Kort

Patrick McGrath: The Grotesque. Uitg. Penguin Books en Ballantine Books. Prijs resp. fl. 25, 95 en fl. 16, 65. John Wain (ed): The Oxford Anthology of English Poetry, Volume 1: Spenser to Crabbe and Volume 2: Blake to Heany. Uitg. Oxford University Press. Prijs per deel fl. 36, 50. Humphrey Carpenter: The Brideshead Generation: Evelyn Waugh and his Generation. Uitg. Faber and Faber. Prijs fl. 37, 50. Raymond Chandler-Robert B. Parker: Poodle Springs. Uitg. Berkley Books. Prijs fl. 16, 65.

Bizar is een te zwakke omschrijving voor de eerste roman van de Engelsman Patrick McGrath, die verscheen onder de passende titel The Grotesque: ongetwijfeld gaat het hier om een van de vreemdste boeken die de afgelopen jaren in Engeland het licht zagen. Het is het relaas van Sir Hugo Coal, trots bezitter van Crook Manor en amateur-paleontoloog, die wanneer hij in 1949 zijn verhaal begint, zijn dagen als 'vegetable' doorbrengt in een rolstoel.

Hij is tot geen enkele beweging of reactie meer in staat, zijn gezicht staat vertrokken in een afschuwelijke grijns: van een mens is hij veranderd in een groteske. Zijn huisgenoten houden hem voor klinisch dood, maar in het hoofd van Sir Hugo werkt alles nog optimaal. Of niet?

Er heeft een moord plaatsgevonden en Sir Hugo laat vanaf het allereerste begin geen twijfel bestaan over de identiteit van de dader: de butler Fledge. Deze heeft zich, samen met zijn schrale vrouw Doris, het benauwde huishouden van Crook Manor binnengewerkt en dood, maar vooral verderf, om zich heen gezaaid. De aanstaande schoonzoon van Sir Hugo valt als een blok voor de sinistere aantrekkingskracht van de butler en wordt door de landjonker in een compromitterende situatie gadegeslagen. Echtgenote Harriet gaat als tweede voor de bijl.

De duistere charmes van de butler zijn ook de oorzaak van de fatale hersenbloeding van Sir Hugo, die vanaf dat moment machteloos moet toezien hoe deze onbekommerd zijn plaats inneemt. Natuurlijk blijkt de werkelijkheid toch weer anders en des te langer Sir Hugo aan het woord blijft, des te duidelijker dat wordt.

McGrath is een nieuwe, sardonische stem in de Engelse literatuur, maar in zijn proza klinken de verdraaide stemmen van veel voorgangers door; een Amerikaanse recensent vergeleek hem op basis van dit boek alleen al met Evelyn Waugh, Agatha Christie, Oscar Wilde, Poe, Kafka en Stephen King. Op hun eigen, afzonderlijke gebied kan McGrath met geen van allen de vergelijking doorstaan, daarvoor is hij zich als auteur te zeer bewust van de genres die hij bedrijft, maar zijn boek over verkrampte lusten en weggestopte gevoelens is een originele mengeling van melodrama en pastische, bij vlagen erg komisch, en hier en daar meer dan alleen literair amusement: er schuilt een Sir Hugo Coal in ons allen.

Patrick McGrath: The Grotesque. Uitg. Penguin Books en Ballantine Books. Prijs resp. fl. 25, 95 en fl. 16, 65.

Wat doet een schrijver wanneer hij is uitgeschreven? Hij gaat zijn memoires schrijven of hij gaat bloemlezen uit het werk van anderen. John Wain was een 'angry young man', die eind jaren vijftig, begin jaren zestig, talloze romans en verhalen publiceerde over de emotionele strijd tussen onbuigzame oude lullen (vaders) en opstandige, gedreven zielen (zonen). Inmiddels is Wain allang niet meer boos of jong en heeft hij zich op het Engelse literaire erfgoed gestort: vier jaar geleden verscheen zijn monumentale bloemlezing uit de Engelse poezie, onder de respectabele titel The Oxford Anthology of English Poetry. Die bloemlezing was zo monumentaal dat hij gemakkelijk te splitsen viel in twee reusachtige paperbacks, die zojuist verschenen: deel 1 gaat van Spenser tot Crabbe, deel 2 bestrijkt Blake tot Heany.

