SER adviseert overleg met sociale partners na afloop Golfoorlog

DEN HAAG, 18 JAN. De Sociaal Economische Raad (SER) vindt dat het kabinet bij een “onverhoopt ongunstige afloop” van de Golfcrisis samen met de sociale partners moet nagaan welke bijstellingen van het sociaal-economisch beleid gewenst zijn. Dit schrijft de SER in een unaniem advies over de tussenbalans.

De voorzitter van de SER, ir. Th. Quene, zei vanmorgen bij de behandeling van het advies dat het nog te vroeg is om over de bijstelling van het beleid te praten. Volgens de SER-voorzitter is “grote terughoudenheid” op zijn plaats en wil “niemand gebruik maken van de oorlog”. Vandaar dat vandaag bij de behandeling van de advies over het sociaal-economische beleid op de middellange termijn 1991-1994 niet over de Golfoorlog is gesproken.

Kroonlid prof. dr. D. J. Wolfson zei in een toelichting dat “het beste nieuws” van dit advies de unanimiteit is over de noodzaak mensen te activeren tot deelneming aan het arbeidsproces. Hij doelde hierbij op de doelstelling in 1992 tot een stabilisatie te komen van het aantal mensen dat in ziektewet en arbeidsongeschiktheidsregelingen terecht komt. Hij drong er bij de regering op aan de SER hierover zo snel mogelijk advies te vragen. Volgens de SER moet de overheid actiever zijn in het voorkomen van ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid.

Volgens prof. drs. G. Zalm, Kroonlid van de SER en directeur van het Centraal Planbureau, dreigt zonder “nadere maatregelen” het financieringstekort in 1992 met 8 a 9 miljard gulden te worden overschreden en zal de collectieve lastendruk een aanzienlijke stijging te zien geven. Hij pleit voor een “omvangrijk pakket maatregelen” waarbij een bezuiniging van 17 miljard gulden “zeker niet te hoog gegrepen” is.