The New York Times

Tot aan de schokkende televisieberichten over plotselinge lichtflitsen aan de nachtelijke hemel van Bagdad bestond er nog hoop tegen beter weten in.

Saddam Hussein zou zich vast en zeker realiseren hoeveel hij op het spel zette door halsstarrig te blijven aansturen op zijn eigen nederlaag. Hij zou vast en zeker op het allerlaatste moment over de brug komen. Mensen gingen zelfs toespraken bedenken die Saddam in dat geval zou houden waarin bijvoorbeeld werd gezegd dat andere Arabische leiders hem hadden overgehaald om in het belang van de Palestijnse zaak zijn recht op Koeweit 'op te offeren' en zijn troepen terug te trekken.

In plaats daarvan was er stilte, een oorlogszuchtige stilte.

Saddam Hussein kan de boodschappen die de rest van de wereld hem herhaaldelijk heeft gestuurd sinds zijn troepen in augustus Koeweit vertrapten, onmogelijk hebben gemist of misverstaan. In ieder geval kan hem de boodschap die hem woensdagnacht werd bezorgd in de vorm van golven bommen en raketten niet zijn ontgaan. Het is een terechte boodschap voor eerbiedwaardige doeleinden. Ze zijn niet bedoeld om Irak te vernietigen of om duizenden burgers te doden; ze zijn niet bedoeld om in een minimum aan tijd met een maximum aan geweld door te stoten.

De Vereingde Staten en de Verenigde Naties hebben het doel van de actie duidelijk gemaakt. De doelstellingen zijn de bevrijding van Koeweit, zoals president George Bush woensdagavond met grote ernst betoogde, het garanderen van stabiliteit in de regio; het ongedaan maken van Saddams greep op de energievoorraden van de wereld en het oplossen van de crisis op een manier die een duidelijk, fatsoenlijk precedent schept voor het handhaven van de collectieve veiligheid in de wereld van na de Koude Oorlog.

Of deze doelen worden bereikt hangt vooral af van Saddam Hussein. Hij maakt echter op alle mogelijke manieren duidelijk dat hij een kille berekening maakt. Na honderdduizenden slachtoffers te hebben moeten betreuren in de achtjarige Iraaks-Iraanse oorlog, zal hij wel van mening zijn dat hij er bij een langdurige grondoorlog nog wel vele duizenden bij kan hebben - terwijl een paar duizend slachtoffers het Amerikaanse publiek al dermate zouden schokken dat men wellicht overhaaste, lafhartige onderhandelingen zou willen.

Het bereiken van deze doelen hangt ook af van de manier waarop de oorlog wordt gevoerd. Het gebruik van geweld was uiteindelijk onvermijdelijk, maar het gebruik van te veel geweld is dat niet. Op een voorzichtige manier rekening houden met Amerika's lange termijnbelangen in de Arabische wereld vraagt om zorgvuldig gekozen doelwitten en afgewogen aanvallen. De Amerikanen zijn verenigd in hun steun aan de troepenmacht van de VS en andere militairen die hun leven op het spel zetten voor een brute tiran; ze kunnen zich ook verenigen in de vurige hoop dat Saddam Hussein nu eindelijk luistert.