Wegsturen van speler verzwakt elftal niet wezenlijk

ROTTERDAM, 18 jan. - In de eerste helft van de competitie in het betaald voetbal is een rode kaart meer uitgedeeld dan in het hele vorige seizoen. Voor de winterstop meende de scheidsrechter liefst 58 maal een speler wegens wangedrag uit het veld te moeten sturen. Voor een belangrijk deel is deze toename het gevolg van de afgelopen zomer door de wereldvoetbalfederatie (FIFA) ingevoerde strengere spelregels.

De laatste maanden is door de betrokken partijen veel gediscussieerd over het grote aantal rode kaarten. Hand in hand bekritiseerden spelers en trainers de arbitrage, die zij onder meer als inconsequent ervoeren. De scheidsrechters voerden als verdediging aan dat zij zich eenvoudigweg aan de nieuwe regels hielden.

Een onderzoek dat drs. R. van Gelder, bewegingswetenschapper, en P. Kindt als redacteuren van het tijdschrift Psychologie en de uitgeverij Swets en Zeitlinger uitvoerden naar de gevolgen van de strengere regels en de neveneffecten van de rode kaarten op het spelverloop, geeft aan dat in het eerste half jaar liefst driekwart van het aantal uitsluitingen aan de bezoekende clubs ten deel is gevallen. Desgevraagd meent Co Adriaanse, trainer van FC Den Haag, dat dit opvallende feit ten eerste de schuld is van de scheidsrechters, die volgens hem altijd geneigd zijn de thuisspelende club licht te bevoordelen. “Ten tweede ligt het aan het feit dat de thuisspelende club vaker aanvalt, vaker aan de bal is en dat het voor de uitspelende ploeg wat moeilijker is aan de bal te komen, zonder 'in de fout' te gaan.”

Alleen het laatste argument wordt gedeeld door zijn collega van Roda JC, Jan Reker, en de scheidsrechters Ab Schuurmans en Jaap Uilenberg. De thuisclub valt vaker aan en maakt dan ook vaker de doelpunten, terwijl de bezoekende ploeg vaker sterk verdedigt en minder doelpunten maakt. Een argument dat volgens Schuurmans wordt ondersteund door het feit dat de thuisspelende ploeg meestal wint.

Van Gelder en Kindt constateerden dat van de 258 wedstrijden die vorig seizoen werden gespeeld, het merendeel (138) door de thuisspelende ploeg is gewonnen, 53 in een gelijkspel eindigden en in 67 gevallen de uitspelende ploeg won. Vrijwel hetzelfde beeld is te zien in de wedstrijden die dit seizoen tot op heden werden gespeeld, waarin geen rode kaart viel. Het beeld wijkt echter enigszins af bij die wedstrijden in de lopende competitie waarin wel een rode kaart werd gegeven: twaalfmaal winst voor de thuisploeg, elfmaal een gelijkspel en elfmaal winst door de uitspelende ploeg. Dit afwijkende beeld, stellen Van Gelder en Kindt, is des te opmerkelijker omdat de rode kaart veel vaker aan de uitspelende club wordt getoond.

Bij hun analyse over de effecten van de rode kaart op het spel, beperkten Van Gelder en Kindt zich tot de gevallen waarin de scheidsrechter een speler uit het veld stuurde. Er blijven dan van de 58, 34 rode kaarten over. In die wedstrijden sluit het elftal achttienmaal de wedstrijd winnend af en zestien keer niet: zesmaal wint het tiental en tienmaal spelen de teams gelijk. In de competitie is het dus in 50 procent (16-34) van de gevallen zo dat het tiental tegen een elftal een of twee punten uit het vuur sleept; en niet het team met de meeste spelers wint.

Van Gelder en Kindt onderzochten de krachtsverhouding na het moment van de rode kaart, in termen van het aantal treffers dat door het tiental na het incident werd geincasseerd. In 17 wedstrijden weet het tiental de stand na het incident tot het einde van de wedstrijd ongewijzigd te houden; gemiddeld zo'n dertien minuten tot het einde. In drie gevallen vanuit een stand met een voorsprong, in acht gevallen bij een gelijke stand en in zes wedstrijden als het elftal op winst staat.

