Verklaringen in Kamer over oorlog

Enkele letterlijke fragmenten uit de verklaringen van premier Lubbers en de fractieleiders die gistermiddag in de Tweede Kamer werden uitgesproken naar aanleiding van het uitbreken van de oorlog in de Golf.

Premier Lubbers: “De vruchteloosheid van de missie van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties aan Bagdad in het afgelopen weekeinde was inderdaad onthutsend en ontmoedigend. (... ) Ik wil ook zijn laatste dramatische oproep tot Saddam Hussein om vrijwel een minuut voor twaalf in herinnering roepen. Toen ook daarop geen positieve reactie uit Bagdad kwam trad de situatie in, zo moest de regering u gisteren schrijven, dat alle noodzakelijke middelen tot uitvoering van de besluiten van de Veiligheidsraad konden worden aangewend, zodat de regering helaas moest vaststellen dat vanaf dat moment ernstig rekening moest worden gehouden met militair ingrijpen.”

L. C. Brinkman (CDA): “Vannacht is de daad bij het woord gevoegd. De verklaring van de minister-president bevestigt veler bange vrees van de laatste dagen: de heer Saddam Hussein is vooralsnog niet voor rede vatbaar gebleken en de Veiligheidsraad kon niet langer laten sollen met elementaire opvattingen in de wereld over de internationale rechtsorde. (... )

Wij nemen aan dat internationaal politiek overleg ook nu zal worden voortgezet om te komen tot een betere oplossing dan die van bloedvergieten.''

F. Bolkestein (VVD): “Het was buigen of barsten en het is dus barsten geworden. Het viel te verwachten en toch was het verbijsterend toen het gebeurde. Er was geen enkel teken dat Saddam Hussein bereid was te luisteren. Te oordelen naar de laatste berichten heeft hij het contact met de werkelijkheid verloren. Ik voel intens medelijden voor die arme Irakezen die door hun vreselijke leider gedwongen worden onder dat ontzagwekkende vuur te sterven. (... )

Het is goed dat de Nederlandse politiek op dit cruciale moment vrijwel eensgezind is. Vooral in onze steun voor de Nederlandse militairen in de Golf en in Turkije die nu bij de oorlogshandelingen betrokken kunnen worden. (... ) Het gaat om een goede zaak: herstel van de internationale rechtsorde en de wereld bevrijden van een gevaarlijke dictator.''

H. A. F. M. O van Mierlo (D66): “Ik heb zelf behoefte aan weinig woorden. Deze verbleken toch in het geweld dat is losgebroken. Dat het nu oorlog is, is op zichzelf een nederlaag - de mislukking van alle pogingen tot een vreedzame oplossing.(... )

Politiek en diplomatie moeten ondertussen klaar staan om een signaal op te vangen dat de heersers van Irak tot terugtrekken bereid zijn. De oorlog moet geen uur langer duren dan strikt noodzakelijk is.” Th. Woltgens (PvdA): “Irak heeft met de bezetting van Koeweit de internationale rechtsorde flagrant geschonden. De leiding van Irak is daarna doof gebleven voor de langdurige en vele pogingen om een vreedzame oplossing te bereiken. Alle uitspraken van de Verenigde Naties zijn met een onbegrijpelijke starheid genegeerd. Irak heeft daarmee de internationale gemeenschap gedwongen om naar het uiterste middel te grijpen. Ons land ontloopt daarbij zijn verantwoordelijkheid niet.”

R. Beckers (Groen Links): “Ik wil u wel zeggen, te veel klinkt voor mij de suggestie door dat deze oorlog iets zou zijn wat ons overkomt. Ik moet helaas vaststellen dat maandenlang bewust een beleid is gevoerd, ook door de Nederlandse regering en ook door deze Kamer, van het dreigen met oorlog, steeds intenser, steeds realistischer, steeds massaler om oorlog te voorkomen. Welbewust is daarbij het risico genomen dat het oorlog zou zijn vanaf 15 januari. Te indringend wordt ons voorgehouden dat de wereld niet langer kon wachten. Wij bestrijden dat en velen doen dat met ons. Te veel wordt ons vandaag het beeld opgedrongen van een effectieve en cleane operatie, praktisch zonder slachtoffers. 2300 Vliegtuigen hebben vannacht 18.000 ton bommen afgeworpen, nieuwe bombardementen zijn gaande en zullen nog volgen, net zolang tot Irak een totaal verwoest Koeweit zal hebben verlaten. (... ) Het is onze overtuiging dat deze oorlog geen overwinnaars zal kennen, ook al bidden beide partijen voor de camera elk tot hun eigen god.

G. Schutte (GPV): “Maar wat mensenwoorden niet vermogen, kan Gods woord wel. Oorlogstaal en wapenfeiten kunnen indruk maken, maar beide zijn slechts mogelijk binnen de grenzen die zijn gesteld door Hem die voor zijn hemelvaart verklaarde: Mij is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde.”

B. van der Vlies (SGP): “Laten wij bidden om en waar mogelijk politiek blijven werken aan een spoedig herstel van recht en vrede en de Heere God eerbiedig vragen, dat hij escalatie zal willen verhoeden.”

J. Janmaat (Centrum Democraten): “Wij hebben met de gezamenlijke Arabische en islamitische wereld veel meer te doen dan met Irak alleen. Het is te hopen dat dat inzicht niet alleen onze, maar vooral de Amerikaanse regering tot een toch in oorlogssituatie buitengewoon voorzichtig beleid zal brengen.”