt uitsluitend namens de klant en rekent voor adviezen een vaste commissie. Bogaard: “ Wij zijn de hele dag bezig met adviseren, orders doorbellen en uitvoeren. Ook komen klanten binnen die een rekening willen openen of bepaalde beursinformatie willen hebben.”

Om te kunnen handelen moet een 'broker' lid worden van de financiele markten. Dus werd het tweetal lid van de Amsterdamse Effectenbeurs (kosten 300.000 gulden), kocht daarna een zetel op de Optiebeurs (520.000 gulden) en stortte een garantievermogen van 250.000 gulden. Dat was een meevaller want na de beurskrach in 1987 werd de kapitaalseis opgeschroefd tot een miljoen. Daarnaast werd het kantoor lid van de financiele termijnmarkt.

Bogaard maakt als directeur deel uit van de Vereniging voor de Nederlandse Effectenhandel. Ze is het enige vrouwelijke beurslid. Vrouwen in topfuncties zijn in Nederland dun gezaaid en in de financiele wereld met een loep te zoeken. Het aantal vrouwen met een baan is weliswaar gestegen van 29 procent in 1971 tot 52 procent in 1990. Maar de meeste vrouwen werken part-time.

De organisatie Vrouwennetwerk schat het potentieel aan vrouwen in het management op tienduizend. Van de ruim 170 beursgenoteerde ondernemingen heeft alleen de uitzendorganisatie Content Beheer een vrouw aan de top. Ook banken worden uitsluitend door heren bestuurd, net als effectenkantoren.

“Ik heb er geen moeite mee. Het valt natuurlijk wel op dat je nauwelijks vrouwen ziet in de financiele wereld. Verder merk ik er weinig van”, zegt Bogaard. “ Het beursbestuur hield bij onze aanmelding een kort toespraakje waarin er aan werd herinnerd dat eerder vrouwen lid van de vereniging waren geweest. Zij zijn inmiddels weer verdwenen. En tijdens vergaderingen van de beurs ben je de enige vrouw. Aanvankelijk keek iedereen op. Maar nu valt het niet meer op. Alleen de voorzitter zegt nu: 'Mevrouw, mijne heren' als hij de vergadering opent.”

Soms vinden de klanten het minder prettig door een vrouw behandeld te worden. “ Ik had iemand aan de lijn die de directeur wilde spreken. Daar spreekt u mee, zei ik. Daar nam de man geen genoegen mee. De meesten vinden het geen probleem. Maar er blijven mensen die niet accepteren dat ze met een vrouw zaken moeten doen. Dat zijn de echte conservatieven.”

“Meestal is het een voordeel dat aan deze kant van de lijn een vrouw zit”, voegt Andringa er in het voorbijgaan aan toe. “ Want het zijn meestal mannen die kopen.”

De beurs zelf werpt volgens Bogaard geen obstakels op voor vrouwen. “ Het is natuurlijk wel een vereiste dat je full-time werkt. Je moet het nieuws permanent volgen, ook 's avonds. Anders kun je dit werk niet doen. Verreweg de meeste vrouwen willen toch liever een part-time baan.”

Het geringe aantal vrouwen in de effectenwereld wijt ze aan het feit dat er te weinig zelfstandige commissionairs zijn. “ Effectenmakelaars hebben altijd een tweehoofdige directie en daar zitten al mannen in. De meesten vrouwen die economie hebben gestudeerd en een baan zoeken, komen bij een bank terecht. Daar is het nog moeilijker in de leiding te komen. Wij zijn met z'n tweeen begonnen. Dat gebeurt niet zo vaak.”

Zij had de praktijk als leerschool. Na de HBS, werkte Bogaard bij het Gemeentelijk Administratie Kantoor in Leeuwarden. Daarna kwam ze in de export terecht en leerde Spaans en Italiaans. Op haar 24ste trouwde ze, kreeg drie zoons en stapte pas weer twaalf jaar later in het arbeidsproces. Een korte stage van een dag bij het kantoor Intereffect in Joure stoomde haar klaar voor de wereld van aandelen en opties.

