Oorlog kan slechts het kwaad bezweren

Bij ons oordeel over een oorlog lopen gewoonlijk twee totaal verschillende motieven door elkaar. Zo zeer dat zij voor onszelf een volstrekt harmonische en logische eenheid vormen.

Daar is de moreel-principiele vraag: is de oorlog gerechtvaardigd, dient hij een goede zaak? Het is de vraag die vooral bij het uitbreken iedereen beheerst. Verder is er de instrumentele vraag: is hij doeltreffend, wordt de goede zaak er inderdaad mee gediend? Het is de vraag die na afloop wordt gesteld. Hoe hoog of laag ons geweten ook springt, wij beoordelen oorlogen in de geschiedenis nooit zonder naar de afloop te kijken. De overwinnaar drukt zijn stempel op de geschiedenis en wij zijn de kinderen van die geschiedenis en dus van zijn overwinning.

Geen mens zal vandaag Engeland veroordelen omdat het in 1939 aan Hitler-Duitsland de oorlog verklaarde. Wel dat het daarmee pas zo laat kwam. Zonder die oorlog - hoe catastrofaal ook - kon de pest van het nationaal-socialisme nooit worden uitgeroeid. Het morele en het instrumentele oordeel vallen hier echter op unieke wijze samen. Hitler verloor en wij zeggen amen. Maar zouden wij de Engelse oorlogsverklaring ook verdedigen als Hitler de oorlog had gewonnen? Vermoedelijk niet omdat wij dan anderen zouden zijn, opgevoed en gevormd in een nationaal-socialistisch Groot-Europa.

Saddams annexatie van Koeweit was onbewimpelde agressie, bovendien nog extra cynisch door zijn recente belofte de vrede te bewaren. Hij heeft zich daarmee een volstrekt gewetenloze figuur betoond. Hij behoort tot de hardste naoorlogse dictatoren die de meest wrede terreur beoefende. Wat de Westerse landen overigens niet heeft belet hem jarenlang te bewapenen.

Dat de VN op sterke aandrang van de Verenigde Staten direct deze annexatie veroordeelde met een nog nooit eerder vertoonde verblijdende eensgezindheid (dank zij het einde van de Koude Oorlog) en dat zij door een boycot de agressor op de knieen wilde dwingen, was prachtig. Zij mocht dit nooit over haar kant laten gaan. Het militaire ingrijpen ligt nu in zekere zin in het logische verlengde, vanuit de zeer eenvoudige gedachte “wie niet horen wil, moet voelen”.

Een nederlaag van een man als Saddam zal de gigantische problemen in de Arabische wereld echter in geen enkel opzicht oplossen, alleen het meest urgente kwaad bezweren. En politiek gaat zelden veel verder. Maar tenzij hij ten val wordt gebracht blijft hij gevaarlijk en dat ten val brengen betekent meer dan alleen de bevrijding van Koeweit. Bij de morele of principiele rechtvaardiging van deze oorlog mag wel die kanttekening worden gemaakt, dat die actie niet uitsluitend op principiele gronden berust, in strijd met de retoriek.

Niet allereerst om Koeweit, maar om de olie kwam de wereld, voorop de Verenigde Staten, zo snel en fel in het geweer. Niet dat dat op zichzelf geen reden zou mogen zijn. Wij leven niet in de azuren hemel van zuivere beginselen, maar op de stoffige aarde van belangen, van olie en energie. Maar daarom is er ook geen reden om deze actie nu een schoonheidsprijs toe te kennen van het beginsel van onschendbare grenzen. Bij andere gevallen van agressie of annexatie waar minder op het spel stond, kwam de mensheid niet in het geweer. Zo was het altijd en zo zal het ook wel in de toekomst zijn. Dat is het ene.

Het andere is de vraag naar het instrumentele aspect. Hier is de afloop beslissend, zoals altijd. Blijkt Irak een papieren tijger, dan zal iedereen Bush op de schouder kloppen. Wordt het een langere bloedige affaire, dan komt onverbiddelijk de vraag op of de president en met hem de VN niet te hard van stapel zijn gelopen. En of een subtielere diplomatie, waarbij bijvoorbeeld de verscheurdheid binnen de Arabische wereld meer zou zijn gebruikt om Saddam te ondermijnen, niet toch beter waren geweest dan een nieuw aangrijpend oorlogsmonument voor gesneuvelden, in Washington of waar dan ook. Dan zou ook de vraag rijzen of de boycot niet eveneens Saddam op den duur op de knieen had kunnen krijgen.

In het gesprek dat de redactie onlangs telefonisch met mij had, heb ik die twee overwegingen - het belang naast het beginsel en de Amerikaanse recht-toe-recht-aan politiek - naar voren gebracht. In de noodzakelijkerwijs sterk verkorte en ook niet letterlijke weergave in NRC Handelsblad van 15 januari 1991 heeft dat helaas tot een ietwat scheve voorstelling geleid. Als Saddam snel wordt uitgeschakeld (zo heb ik ook daar gesteld) kan dat de prijs van het geweld waard zijn. Maar het is natuurlijk een illusie te denken dat wij alleen met het herstel van een onafhankelijkheid Koeweit de schade zouden hebben hersteld of de moeilijkheden hebben opgelost.

De echte diepere nawerking in de Arabische wereld zal pas na verloop van tijd volop zichtbaar worden. En een blik in de geschiedenis leert dat het vanuit die nawerkingen en lange afstand-consequenties zal zijn, dat de oorlog opnieuw zal worden beoordeeld en de prijs opnieuw zal worden berekend. Het valt alleen maar te hopen dat dan de vraag naar de principiele rechtvaardiging enerzijds en naar het effect anderzijds allebei positief beantwoord kunnen worden, althans door ons. Zo goed als die naar Engelands oorlogsverklaring in 1939.