In het geval dat de stand wordt gewijzigd, wint het tiental tweemaal; het elftal wint tienmaal, maar ook daarbij is er geen sprake van dat het team met tien man wordt weggespeeld: in maar liefst zes van deze wedstrijden is de winstmarge maar een doelpunt. De krachtsverhouding lijkt niet wezenlijk te zijn veranderd met het 'wegvallen' van een teamspeler. De gemiddelde tijd die erover heen gaat voordat het elftal scoort is overigens elf minuten; die tijdsduur varieert in tien wedstrijden van nul tot 37 minuten.

Dat een tiental en een elftal blijkbaar behoorlijk tegen elkaar zijn opgewassen, kan veroorzaakt zijn doordat een speler meer of minder voor een spel als voetbal niet uitmaakt; misschien door het grote aantal spelers of de aanzienlijke afmetingen van het veld. Niels Overweg, trainer van eerste-divisieclub Telstar, suggereert dat een gebrek aan kwaliteit van het elftal een voor de hand liggende verklaring is. Reker van Roda JC stelt dat het feit dat een speler van het veld wordt gestuurd “het tiental extra kan motiveren, mede wegens het altijd aanwezige gevoel dat een eigen speler ten onrechte uit het veld is gestuurd. En het gevoel dat het team onrecht is aangedaan. Het tiental loopt dan ook wat harder omdat het een man mist. Het elftal is daarentegen wat lauwer”.

Underdog

Het elftal overschat misschien zichzelf en de situatie - het tiental lijkt een gemakkelijke prooi - of weet zich geen raad met de verwachting van het publiek en van zichzelf, dat het getalsmatige overwicht moet worden uitgebuit. Het tiental kan als underdog in deze benarde situatie juist extra worden gemotiveerd. Het uitblijven van een doelpunt kan het elftal nog verder demotiveren en het tiental meer stimuleren.

Reker kan zich voorstellen dat een tiental zich wat verdedigender opstelt. Dit gevoegd bij de onzekerheid van het elftal ten aanzien van de meest succesrijke strategie die gevolgd moet worden: het tiental moe spelen of doordrukken? Het team is dus onzeker, niet vastbesloten en kan geen vuist maken. En het tiental kan hiervan natuurlijk profiteren.

In 85 procent van de wedstrijden wordt de rode kaart in de tweede helft gegeven, gemiddeld in de 65e minuut (laatste half uur). Volgens trainer Adriaanse komt dit ten eerste door de verhoging van de druk tegen het einde van de wedstrijd, ten tweede doordat spelers dan eerder 'in de fout gaan' door vermoeidheid, ten derde omdat een kosten-baten analyse op dat moment gemaakt kan zijn - en een tiental is lang zo zwak niet! - en het op dat moment bijvoorbeeld lonender is of kan zijn een man te verspelen ten behoeve van handhaving van de stand (een gelijkspel of winst van het aanstaande tiental). Bovendien, ervaart Adriaanse, geven scheidsrechters vrijwel nooit een rode kaart in het begin van de wedstrijd omdat ze de sfeer niet willen beinvloeden.

Van Gelder en Kindt vroegen de trainers hoe ze hun elfal leren zich bij een numerieke minderheid dan wel een meerderheid op te stellen. Overweg vindt dat men in beide situaties moet blijven proberen vanuit de bestaande organisatie te spelen. “Bovendien zal een tiental meer verdedigend moeten gaan spelen.” Pim Verbeek van Feyenoord meent dat met partijtjes tussen ongelijke teams op de training in verdedigend opzicht wat bereikt kan worden.

Adriaanse is van plan zijn spelers bewuster te maken van de nieuwe, strengere spelregel. Hij wil spelers erop trainen in bedreigende spelsituaties tegenstanders niet meer te hinderen en bevorderen dat ze de tegenstander laten lopen. Zowel Overweg als Adriaanse acht het van belang dat dergelijke technische en tactische zaken op de trainersopleidingen worden aangekaart.

    • Guus van Holland