Westen kan van Gorbatsjov niet alles eisen

De Westerse verontwaardiging over het bloedbad in Vilnius van afgelopen weekeinde is even groot als terecht. Toch schuilt er achter die verontwaardiging veel selectief denken. Het lijkt er op dat we boos zijn op Gorbatsjov omdat wij onszelf bedrogen hebben.

Het is niet eenvoudig een precies beeld te krijgen van de politieke denkbeelden van Michail Gorbatsjov. Die zijn sinds hij in maart 1985 partijleider werd, voortdurend aangepast. Twee grondbeginselen treden echter op de voorgrond, het eerste in de beginfase van de perestrojka, het tweede de laatste twee jaar. In de eerste fase van zijn hervormingen benadrukte Gorbatsjov dat ze 'in socialistisch kader' moesten plaatsvinden. Hoe vaag het begrip socialisme daarbij ook was, voor Gorbatsjov betekende het in ieder geval de handhaving van een een-partijstelsel. Wij hebben geen andere partijen nodig, zei hij, want wij bezitten het socialistisch pluralisme.

Gorbatsjov heeft lang gestreden om de 'leidende rol van de communistische partij', die ook in de grondwet was vastgelegd, gehandhaafd te houden. Maar hij was pragmaticus genoeg om, toen dat onmogelijk bleek, begin 1990 zijn koers te veranderen. Toch houdt de Russische leider tot de dag van vandaag vast aan 'socialistische' waarden zoals het 'gemeenschappelijk bezit' van grond en grote bedrijven.

Het tweede grondbeginsel van Gorbatsjovs politiek is de laatste twee jaar steeds sterker naar voren gekomen. Dat houdt in dat de staatkundige eenheid van de Sovjet-Unie een zeer hoog goed is en dat democratisering niet kan inhouden dat de delen van het rijk zich zouden kunnen afscheiden. Hierbij moet gezegd worden dat Gorbatsjovs nationaliteitenpolitiek aanvankelijk nog conservatiever was dan die van zijn voorgangers Andropov en Tsjernenko. Pas bij het conflict om het Armeense Nagorni-Karabach in 1988 ontdekte hij dat de situatie op dit gebied aanzienlijk minder rooskleurig was dan hij altijd had gedacht.

SLECHT LUISTERAAR

Het is gemakkelijk om te zeggen dat Gorbatsjovs nationaliteitenpolitiek gefaald heeft. Gorbatsjov bleef overwegend een Russische leider in Moskou, die hervormingen van bovenaf wilde doorvoeren tot heil van zijn onderdanen. Hij wilde, vooral in het begin, nog graag aan het volk uitleggen welke mooie bedoelingen hij allemaal had. Maar luisteren was nooit zijn sterkste kant. Hij kwam meer om te overreden en als dat mislukte, wilde hij nog wel eens uit zijn slof schieten. Tegen de Estse president Ruutel zei hij eens: “We zullen jullie eens leren wat een dictatuur is”. Zijn driedaags bezoek aan Litouwen van januari 1990 werd door deze instelling en door zijn volkomen gebrek aan begrip voor de Baltische gevoelens een fiasco.

Sommige Ruslandkenners menen dat Gorbatsjov de kans gemist heeft om de Sovjet-Unie te hervormen. Hij had volgens hen de republieken al in het begin van de perestrojka een grote mate van politieke en economische zelfstandigheid moeten geven. Eventueel had hij van bepaalde republieken (bij voorbeeld de Baltische) economische zones moeten maken met een eigen munt en ruime mogelijkheden tot economische samenwerking met het Westen. Dat vrijere klimaat en de hogere welvaart hadden die randrepublieken dan verzoend met hun politieke situatie en Rusland zelf had er economisch van kunnen profiteren.

Dat alles is echter maar de vraag. Het fysieke en geestelijke leed dat het systeem de randrepublieken heeft aangedaan is nu eenmaal zo immens dat elk liberaliseringsproces er wel golven van nationalisme en van Ruslandhaat moest opwekken. Of die nationalistische golven zich zo snel door economische autonomie zouden hebben laten sussen, is hoogst twijfelachtig. Waarschijnlijk zou ook dan bij een aantal niet-Russische volken de meerderheid zich voor afscheiding hebben uitgesproken.

