Arbeidsinzet

Werken in Duitsland 1940-1945

door Karel Volder

548 blz., geill., Profiel 1990, f 46, 25

ISBN 90 5294 013 4

Kon je niet onderduiken? Karel Volder kan zich nog boos maken over deze en andere insinuerende vragen, die hem en vele van zijn collega-Fremd-arbeiter bij hun terugkeer na gedwongen tewerkstelling in nazi-Duitsland werden gesteld. Ruim een half miljoen Nederlanders - eenderde van de beroepsbevolking in die jaren - werkte als dwangarbeiders bij IG-Farben in Bitterfeld, een van de vele Junkersfabrieken, de Deutsche Messing Werke te Berlijn of elders in de Duitse oorlogsindustrie. Ruim achtduizend van hen stierven in Duitsland, enkele tienduizenden werden nooit teruggevonden. Met honderd van de overlevenden had Karel Volder drie jaar lang contact. Hij vroeg ze hun ervaringen ('' over de feiten, zoals het werkelijk was'' ) op papier te zetten.

Het is vooral een emotioneel geschrift geworden, en niet zozeer een wetenschappelijk werk. Dat bestond tenslotte al: De arbeidsinzet door B. A. Sijes (1966, tweede druk 1990). Volder citeert een enkele keer uit De arbeidsinzet, maar in Werken in Duitsland gaat het hem niet om getallen en statistieken. Emotie en onbegrip zijn de twee sleutelwoorden: de jarenlang ingehouden gevoelens over het onbegrip waarmee ze na de oorlog geconfronteerd werden. Het steekt hen vooral dat de dwangarbeiders niet tot de geschonden groepen van dr. L. de Jong (joden, illegale werkers etcetera) behoren.

Werken in Duitsland geeft een aangrijpend beeld van het leven in de Lagers en het werken in de fabrieken: over de kleine huisdieren (vlooien, luizen); over de Lagerfuhrer; over eten en honger; over het harde werken en de zware straffen; en over de talrijke bombardementen.

Er is geen enkele reden om aan te nemen dat de schrijvers niet de waarheid vertellen, toch worden de zaken nogal eenzijdig voorgesteld. Volgens Volder werd negenennegentig procent van de arbeiders gedwongen in Duitsland te werken; Sijes houdt het op vele tienduizenden vrijwilligers. Het begrip 'vrijwillig' is echter niet zo maar van toepassing. In 1942 werd de Atlantikwall gebouwd. In Zeeland werd de vraag naar arbeiders volledig gedekt door vrijwilligers, aangetrokken door de gunstige arbeidsvoorwaarden (zeventig tot tachtig gulden per week plus toeslagen). Later werden arbeiders uit de Zeelandploeg en bloc in Duitsland tewerkgesteld - onvrijwillig. Begonnen als vrijwilligers, kwamen zij als dwangarbeiders in Nederland terug.

Ook Volders boosheid over de medewerking van de ambtenaren van de arbeidsbureaus is maar ten dele terecht. Over de Secretaris-Generaal van het departement van Sociale Zaken (ir. R. A. Verwey) en andere hoge ambtenaren waren de Duitsers zeer content. Maar niet alle ambtenaren waren loyaal met de bezetter. Sommige van de arbeidsbureaus in Zeeland weigerden arbeiders te bemiddelen voor werk aan de Atlantik-wall en saboteerden de uitzending van hen die naar Duitsland moesten. Bovendien: het was de regering-De Geer na acht maanden mobilisatie (september 1939 - mei 1940) niet gelukt instructies voor ambtenaren voor te bereiden. En dat afgezien van het feit, dat veel directeuren van arbeidsbureaus waren vervangen door NSB-ers.

Volder zelf werd in Amsterdam gekeurd en goedgekeurd. Zijn commentaar: “ Dokter, was het nu zo moeilijk om iets te vinden? Mij zes maanden rust voor te schrijven? Kom, kom!” De arts wordt hier verweten niet iedereen te hebben afgekeurd. Overigens waren er wel degelijk artsen die gunstige attesten uitschreven waar dat medisch gezien niet juist was. De Duitse toezichthouder aan de PTT schreef dat haar vertrouwensartsen “ bei der Ausstellung von Bescheinigungen, die Ruckbeorderung von Bediensteten zum Ziele haben, sehr grosszugig verfahren”.

Dit alles laat onverlet dat het merendeel onvrijwillig in Duitsland was tewerkgesteld, en dat het onbegrip dat hen bij hun thuiskomst wachtte in veel gevallen onterecht was. Bij de grens werd hen het in Duitsland verdiende geld afgenomen, en onlangs kreeg de Vereniging Dwangarbeiders Nederland van staatssecretaris Ter Veld te horen dat Nederlanders die dwangarbeid verricht hebben, geen rechten kunnen ontlenen aan de Duitse sociale verzekeringen. Dit nadat de schadevergoeding van Daimler Benz ook niet aan hen werd uitgekeerd, maar aan andere oorlogsslachtoffers.