Ondernemers houden de moraal liever buiten de deur

Ondernemers houden moraal liever buiten de deur. Overleven op de markt is al lastig genoeg. Toch is bedrijfsethiek booming. Vooral op universiteiten en hogescholen. Het bedrijfsleven volgt schoorvoetend.

Stel, je hebt als gasmaskerfabrikant jarenlang maskers geleverd aan Irak. Het gaat om grote hoeveelheden en de Irakezen betalen goed. Twee maanden voor het Golfconflict plaatst het land een nieuwe bestelling. De betaling geschiedt vooraf. Op het moment van levering kondigen de Verenigde Naties een handelsboycot af die enkele dagen later ingaat. Irak zou de maskers nog op tijd kunnen krijgen. Hoe beslis je?

Het beeld is sinds enige tijd niet meer ongewoon: studenten bedrijfskunde die discussieren over ethische aspecten van beslissingen in bedrijven en organisaties. Bedrijfsethiek mag zich al geruime tijd in een brede belangstelling verheugen. Het onlangs opgerichte Netwerk voor Bedrijfsethiek Nederland (NBN) hield deze week de eerste studiedag in Utrecht. Het Netwerk stelt zich ten doel om de bedrijfsethische kwaliteit van beslissingen in profit- en non-profit organisaties te bevorderen. Per 1 februari wordt bedrijfsethiek opgenomen in het curriculum van de faculteit der economische wetenschappen aan de Katholieke Universiteit Brabant. De Tilburgse universiteit volgt hiermee het voorbeeld van de universiteiten van Nijenrode, Twente, Rotterdam en Limburg en de Vrije Universiteit van Amsterdam. “Als we meer deregulering willen, zullen we moeten streven naar ordening op grond van individueel moreel besef”, doceert E. J. J. M. Kimman, hoogleraar economische ethiek aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en de Rijksuniversiteit Limburg. Van zijn hand verscheen deze week het boek 'Marktethiek'.

In het midden van de jaren tachtig moeten Amerikaanse ondernemers hebben ontdekt dat ethisch handelen loont. In kranten verschenen berichten over malversaties die elektronica-gigant General Dynamics had gepleegd met facturen voor het Pentagon. Het bedrijf had voor het leveren van asbakken en toiletbrillen zulke hoge prijzen berekend dat het ministerie van defensie prompt een orderstop afkondigde. Daags na het uitlekken van dit schandaal vroeg de raad van bestuur van General Dynamics het Ethics Resource Center in Washington D. C. om advies. Directeur Gary Edwards stelde de instelling van een ethische code en het opzetten van trainingen voor ter 'versterking van het ethisch bewustzijn'. .

Pag. 16: .

Anno 1991 geven honderden Amerikaanse bedrijfskunde-faculteiten cursussen bedrijfsethiek. Kerken als Trinity Church op Wall Street staan het bedrijfsleven bij met betaalde adviezen en centra voor bedrijfsethiek groeien in aantal en variatie. In Groot-Brittannie werd een dag na de Big Bang - de deregulering van de Londense effectenbeurs - het Institute for Business Ethics opgericht. Universiteiten en hogescholen in Zwitserland, Spanje, Belgie, Duitsland en Engeland doceren inmiddels bedrijfsethiek.

Nergens wordt de 'moraal van het zaken doen' zo serieus genomen als in ons land. In 1984 werd aan Nijenrode, Universiteit voor Bedrijfskunde, de eerste leerstoel voor bedrijfsethiek in Europa opgericht. Ook HEAO's zijn zich voor het vakgebied gaan interesseren.

De belangstelling voor bedrijfsethiek mag dan een aantal jaren geleden uit de Verenigde Staten zijn overgewaaid, economische ethiek is al veel ouder. De econoom Adam Smith formuleerde reeds in de achttiende eeuw zijn 'Theorie van de zakelijke gevoelens'.