Voor Gorbatsjov bleef uittreding uit de Sovjet-Unie echter bijna gelijk staan aan landverraad. Hij ontwierp een wettelijke uittredingsprocedure die de bedoeling had mogelijke kandidaten af te schrikken. Tweederde van de bevolking moest zich in een referendum voor zelfstandigheid uitspreken; dan zou een overgangsperiode volgen van vijf jaar waarin van alles geregeld moest worden. De andere republieken en de Sovjet-Unie als geheel moesten akkoord gaan. En dan vooral: de kandidaat zou moeten bloeden. Moskou zou enorme sommen vorderen bij de financieel-economische boedelscheiding.

Bovendien probeerde Gorbatsjov de economie te gebruiken om het rijk bijeen te houden. Daarom wilde hij ook geen economische hervormingen voor er een nieuw Unieverdrag was ondertekend dat de nieuwe politieke relaties regelde. Die houding was ook duidelijk bij zijn uiteindelijke afwijzing van het Sjatalin-plan. Dit plan stond horizontale economische contacten tussen de republieken onderling toe. Voor Gorbatsjov was dat onaanvaardbaar, zeker zo lang de republieken zich niet duidelijk voor het staatkundig behoud van de Sovjet-Unie hadden uitgesproken.

MINDER DEMOCRATIE

Voor ons in het Westen kan het geen kwaad ons goed te realiseren voor welk dilemma Gorbatsjov stond. Wij willen dat de Sovjet-Unie zich democratiseert en dat zij bijeen blijft. Wij willen niet dat die grote staat uiteenvalt en er burgeroorlogen ontstaan. Maar wij hebben ons nooit serieus afgevraagd of dat kan: de Sovjet-Unie en democratiseren en vreedzaam bijeenhouden. En in de huidige fase willen wij ook geen keuze maken tussen democratisering met verwarring, of orde op zaken met wat minder democratie.

Het is eigenlijk nog erger: de meeste mensen bij ons zijn zich niet eens bewust dat er zo'n keuzeprobleem is. Dat maakt het ons ook gemakkelijker om van Gorbatsjov een superdemocraat te maken. Daarmee hebben wij onszelf echter in hoge mate bedrogen.

Gorbatsjov heeft waarschijnlijk al maanden geleden besloten dat hij onder geen beding uittreding uit de Sovjet-Unie zou toelaten. En van welke leider van een staat kan men zoiets verwachten. De grotere bevoegdheden die hij als president aan zich getrokken heeft, waren uiteraard ook bedoeld om in de opstandige randrepublieken 'orde op zaken' te stellen. Of Gorbatsjov persoonlijk het bevel gegeven heeft tot de militaire actie in Vilnius is in dit licht van minder belang. Zijn hele politieke koers was al sinds maanden hierop gericht.

Betekent het brute optreden van de Russische parachutisten in Vilnius nu het einde van de perestrojka? Ja, maar dan uitsluitend in de betekenis die het Westen aan dat begrip had gegeven, namelijk een hervormingsproces met uitsluitend vreedzame middelen. Voor de overgrote meerderheid van de Sovjet-burgers is er echter niet zo veel veranderd. Het Sovjet-leger is trouwens al eerder krachtdadig opgetreden (april 1989 in Tbilisi, januari 1990 in Bakoe) en met meer slachtoffers. Voor de Balten bestaat onder de Russen helaas niet erg veel sympathie.

Wat de positie van Gorbatsjov betreft, ik geloof niet dat hij nu als gegijzelde van de militairen beschouwd moet worden. De militairen hebben hem immers even hard nodig als hij hen. Zij zorgen voor 'orde en rust' in het rijk, hij voor de legitimiteit om de hervormingen van bovenaf voort te zetten. Minder democratisch dan het Westen gehoopt had, maar hopelijk met meer effect.