Na geweld in Vilnius moet steun aan Sovjet-Unie worden gestaakt

De euforie van het begin van de perestrojka-periode is voorbij. Bijna iedereen met wie men nu in de Sovjet-Unie spreekt toont vrees, vreest voor een burgeroorlog of voor terugkeer van dictatuur. Die vrees was al tamelijk lang aanwezig; ook al voor dat Sjevardnadze zijn aftreden als minister van buitenlandse zaken aankondigde. Ze wordt bovendien bevestigd door de inzet van militairen in Litouwen.

De voorstellingen over een mogelijke burgeroorlog lopen uiteen, maar over de terugkeer van de dictatuur bestaat een vrijwel eenduidig beeld: de dictator is Gorbatsjov. Natuurlijk verdient hij lof voor wat hij in de eerste jaren na zijn verkiezing tot secretaris-generaal van de Communistische partij van de Sovjet-Unie (CPSU) in maart 1985, tot stand heeft gebracht. Sinds hij echter geconfronteerd werd met de grenzen van zijn macht, door krachten die hijzelf met glasnost en democratisering had opgeroepen, is hij (niet verbaal, maar wel beleidsmatig) teruggekomen van veel wat hij van 1985 tot en met 1988 met woord en daad heeft bevorderd.

Na de verkiezingen voor het Congres van Volksafgevaardigden in het voorjaar van 1989 heeft zich een omslag voorgedaan. De verkiezingen waren gebaseerd op de nogal liberale grondwets- en kieswetswijziging van eind 1988 en hadden in sommige delen van de Sovjet-Unie enigermate het karakter van meerpartijenverkiezingen. Zij leidden daardoor tot een nederlaag voor tal van prominente kandidaten uit het partij-apparaat. Van dat moment af nam binnen de Partij de kritiek op Gorbatsjovs democratiseringsbeleid sterk toe. Er waren nog andere tegenslagen: de massale herleving van nationalisme in alle Unie-republieken en het uitblijven van economische successen.

Beknotting

Hoe heeft Gorbatsjov daarop gereageerd? In feite is er sinds het voorjaar van 1989 - althans in de binnenlandse politiek - niets goeds meer uit zijn handen gekomen. Toen formele erkenning van een meerpartijenstelsel (waartegen hij zich tot het laatst toe heeft verzet) onontkoombaar bleek, reageerde hij met een voorstel invoering van een presidentieel stelsel, waardoor de macht van de volksvertegenwoordiging, aanvankelijk krachtig uitgebreid, al meteen weer werd beknot.

Toen de problemen in het land zich toespitsten en er alle aanleiding voor hem was, zijn machtsbasis te verbreden, droeg Gorbatsjov niet een niet-partijlid of een niet-Rus voor het vice-presidentschap van de Sovjet-Unie voor, maar de Rus Janajev, een apparatsjik uit het Centraal Comite van de Partij. Nadat het Congres van Volksafgevaardigden diens kandidatuur had afgewezen, zocht Gorbatsjov niet een andere, meer acceptabele kandidaat, maar sprak hij een onaanvaardbaar uit en dwong hij het Congres tot een tweede stemming over dezelfde kandidaat.

Verder wees Gorbatsjov in de discussie over economische hervorming het radikale plan-Sjatalin van de hand en prefereerde hij de door premier Ryzjkov aanbevolen geleidelijkheid, met als gevolg dat zowel het centrale ambtelijke apparaat als de ondernemers en de burgers alle gelegenheid hebben, de overgang naar zoiets als een markteconomie te saboteren of naar eigen hand te zetten.

Nog treuriger is zijn aanpak van de nationaliteitenkwestie. Nadat uiteindelijk de onwettigheid van het Molotov-Von Ribbentroppact, waardoor de Baltische republieken bij de Sovjet-Unie werden ingelijfd, was vastgesteld, heeft hij bijna niets nagelaten om het terechte onafhankelijkheidsstreven van deze republieken te dwarsbomen. Hij bediende zich van wetgeving die afscheiding van de Sovjet-Unie nagenoeg onmogelijk maakt, van een economische boycot, van het nietig verklaren van tal van wetten en resoluties van de parlementen van deze republieken en ten slotte van militair geweld.

De roep om zelfbeschikking en soevereiniteit van tal van andere etnische groepen en lagere bestuurseenheden in de Sovjet-Unie heeft vergelijkbare reacties opgeroepen: bloedbaden in Tbilisi en Bakoe, aangericht door de speciale troepen van het ministerie van binnenlandse zaken; het vernietigen van wetten; versterking van de organen van 'wet en orde'(dat wil zeggen van de de KGB, de politie en de speciale troepen); het benoemen van een KGB-er en een legerofficier tot minister, resp. onderminister van binnenlandse zaken en het dreigen met presidentieel bewind.

Averechts

Herhaaldelijk pleegt Gorbatsjov verraad aan wat hij eerder zei. Daarvan is zijn voorstel voor een nieuw Unieverdrag het laatste voorbeeld. De Unierepublieken worden rechtens soeverein verklaard, maar de grenzen van de soevereiniteit worden in feite bepaald door het centrum, dat zijn macht niet uit handen wenst te geven.

Nagenoeg alle maatregelen hebben averechts gewerkt, waardoor Gorbatsjovs machtsbasis, hoewel formeel enorm versterkt, in feite voortdurend verder is geerodeerd. Door vrijheid toe te staan heeft Gorbatsjov eerst het conservatieve partij-apparaat, de strijdkrachten en de KGB van zich vervreemd, maar door vervolgens onderdrukkend op te treden tegen de krachten die zich onder de toegenomen vrijheid manifesteerden kreeg hij ook democraten, voorstanders van radicale economische hervorming en pleitbezorgers van nationale, regionale, etnische en culturele decentralisatie tegenover zich.

De Sovjet-Unie is daardoor in een neerwaartse spiraal terechtgekomen. De tegenstellingen spitsen zich steeds verder toe. In de economie werken ze door in de vorm van contractbreuk, sabotage, zwarte handel en apathie. Vrijwel niemand gelooft meer dat Gorbatsjov nog in staat zal zijn deze spiraal te doorbreken.

Steun uit het Westen zou nu eigenlijk niet meer gegeven moeten worden of alleen in de vorm van goederen en diensten moeten worden verstrekt. Maar die investeringen mogen dan niet bijdragen aan versterking van een machtspositie die juist moet worden verzwakt. Er is dus, ook op economische gronden, veel voor te zeggen, de investeringshulp aan de Sovjet-Unie voorlopig stop te zetten, het proces van onttakeling zich desnoods te laten voortzetten, totdat de wal het schip keert en de machthebbers in de Sovjet-Unie zelf de zeggenschapsdisputen hebben beslecht.

Daartegen pleit dat in die tussentijd de levensomstandigheden van de bevolking verder verslechteren, vooral van die doorsnee-burgers die weinig met weinig connecties hebben. De conclusie kan in elk geval zijn dat indien al hulp wordt verleend, deze uiterst selectief zal moeten worden verstrekt. Wie ervoor pleit de steun aan Gorbatsjov te staken dient echter ook na te denken over een alternatief voor de huidige president. Het meest voor de hand liggende alternatief is Boris Jeltsin, nog altijd razend populair, vooral door de manier waarop hij het centrale gezag en de Communistische Partij bestrijdt.

De auteur is ex-hoogleraar politicologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam

    • Jan van Putten