Bridge

Speldiagrammen zijn kwetsbare informatiedragers. In de laatste rubriek van 1990 stond (door een slecht leesbare fax werd in plaats van een 3 een B gelezen) ook de laatste fout van dat jaar. Nogal wat lezers hebben zowel op de fout als op het spel zelf gereageerd en daarom laat ik het diagram, nu verbeterd, nog eens zien:

(Schoppen) H B 10 8 6 (Harten) A 6 3 (Ruiten) H 5 2 (Klaver) A 2 (Schoppen) A V 9 7 4 (Harten) 8 4 2 (Ruiten) A 7 4 (Klaver) H 3

W komt tegen 4 (Schoppen) met (Klaver) V uit en de vraag is hoe je moet spelen om 10 slagen veilig te stellen. Het is duidelijk dat er geen enkel probleem is tenzij O een renonce in (Klaver) bezit en de uitkomst kan troeven. Hiertegen kan Z zich wapenen door (Klaver) V met (Klaver) A te dekken en als O inderdaad troeft, in de hand (Klaver) H onder te gooien! Waarom? Om W in (Klaver) aan slag te kunnen brengen nadat de troeven zijn getrokken en met (Harten) A-H en (Ruiten) A West van zijn rode kaarten is beroofd. Met (Klaver) gedwongen aan slag gebracht moet W dan in de dubbele (Klaver)-renonce spelen en de leider gooit dan in de ene hand een (Harten)- en in de andere hand een (Ruiten)-verliezer af. Aan slag gebleven moet W nogmaals (Klaver) spelen en nu verdwijnt een 2de verliezer in de ene hand terwijl de andere hand troeft. Door een slag te offeren krijgt Z er twee terug.

In het op 29 december afgedrukte diagram bleek Z ineens (Klaver) B in plaats van (Klaver) 3 te bezitten. Enkele lezers stelden dat W deze gift moet weigeren waardoor Z niet van zijn 4de verliezer kan afkomen. Maar W kwam met (Klaver) V uit (zonder (Klaver) B een wel zeer gekunstelde uitkomst) en (Klaver) B is de hoogst overgebleven (Klaver)-kaart waardoor de hele pointe van het spel niet opgaat. Andere lezers begrepen dat het om een zetfout ging, maar meenden dat het te onwaarschijnlijk was dat W net deze verdeling had om het risico van deze speelwijze te nemen. Maar dat is een vergissing. Als O in slag 1 kan troeven, is Z altijd down tenzij W's vier kaarten naast de (Klaver)-kleur hooguit 1 harten en 2 ruitens bevatten. Op zich zelf is dat niet zo onwaarschijnlijk en het gebeurt vaak genoeg, ook in veel eenvoudiger contracten, dat de leider een bepaalde verdeling van de kaarten bij zijn tegenstanders moet aannemen om een speelplan op te stellen dat tot succes leidt. Maar uiteindelijk gaat het hier niet om. Dit spel is natuurlijk gecomponeerd en wel zo dat het motief, dat destijds - de jaren '30 - geheel nieuw was, zo duidelijk mogelijk uitkomt. Desondanks zullen niet veel bridgers, als ze het motief tenminste niet kennen, de oplossing gauw zien.

Een aardig voorbeeld van het aannemen van een bepaalde verdeling om een succesvol speelplan te ontwerpen deed zich in de slotronde van het Leidse Olivettitoernooi voor. Het team van Roel Piket-Ron Heinsman - Ed Hoogenkamp-Loek Verhees moest hierin om de eindzege strijden met het Brabantse Dopharma-team dat op papier sterker moest worden geacht.

Het resultaat van dit spel droeg belangrijk bij aan de overwinning met 25-3 die de Leidenaren, opererend als het Van Lanschotteam, de toernooizege deed behalen:

(Schoppen) H 6 2

(Harten) 5

(Ruiten) A H 4

(Klaver) B 10 7 6 5 2

(Schoppen) 10 8 7 3

(Harten) B 8 3

(Ruiten) 9 7 3 2

(Klaver) A H

(Schoppen) A 5

(Harten) V 9 6 4 2

(Ruiten) 10 6 5

(Klaver) V 4 3

(Schoppen) V B 9 4

(Harten) A H 10 7

(Ruiten) V B 8

(Klaver) 9 8

Aan beide tafels verliep het bieden hetzelfde: N opende met 1 (Klaver) en herbood na Z's 1-(Harten)-antwoord 2 (Klaver) waarna Z 3 SA bood. Ook het spelen verliep aanvankelijk hetzelfde. W kwam met (Ruiten) 3 (volgens de 3de of 5de van boven) uit, Z won en speelde (Klaver), W aan slag met (Klaver) A speelde (Ruiten) 2 na, wat hem markeerde met een 4-kaart (Ruiten); de slag werd met (Ruiten) H genomen, waarna het (Klaver)-vervolg W met (Klaver) H aan slag bracht; opnieuw werd (Ruiten) gespeeld, voor N's (Ruiten) A en nu bracht de 3de (Klaver)-ronde O met (Klaver) V aan slag. Deze speelde (Harten) na voor Z's (Harten) A. Hoe nu verder? Roel Piket volgde deze redenering: “ O heeft de 13de (Ruiten) niet, anders zou hij hem wel hebben geincasseerd, en als W (Schoppen) A bezit, ben ik dus down; maar als O (Schoppen) A bezit, is (Schoppen) H geen entree voor de vrijgespeelde (Klaver)'s. De enige kans is dus dat ik O met (Schoppen) A-tweede tref.” Hij speelde daarom eerst (Schoppen) V voor, die hij mocht houden, en hij vervolgde met een kleine (Schoppen), maar dook in N! O moest met (Schoppen) A nemen en hierna was (Schoppen) H alsnog de entree voor de (Klaver)-winners. Aan de andere tafel werd deze logica niet gevolgd en ging het 3-SA-contract down.

Het deelnemen aan sterke nationale toernooien is voor topspelers sinds vorig jaar een stuk aantrekkelijker geworden, eerst doordat het nieuwe bridgetijdschrift IMP een Nationaal Toernooi Circuit (NTCI) heeft opgezet en aan het hoog eindigen in de hierbij aangesloten toernooien competitiepunten zijn verbonden, en sinds kort ook doordat IMP in Nobel Van Dijk een sponsor heeft gevonden die het veroveren van die competitiepunten erg aantrekkelijk heeft gemaakt. Aan het slot van het seizoen 1990-91 liggen er voor de beste 20 spelers interessante prijzen te wachten. Naast het door de NBB opgezette Koning en Hartman Toernooicircuit vormt dit een nieuwe stimulans voor de vaderlandse bridgetop om tot werkelijke topprestaties te komen. Het laatste decennium van de eeuw is ervoor om hiervan in de internationale kampioenschappen iets te merken. Voorlopig richten we in ieder geval onze aandacht op het sterk bezette World Top Tournament waarin dit weekeinde, in het Haagse hotel Des Indes, de beslissing valt. Carla Arnolds-Bep Vriend, Hans Kreijns-Kees Tammens en Enri Leufkens-Berry Westra zullen het hierin zwaar te verduren krijgen.

    • Bob van de Velde