Hoogleraar bedrijfsethiek Kimman: “De marxistische golf van de jaren zestig was de dood in de pot voor de ethiek. Het marxisme kenmerkt zich door een groot vertrouwen in de alles regulerende staat. Bij de bedrijfsethiek gaat het juist om de verantwoordelijkheid van individuen en organisaties.”

Sommigen zien de opleving van de bedrijfsethiek als een reactie op financiele schandalen in het bedrijfsleven. Ethici leggen deze relatie liever niet: met het voorkomen van economische misdrijven heeft ethiek naar hun opvatting niets te maken. Bedrijfsethiek heeft betrekking op alle waarden en normen binnen de onderneming: bescherming van rechten, regulering van belangenconflicten en waarborgen voor algemeen welzijn.

Het bedrijfsleven ziet deze aspecten vaak over het hoofd. De ondernemers zelf zeggen nauwelijks tijd te hebben voor ethische reflectie. “Zaken doen zonder ethiek is al ingewikkeld genoeg”, zegt ook Neville Cooper, voorzitter van het Londense Institute for Business Ethics (IBE). “Ik kan dan ook erg kwaad worden om mensen die steeds roepen: de onderneming is er voor mensen, niet om winst te maken. Zij vergeten dat bedrijven nu eenmaal bestaan bij de gratie van winst en dat iedereen - klanten, leveranciers, managers en aandeelhouders - daarbij baat heeft. Het gaat om beide: mensen en winst.”

Esso-directeur R. Dahan stelde vorig jaar tijdens een symposium dat de ethiek van het ondernemen niets afdoet aan efficient zaken doen. Maar president-directeur P. Fentener van Vlissingen van het energie- en grootwinkelbedrijf SHV zag dat anders. Bedrijfsethiek is pijn lijden, zei hij. De onderneming zal, bij voorbeeld met het oog op het milieu, keuzes moeten maken die tot omzetverlies kunnen leiden. Dergelijke keuzes kan men niet aan de overheid overlaten.

Kimman (VU Amsterdam) wijst op het drievoudige karakter van de economische ordening: het dwingende van de overheid (rechtsregels), zelfordening door middel van afspraken, convenanten en codes en vrijwillige ordening op grond van individuele morele toetsing. Leunt men teveel op een van deze elementen, dan gaat het fout: de communisten dachten dat de overheid het moreel besef van het individu kon invullen, terwijl de naoorlogse publiekrechtelijke organisaties (pbo's) hebben geprobeerd de door de overheid vastgestelde regels in een publiekrechtelijk orgaan onder te brengen.

Sommige ondernemers vinden het voldoende wanneer zij ethische normen toetsen aan 'algemene beginselen van behoorlijk staatsburgerschap' of 'algemene beginselen van behoorlijk bestuur'. Dit gaat ethici niet ver genoeg. Ondernemingen zouden de morele plicht hebben om hun economische middelen in te zetten voor politieke druk. Amnesty International heeft een Commissie Bedrijfsleven in het leven geroepen die multinationals bewust wil maken van de mensenrechtenproblematiek.

Prof. dr. H. J. L. van Luijk, hoogleraar bedrijfsethiek Nijenrode en universitair hoofddocent ethiek van de Rijksuniversiteit Groningen: “Ik verbaas mij elke keer weer over het gemak waarmee de moraliteit buiten de markt gehouden wordt”, zegt hij.

Het is dan ook nauwelijks verwonderlijk dat, waar traditioneel geschoolde bedrijfskundedocenten zich onvoldoende toegerust achten om een nieuwe generatie gewetensvolle managers te kweken, filosofen en in het bijzonder geestelijken maar al te graag bereid zijn hand- en spandiensten te verlenen. Zeker 25 jezuieten zijn in Europa en de Verenigde Staten werkzaam als hoogleraar bedrijfsethiek op universiteiten en business schools. Eduard Kimman (VU Amsterdam) werd door de orde vrijgemaakt om de stem van de kerk weer in de economie te laten doorklinken. Het Britse Institute for Business Ethics is voortgekomen uit een verbond van christelijke ondernemers. In het comite van aanbeveling zitten onder meer de aartsbisschop van Canterbury, de kardinaal aartsbisschop van Westminster, de Moderatoren van de Kerk van Schotland en de de imam van de Centrale Moskee in Londen. In de praktijk heeft 'business ethics' soms iets van biechten: zogenaamde ethics-hot-lines stellen accountants in staat hun ethische problemen anoniem aan deskundigen voor te leggen.