“Je kunt allerlei cursussen doen, maar je krijgt dit vak pas onder de knie door het te doen. De toekomst is belangrijk. Leerde je vroeger dat Philips een goed bedrijf was, dan heb je daar nu niets aan. De vraag is: hoe doet de onderneming het in de toekomst. Hoe wordt de koers-winstverhouding; de verhouding tussen de prijs van het aandeel gedeeld door de winst van een bedrijf. Dat is een kwestie van het nieuws heel goed bijhouden, de politieke ontwikkelingen, de dollar, de rente.”

“Waarom gaat de beurs naar beneden? Omdat de kans op oorlog in het Midden-Oosten toeneemt. Dan stijgt de dollar, het goud en de olieprijs. Dat is slecht voor de transportsector en chemiefondsen. Die gebruiken veel olie. Daf, Gist-brocades, KLM, ze zijn allemaal lager. Dat zijn van die algemeenheden die je moet weten.”

Er belde net iemand die calls DSM wilde kopen, zegt ze. De call-optie geeft de koper het recht om honderd aandelen te kopen tegen een vooraf vastgestelde koers en gedurende de hele looptijd van die optie. De klant koopt dus niet de aandelen, maar het recht om deze aandelen binnen de looptijd tegen een vooraf vastgestelde koers te verwerven, legt Bogaard uit. Op opties kun je winst maken op aandelen, zonder die aandelen zelf te bezitten.

“Je investeert bij voorbeeld zeventien gulden in een optie op 200 aandelen Aegon voor 110 gulden tot 1993. Als het aandeel tijdens de looptijd van de optie stijgt boven de vooraf gestelde koers kun je op opties meer winst behalen dan op aandelen. Opties hebben wel een wat speculatiever karakter dan aandelen.”

Ze heeft inmiddels de klant aangeraden nog even te wachten met DSM. “ Het fonds staat nu op 90 gulden. Maar ik verwacht dat de koers nog verder zal teruglopen. De meeste mensen durven niet te kopen als de koers naar beneden gaat. Ze wachten en wachten totdat de fondsen weer duurder worden.”

BERG GELD

Het Noordnederlands Effektenkantoor is gespecialiseerd in opties. De handel loopt zo voorspoedig dat het kantoor bij de Optiebeurs bekend staat als de snelste groeier. Sloot het kantoor in 1986 2.800 contracten af, in 1989 waren dat er 56.000 en vorig jaar 120.000.

Vooral de kleine particuliere belegger klopt aan bij het Groningse effectenkantoor. Door het wegvallen van de beursbelasting op 1 juli vorig jaar, zijn middelgrote transacties tussen de 10.000 en 2, 5 miljoen gulden voor de commissionairs interessanter geworden.

“Er zit een berg geld in Nederland”, constateert Bogaard. “ Vaak erfenissen. Er komen klanten die anderhalf miljoen willen beleggen. Dan ga je een plan maken. Daarmee moet je heel voorzichtig zijn. Iemand kan wel veel geld hebben, maar wil misschien slechts voor een dubbeltje risico lopen.”

Telefoon. “ Nee, wij gaan niet zo agressief te werk. U moet daar erg voorzichtig mee zijn. Er zijn veel malafide termijnhandelaren. Zij willen dat u het geld op hun rekening stort. Bij ons kantoor is dat anders. U stort op uw rekening bij de Kas-Associatie, dat is de bank voor effectenmakelaars.”

“Wij beheren zelf geen geld van klanten”, legt Bogaard uit terwijl ze de telefoon neerlegt. “ Een commissionair bemiddelt alleen, adviseert. Wij hebben ons eigen netwerk gecreeerd. Opdrachten voor opties geven wij door aan Van Berkel die opereert op de Optiebeurs. Effecten worden afgehandeld door Rutgers. Ons werk is heel anders dan dat van een 'floor broker'. Hij handelt op de Optiebeurs en voert de orders uit.”

“Het werk op de vloer is niets voor mij”, zegt Bogaard. “ Je hebt helemaal geen persoonlijk contact met de klanten. De meesten ken ik van gezicht want iedereen komt hier wel een keertje binnenlopen.”

Het geheim van het Groningse effectenkantoor is volgens haar de lage drempel. “ Bij ons worden klanten minder ambtelijk geholpen dan bij de grote banken.” Dat is volgens haar een voordeel van zelfstandige effectenkantoren waarvan Nederland er hooguit nog tien telt. Dat zijn kleine kantoren waarbij de directie tevens eigenaar is. De rest is door de banken opgeslokt.

