Miljardenplan emir voor herstel Koeweit; Voorrang voor infrastructuur, gezondheidszorg en olie-installaties

ROTTERDAM, 18 jan. - Terwijl de operatie Desert Storm met de hulp van Koeweitse vliegtuigen en piloten nog in volle gang is, treffen de emir en zijn ministers in ballingschap voorbereidingen voor het herstel van het kleine oliestaatje. De regering van Koeweit verwacht dat de wederopbouw van het land tussen 20 en 40 miljard dollar zal kosten.

De regerende familie Al-Sabah werkt al geruime tijd vanuit de Saoedische stad Thiaf aan een plan voor de wederopbouw, aldus bevestigde gisteren desgevraagd de Koeweitse zaakgelastigde in Nederland, Salem Al-Zamanan. Het zogenoemde Highest Consultative Committee van Koeweit heeft volgens Zamanan een raming gemaakt van de schade die veroorzaakt is door de bezetting en van de vernielingen die mogelijk worden aangericht tijdens de bevrijdingsoorlog.

Het plan voor de wederopbouw kent prioriteit toe aan het herstel van de gezondheidszorg, de wegen en vliegvelden, om het land weer leefbaar te maken, aldus Zamanan. Meer dan 350.000 van de 670.000 inwoners van voor de invasie zouden Koeweit zijn ontvlucht. Volgens de regering in ballingschap houden de Iraakse militairen 10.000 Koeweiti's als een menselijk schild bij energiecentrales en olie-installaties gevangen tegen aanvallen van de geallieerde strijdmacht. Volgens Al-Zamanan is het geen enkel probleem om het herstel van de infrastructuur te financieren. “Onze fondsen zijn voldoende”. Eventueel zal het emiraat geld lenen of een deel van de omvangrijke investeringen in het Westen afstoten.

Tegelijk met het herstel van de belangrijkste voorzieningen voor het openbare leven willen de Koeweiti's de olie-industrie, veruit de belangrijkste bron van inkomsten en deviezen, weer op gang brengen. Zij hebben in de Verenigde Staten orders geplaatst voor materialen die nodig zijn voor herstelwerkzaamheden aan olie-installaties en ondernemingen is gevraagd mee te werken aan de wederopbouw. Ook zouden er met Amerikaanse oliemaatschappijen afspraken zijn gemaakt over hulp in geval van vernielingen aan olie-installaties en met Red Adair in Houston, de befaamde specialist in het blussen van oliebranden.

Hoe groot de schade aan de oliebronnen, raffinaderijen, pompstations, laadstations en petrochemische installaties zal zijn, hangt sterk af van het verdere verloop van Desert Storm en de snelheid waarmee het emiraat compleet kan worden bevrijd. Sinds de invasie hebben de Irakezen bij herhaling verklaard dat zij alle belangrijke installies met dynamiet hadden 'behangen' en omringd hadden met mijnen. “De schade is enorm”, zei de Koeweitse olieminister Rashid al-Ameeri eind vorig jaar op een persconferentie in Jedda, “en Irak heeft veel uitrusting, materiaal en grondstoffen voor de olie-industrie gestolen”.

In Houston hebben Koeweitse bedrijven materialen voor boorinstallaties opgeslagen ter waarde van “enkele miljoenen dollars”, aldus een woordvoerder van het Amerikaanse Ingram, dat de materialen aan de Koeweiti's verkocht. Diverse andere Amerikaanse bedrijven, onder andere de constructiemaatschappijen Baker Hughes en Cooper Industries, hebben laten weten gesprekken te voeren met de Koeweiti's, maar nog geen orders te hebben ontvangen.

Volgens een Koeweitse bankier in Londen, die anoniem wilde blijven, zouden er zelfs al nieuwe Koeweitse dinars zijn gedrukt. De Irakezen hebben de Koeweitse dinar na annexatie van Koeweit gelijkgeschakeld met de veel goedkopere Iraakse dinars. Volgens de Koeweiti waren er voor 2 augustus ongeveer 400 miljoen Koeweitse dinars in omloop.

Een belangrijke factor in het conflict tussen Irak en Koeweit dat op 2 augustus leidde tot de invasie en kort daarna tot de inlijving van het oliestaatje, was de hoge olieproduktie. Koeweit produceerde het eerste halfjaar van 1990 bijna twee miljoen vaten olie per dag en kreeg herhaaldelijk waarschuwingen van OPEC-landen dat het zijn maximaal toegestane produktie per dag ver overschreed. Ook de Verenigde Arabische Emiraten maakten zich schuldig aan overproduktie. Irak, Iran en Saoedi-Arabie, de grootste producenten in de Golfregio, maakten daar ernstig bezwaar tegen. De totale aanvoer van OPEC-olie op de markt was te hoog. Daardoor daalde de prijs in mei beneden de vijftien dollar per vat, toen de OPEC-richtprijs nog op 18 dollar stond. De drie grote producenten eisten een verlaging van de produktie om zodoende de prijs op te voeren.

Eind juli vorig jaar moest de Koeweitse olieminister tijdens een heftige discussie tussen OPEC-vertegenwoordigers in Wenen in het zand bijten. Zijn quotum werd verlaagd tot 1, 5 miljoen vaten olie per dag en de richtpijs ging, in een poging om Irak en Iran tevreden te stellen, omhoog naar 21 dollar. Maar voor Irak kwam dat te laat en een paar dagen later volgde de invasie.

Koeweit heeft sindsdien meer dan zes miljard dollar aan olieinkomsten verloren. Saddam Hussein, geplaagd door grote economische problemen als gevolg van de oorlog die hij in de jaren tachtig met Iran voerde, meende zich de Koeweitse olierijkdommen te kunnen toeeigenen. Maar hij heeft daar weinig plezier aan beleefd, want door het handelsembargo van de Verenigde Naties werd de export van olie en brandstoffen uit Irak en Koeweit vrijwel geheel geblokkeerd. Alleen Jordanie heeft nog enige maanden een kleine hoeveelheid olieprodukten van de Iraakse raffinaderijen afgenomen.

Koeweit beschikt over negen procent van de bewezen oliereserves in de wereld en had tot augustus vier moderne raffinaderijen in bedrijf met een gezamenlijke verwerkingscapaciteit van bijna 850.000 vaten per dag. Dagelijks werden grote hoeveelheden ruwe olie, brandstoffen en vloeibaar gas (LNG en LPG) verkocht naar het Verre Oosten, Noord-Amerika en West-Europa. In de Verenigde Staten, West-Europa en het Verre Oosten heeft de Koeweitse staatsoliemaatschappij grote belangen in raffinage en distributie van olieprodukten. Het marktaandeel in West-Europa is tien procent. Eind vorig jaar heeft Kuweit Petroleum haar eerste contract in Oost-Europa afgesloten. Het betreft een aandeel in de Hongaarse staatsoliemaatschappij met 17 benzinestations die onder de naam Q-8 gaan verkopen.

De drie raffinaderijen van Q-8 in West-Europa (Rotterdam, Napels en Kopenhagen) werden tot eind september nog gevoed met voorraden relatief goedkope ruwe olie uit Koeweit. Woordvoerder H. Appelboom van Kuweit Petroleum Benelux zei gisteren te verwachten dat de olie-aanvoer uit Koeweit naar de Rotterdamse raffinaderij spoedig zal worden hersteld na het herstel van de olieindustrie in het emiraat.

    • Michel Kerres
    • Theo Westerwoudt