Toch argumenteren bedrijfsethici niet vanuit een bijbels of wijsgerig perspectief, zo benadrukt IBE-directeur Stanley Kiaer. “Binnen de kerk wordt sowieso heel verschillend gedacht over geld verdienen. De Anglicaanse kerk ziet het als de belichaming van het kwaad. Dat zult u ons niet horen zeggen, de cruciale vraag is op welke wijze men rijkdom creeert.”

Ook Van Luijk (Nijenrode) ziet de rol van ethicus niet als de uitdrager van het bedrijfsapostolaat. Hij gelooft dat de toegenomen mondigheid en de ontkerkelijking de ethiek eerder 'op straat' hebben gebracht. Normen en waarden worden ontleend aan het publieke debat, niet aan religieuze opvattingen. Bovendien realiseren bedrijfsethici zich maar al te goed dat “het tokkelen op de wijsgerige luit weinig toehoorders trekt” (Van Luijk).

Nederland heeft nog weinig ervaring met bedrijfscodes: bindende afspraken over hoe ondernemingen in omschreven omstandigheden moeten handelen. Dergelijke codes varieren van korte beginselverklaringen tot uitvoerige bepalingen omtrent een veelheid van onderwerpen: eerlijkheid tegenover leveranciers en klanten, zorg voor de kwaliteit van het produkt en niet-inmenging in politieke kwesties. Zo schrijft Shell voor dat Shell-bedrijven geen betalingen mogen verrichten aan politieke partijen en organisaties. In Amerika heeft meer dan 80 procent van de Amerikaanse bedrijven een bedrijfscode, in Europa 45 procent. Nederland loopt helemaal achteraan, alleen dochterondernemingen van Amerikaanse bedrijven zoals IBM en enkele grotere concerns als Philips, Akzo, Ahold en Holec hebben gedragscodes.

Bij bedrijven zonder 'collectieve verantwoordelijkheid' zijn naar de overtuiging van drs. J. F. Wempe, universitair docent ondernemingsethiek aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, vaak prikkels aanwezig die tot immoreel handelen kunnen aanzetten, zoals de Slavenburg-affaire heeft aangetoond. “Gedragsregels moeten voor iedereen duidelijk zijn”, beklemtoont IBE-directeur Stanley Kiaer. “Te vaak krijgen jongere werknemers van het hogere management te horen: hier staan we voor, terwijl het lagere management maar een zorg heeft: halen we het quotum voor het eind van het jaar?”

Daarnaast zullen bedrijven regelmatig moeten worden geinformeerd over belangrijke maatschappelijke ontwikkelingen. Het Britse Institute for Business Ethics organiseerde in de afgelopen jaren conferenties over het milieu, kredieten en vijandige overnemingen. Dit jaar zal het instituut aandacht besteden aan Oost-Europa en Zuid-Afrika. Het instituut zelf neemt over deze zaken geen ethisch standpunt in. Ethiek, zo benadrukt Kiaer, is nu eenmaal geen afgerond systeem van klare verplichtingen, verboden en aanbevelingen.

Centra voor bedrijfsethiek vindt men Engeland, Belgie, Duitsland en Spanje, maar nog niet in Nederland. Studenten bedrijfsethiek moeten het voorlopig nog doen zonder bruikbare Europese handboeken. Zij zijn op Amerikaanse titels aangewezen en weten daardoor meer over de wegens misdrijven veroordeelde Amerikaanse beursspeculant Ivan Boesky dan de Britse Guinness-affaire. Van Luijk (Nijenrode) spreekt in dit verband over 'continentale armoede'.

    • Jan Libbenga