“Banken zijn door de vele fusies te groot geworden en geven vooral kleinere aandeelhouders minder service. Wij zijn een heel kleine organisatie. Er werken in totaal zes mensen. Daardoor hebben we minder vaste kosten dan een bank.

“Wij beschikken snel over veel koersinformatie”, zegt de directeur. Het kantoor krijgt gegevens uit het informele circuit en heeft een rechtstreekse aansluiting met de optiebeurs. “ Elke koersverandering kunnen we hier op het scherm volgen waardoor we gauw kunnen handelen. Vrijwel geen bank of commissionair in Nederland stelt deze aansluiting ter beschikking van de client. Dat gebeurt bij ons wel. Het is belangrijk om heel snel toe te slaan, want er zijn zo'n vijfduizend kantoren actief in de markt. Afgelopen vrijdag hadden we 400 van de 25.591 optiecontracten. Dat is niet gek voor zo'n kleine zaak.”

WERELDOORLOG .

In het Noordnederlands Effektenkantoor is op de eerste verdieping een beurszaal ingericht zodat klanten op computerschermen zelf de koersen op de effecten- en optiebeurs kunnen volgen. Vanuit de beurszaal kan men orders doorgeven aan de vertegenwoordiger van het effectenkantoor in Amsterdam of Groningen. Er zitten vijf jongens voor het scherm met optiekoersen. “ Nu is het rustig, maar als de handels- of werkloosheidscijfers uit Amerika bekend worden gemaakt, zitten hier al gauw vijftig klanten. Toen de beurs in 1987 in elkaar zakte was het helemaal vol.”

“Er kan een nieuwe koersval komen, maar die verwacht ik in ieder geval niet voor 15 januari”, zegt Bogaard. “ Er zijn tal van beursgoeroe's die allerlei voorspellingen doen in beleggingsblaadjes. Wij moeten natuurlijk handelen voordat het in die bladen staat.”

“Er is altijd een relatie tussen ontwikkelingen op de beurs en de economie. 's Morgens kijk ik als eerste naar de obligatiekoersen. Als die lager zijn, stijgt de rente. Dan heb ik een stemmingsbeeld voor die dag. Meestal als de obligaties laag inzetten, blijven ze laag. Hogere rente betekent lagere koersen van aandelen. De beurs is beslist een graadmeter.

“De rente is momenteel al hoog. Bedrijven verdienen minder door de stijgende rentelast en hebben minder omzet omdat particulieren minder besteden. Je ziet het al aan de huizenmarkt. Er wordt veel minder verkocht. Vaak lopen de huizen- en effectenmarkt gelijk op, alleen zie je de prijzen van huizen niet elke dag in de krant en de koersen van aandelen wel.” Het is de laatste tijd dan ook erg rustig, zegt Bogaard. Ze heeft deze morgen nog maar vier contracten gehad.

Telefoon. “ Dag Bert. In orde. Twintig calls Royal Dutch voor 2, 50.”

“De olies en Unilever zijn mooie fondsen”, gaat ze verder. “ Mooi wat betreft het bedrijfsresultaat en de stabiliteit. En er zijn weinig geruchten. Van de olies zul je nooit een gerucht horen over overnemingen of zoiets.”

“De timing vind ik een sport. Je moet vliegensvlug handelen. Zo goed mogelijk aan- of verkopen. Dan verdient de klant het meest. Op tijd winst nemen is het belangrijkste. Je kunt beter een dubbeltje winst hebben, dan een dubbeltje verlies. Bij sommige beleggers gaat het daar mis. Als ze een keer de jackpot hebben, willen ze nog een keer en nog een keer. En dan verliezen ze, ook al hebben wij gewaarschuwd.

“Maar”, zegt ze resoluut, “ de klant beslist altijd. Ook als het fout gaat. Als hij een bepaalde koers wil behalen en met de verkoop van een optie wil wachten, houd je de stukken in portefeuille. Ook al zie je de koers dalen en denk je eigenlijk: nu moet ik hem pakken.”

    • Michèle de Waard