Bevrijdende fusies

Nederland heeft dertig concerns met een beurswaarde van een miljard gulden of meer. Zij vormen de kopgroep van het Nederlandse bedrijfsleven. Van deze concerns zijn er drie door internationale fusies tot stand gekomen: de 'stokoude' Nederlands-Britse combinaties Koninklijke Shell en Unilever en daarnaast de nieuwe Nederlands-Belgische verzekeringsmaatschappij Amev-AG. De overige zijn 'puur' Nederlands, uitgaande van de samenstelling van het bestuur en de vestiging van het hoofdkantoor.

Net als in andere delen van de industriele wereld is er in ons land een fusiegolf gaande waarbij het echter veel meer gaat om overnames dan fusies. In dit laatste geval gaat het om integratie tussen twee gelijkwaardige partners.

'Echte' fusies waren er de laatste jaren weinig en bleven vooral beperkt tot de financiele sector. Na de mislukte 'verloving' van Amro met de Belgische Generale Bank zocht en vond Amro zijn heil bij de ABN. Verder waren er fusies tussen Avero-Centraal Beheer en NMB-Postbank. Deze laatste combinatie wil nu na ruim een jaar van haar bestaan in zee met Nationale Nederlanden. Buiten de financiele wereld fuseerden slechts twee zuivelondernemingen: Campina-Melkunie en Friesland-Frico-Domo.

Waarom fuseert een bedrijf of waarom wenst het een overname? Tevens, wat betekenen de snel in aantal toenemende strategische allianties? De kern van het antwoord is, dat de noodzaak of ten minste de drang bestaat om steeds groter te worden. Dit kan gebeuren uit defensieve of offensieve overwegingen via elkaar aanvullende en gelijkgerichte bedrijven. Overal echter heeft schaalvergroting plaats. Politiek bij voorbeeld via de EG en in het bedrijfsleven vooral via de markten die meer en meer mondiaal of in ieder geval Europees worden. De vakterm hiervoor luidt: globalisering.

Machtsverhoudingen verschuiven voortdurend. Als retail-ondernemingen zoals Ahold steeds groter worden, ontstaat tegendruk of countervailing power bij de leveranciers. Merkenfabrikanten - als Unilever, Nestle, Heineken en Sara Lee-Douwe Egberts - nemen dan tegenmaatregelen en groeien vooral door overnames. Het doel is dan om de produkten niet alleen op de plank te houden, maar indien mogelijk zelfs meer ruimte in de winkels te krijgen. In vrijwel alle branches hebben vergelijkbare krachtmetingen plaats.

Globalisering betekent dat de markten in de verschillende landen steeds meer op vergelijkbare wijze worden bewerkt. Dus met dezelfde merken, reclame en distributiesystemen. Alleen grote concerns kunnen hierin meedoen. Overnames of fusies zijn dan onvermijdelijk.

Groot worden betekent - zoals in het begin van de jaren tachtig werd aangegeven door Michael Porter van Harvard - dat bedrijven of kostenverlaging of differentiatie van produkten en diensten moeten realiseren. Wenst men juist klein te blijven dan dient men zich te specialiseren naar zowel produkt als markt. Dit heet nichemarketing. We moeten de mogelijkheden van fusies, overnames en allianties bezien vanuit deze strategische bewegingen.

Fusies hebben het grote voordeel dat men in een klap de schaal drastisch kan vergroten. Tevens worden partners gedwongen de organisatie te veranderen en een nieuw beleid uit te zetten. Het nadeel is dat zij de macht moeten delen en dat een fusie nauwelijks is terug te draaien. Dit laatste is maar goed ook omdat het de betrokkenen dwingt katers - zoals ontstaan na mislukking van de Nederlands-Duitse combinaties Fokker-VFW en Hoogovens-Hoesch - te vermijden. De meest gemaakte fout van de top van een gefuseerde onderneming is de radiostilte voor de medewerkers, die intreedt na de 'deal'. Dit kan soms wel meer dan een half jaar duren en richt, vooral door vertrek van goede mensen, zware schade aan.

Overnames bieden de mogelijkheid om stapsgewijs schaalvergroting te realiseren, terwijl men baas in eigen huis blijft. Dat is overzichtelijk voor de eigen organisatie en minder bedreigend. Het nadeel is dat - zeker in Nederland door zijn lage beurskoersen - transacties meestal in contanten moeten worden gedaan. Fusies kunnen zeker met Nederlandse partners door aandelenruil totstandkomen en zijn dus relatief goedkoop.

Allianties combineren twee elementen: zelfstandigheid en partnership. Er is een boom in deze vorm van samenwerking omdat deze ook relatief goedkoop is en snel tot voordelen leidt. Volgens Hagedoorn en Schakenraad van Merit - een onderzoeksgroep van Universiteit Limburg die 2630 allianties in de periode '85-'89 heeft onderzocht - zijn de belangrijkste motieven: bundeling van technologie, versnelling van innovatieprocessen en het aanboren van nieuwe markten.

Fusies moeten niet negatief benaderd worden, wat topmanagers en organisatie-adviseurs in Nederland meestal doen. Zij kunnen bevrijdend werken zoals de raad van bestuur van Aegon stelt. De bij deze fusie betrokken ondernemingen Ago en Ennia hebben sinds 1983 het binnenlandse verzekeringsmarktaandeel kunnen consolideren tegen aanmerkelijk lagere kosten. Tevens begonnen zij met internationale expansie in vooral de Verenigde Staten. Nederlandse fusies zijn makkelijker te effectueren dan internationale omdat het cultuur- en beurskoersverschil makkelijker te overbruggen zijn. Geslaagde multi-nationale fusies zijn er maar weinig. Behalve Koninklijke Shell en Unilever heeft de laatste jaren vooral de integratie van het Zweedse Asea en het Zwitserse Brown Boveri, tot de elektronische gigant ABB, de aandacht getrokken.

Laten we ten slotte onze aandacht op Nederlandse ondernemingen richten die door fusie verzekerd zouden zijn te (blijven) behoren tot de duizend grootste wereldconcerns met een beurswaarde van minimaal drie miljard gulden. Hiermee zouden zij meer zekerheid kunnen verwerven om zelfstandig te blijven. Mogelijke fusies zijn dan Heineken-Bols en CSM-Wessanen in de food, Vendex-KBB in non-food retailing, Elsevier-Wolters Kluwer in de professionele uitgeverij, Pakhoed-Nedlloyd in opslag en distributie, alsmede Akzo-DSM in chemie.

In de financiele sector leidt een fusie tussen Nationale Nederlanden-NMB Postbank zelfs tot een plaats onder de tweehonderd grootste wereldconcerns met een beurswaarde van circa twaalf miljard gulden. Een fusie van ABN-Amro met Aegon zou tot dezelfde dimensies leiden. Wil Nederland een eigen gezicht blijven houden in de wereldcompetitie dan zal een aantal van de genoemde fusies de komende jaren moeten plaatshebben. Na 2000 en in een aantal gevallen eerder, zullen we gedwongen worden om multinationale fusies te sluiten. Het is goed om dan eerst snel in eigen land nog wat ervaring op te doen.

    • M. G. Rost van Tonningen