Amerikaans graan in de economische orkaan

Broken Heartland. The Rise of America's Rural Ghetto

door Osha Gray Davidson

206 blz., The Free Press 1990, f 50, 70

ISBN 0 02 907055 4

'Niet alleen hebben wij gefaald om een oplossing te vinden voor de onmetelijke problematiek van onze stedelijke getto's, maar we hebben ook dezelfde problematiek in miniatuurvorm meer dan duizend keer over het Amerikaanse platteland verspreid.'' Tot deze bittere conclusie komt de Amerikaanse onderzoeksjournalist Osha Gray Davidson in zijn door de Ford Foundation en het Fund for Investigative Journalism gesubsidieerde Broken Heartland. The Rise of America's Rural Ghetto.

In dit boek, dat het resultaat is van drie jaar onderzoek, rekent Davidson definitief af met de hardnekkige mythe van de welvarende en soevereine Amerikaanse boer die als een trotse kapitein zijn machtige landbouwcombinatie door een oneindig golvende zee van wuivend goudgeel graan loodst. Davidson toont daarentegen de hartverscheurende dagelijkse realiteit van berooide en psychisch geknakte boeren die gedwongen zijn hun van vele generaties overgeerfd familiebedrijf ter openbare verkoping aan te bieden. Hij schetst het Amerikaanse agrarische binnenland als een desperaat gebied dat wordt gekenmerkt door ecologische roofbouw, milieuverloedering, ontvolking en verpaupering. De openbare voorzieningen zoals de gezondheidszorg en het onderwijs staan er volledig op instorten.

Op het Amerikaanse platteland leven naar schatting van Davidson nu meer dan tien miljoen mensen onder de armoedegrens. In de bermen van de 'interstate highways' wordt het steeds drukker met dakloze gelukzoekers die op lange strooptochten wat lege drankblikjes bijeen proberen te scharrelen voor een paar centen aan statiegeld. Vooral in de 'Midwest' - het agrarisch hart van de VS, met onder meer de eertijds zo welvarende staten als Iowa, Nebraska en Kansas - zou volgens Davidson de situatie het meest schrijnend zijn. Uiterst wrang is het, zo merkt hij op, dat juist in de graanschuur van Amerika er niet alleen ondervoeding heerst, maar dat er zelfs in toenemende mate ook puur honger wordt geleden.

De oorzaken van het verval van het Amerikaanse platteland zijn talrijk. Daaronder is de uiterst grillige wereldmarkt voor landbouwprodukten met toenemende concurrentie vanuit de Derde Wereld, met de jojo-achtige dollarkoers en met de door Japan en de EG opgeworpen handelsbelemmeringen. Verder noemt Davidson natuurlijk de onverantwoord hoge bedrijfsinvesteringen die indertijd juist door de banken werden aangemoedigd. Uiteraard wijst hij daarbij ook op de averechtse werking van de overheidssubsidies en de garantieprijzen. Maar verreweg de belangrijkste oorzaak acht Davidson de systematische verdringing van het traditionele boeren-familiebedrijf door grote agro-industriele exploitatiemaatschappijen of 'superfarms' waarop voornamelijk nog met goedkope en tijdelijke seizoenarbeiders wordt gewerkt.

Volgens Davidson begint het Amerikaanse binnenland steeds meer op de Derde Wereld te lijken. Lage lonen en de zwakke organisatie van regionale vakbondsafdelingen maken het platteland nu tot een aantrekkelijk investeringsgebied voor nieuwe industrieen. Daarenboven doen de regionale overheden in hun poging om nieuwe investeerders te lokken, alle mogelijke moeite om elkaar te overbieden met een ruime milieuwetgeving, met talloze lucratieve belastingvoordelen en met een soepele arbeidsinspectie. Als thuiswerk verborgen kinderarbeid is inmiddels de gewoonste zaak van de wereld geworden. Voor de plaatselijke bevolking blijken de nieuw aangetrokken industrieen echter in het algemeen weinig soelaas te bieden. De economische 'spin-off' van die industrieen is doorgaans miniem. Bovendien worden de nieuwe banen veelal ingenomen door arbeiders die afkomstig zijn uit de groeiende schare werklozen die rusteloos over het Noordamerikaanse continent zwerft op zoek naar een economische bestaansgrond.

Wat Davidson het meest zorgen baart, is de sociale en economische ontbinding van de voor Amerika zo karakteristieke plattelandsstad of 'small town'. In navolging van De Tocqueville in zijn klassiek geworden De la democratie en Amerique uit 1835 meent Davidson dat de 'small town' het beste herbergt wat Amerika te bieden heeft. Het democratische ideaal van bestuurlijk decentralisme, economisch individualisme, politieke participatie en burgerlijke gemeenschapszin zou juist in de locale gemeenschap het meest benaderd worden. Volgens Davidson wordt in de plattelands stadjes als op geen andere plaats de 'Amerikaanse droom' nog innig en onvoorwaardelijk gekoesterd.

Ondanks zijn sterk overtrokken nostalgische verheerlijking van de 'small town', heeft Davidson ook oog voor de schaduw zijden ervan. Uit de 'small town' walmt een onwelriekende geur van provincialistische bekrompenheid en intolerantie. Een rabiaat racisme, anti-semitisme en allerlei andere vormen van xenophobie bevinden zich nooit ver onder de oppervlakte. Met het verdwijnen van de 'small town' en het traditionele boeren-familiebedrijf, zo betoogt Davidson, verdwijnt tevens de economische en sociale hoeksteen Amerika's toekomst. Indachtig Thomas Jeffersons ideaal van de VS als een land van vrije boeren, pleit hij aan het slot van Broken Heartland daarom vurig voor de restauratie van een omvangrijke en welvarende middenklasse van zelfstandige boeren.

Davidson vergeet echter de ironie te vermelden van het feit dat juist door toedoen van pindaboer Carter en van een serie omhooggevallen 'small town boys' waaronder Johnson, Nixon en natuurlijk Reagan, deze middenklasse nu een kwijnend bestaan lijdt.

De auteur is historicus

    • Thomas Bersee