Vanzelfsprekend zag Wain zich geconfronteerd met alle traditionele dilemma's van de bloemlezer: oude of moderne spelling, bekende auteurs of onbekende auteurs, doodgebloemleesde favorieten of onontdekte schatten, fragmenten of geen fragmenten, enzovoort. En zoals bij iedere bloemlezing is zijn keuze niet onomstreden. Mag je Shakespeare als een dichter beschouwen en onbekommerd een aantal regels uit zijn stukken snijden? De openingsregels van het vierde gezang van Byrons Childe Harold worden nu weliswaar niet meer tot zijn beste gerekend, ze staan toch in het geheugen van veel Byron-fans gegrift: waarom zijn ze niet opgenomen? Kortom, er valt weer veel te zeuren (misschien is dat ook de grootste aantrekkingskracht van bloemlezingen: lezers en critici kunnen zichzelf profileren door te klagen), maar er valt evenveel in te ontdekken. Vooral enkele onbekende, boerse plattelandsdichteressen zorgen voor leesplezier: “Come uppe Jetty, follow, follow-Jetty, to the milking shed”.

John Wain (ed): The Oxford Anthology of English Poetry, Volume 1: Spenser to Crabbe and Volume 2: Blake to Heany. Uitg. Oxford University Press. Prijs per deel fl. 36, 50.

De Engelse biograaf Humphrey Carpenter heeft vast een hoge hypotheek, want naast respectabele, vuistdikke levensbeschrijvingen van dichters als Auden en Pound, publiceerde hij de afgelopen jaren een aantal groepsbiografieen over bij het publiek goed liggende onderwerpen, die duidelijk bedoeld zijn om zijn schoorsteen brandende te houden. Zijn boek The Brideshead Generation had in de vorig jaar verschenen gebonden editie nog de schaamteloze ondertitel Evelyn Waugh and his Friends. Nu was Waugh iemand die helemaal geen vrienden had, alleen een paar verdraagzame vriendinnen en die komen in Carpenters boek niet voor. Vandaar dat de uitgever van de onlangs verschenen paperback Evelyn Waugh and his Generation op het omslag heeft laten drukken, terwijl de titelpagina nog de oude ondertitel vermeldt.

Dat gehannes is kenmerkend voor dit al te modieuze boek. Carpenter kent alle feiten over de schrijvers en dichters, de fatten en kunstluizen die elkaar na de Eerste Wereldoorlog in Oxford leerden kennen - o.a. Graham Greene, Harold Acton, Brian Howard, Anthony Powell, John Betjeman, Henry Green en natuurlijk Waugh zelf - en vrolijk herkauwt hij alles nog een keer. Amusant voor wie nog niet op de hoogte is, maar nieuwe inzichten blijven achterwege.

De man die hij koste wat het kost als protagonist van zijn boek wil zien, Evelyn Waugh (een van de grote Engelse schrijvers van deze eeuw, groter dan Graham Greene, bij voorbeeld), wordt gaandeweg het slachtoffer van zijn biograaf; Carpenter krijgt na honderd bladzijden zichtbaar genoeg van zijn onderwerp en begint zijn afkeer van Waughs persoonlijkheid te verwarren met de evaluatie van diens werk.

Uiteindelijk zinkt Carpenter heel diep: hij lijkt het Waugh persoonlijk kwalijk te nemen dat die in een roman een personage om het leven laat komen, waarvan de biograaf heeft beweerd dat het eigenlijk om Waughs broer Alec gaat. Is er iets erger dan een biograaf die zijn onderwerp kapittelt?

Humphrey Carpenter: The Brideshead Generation: Evelyn Waugh and his Generation. Uitg. Faber and Faber. Prijs fl. 37, 50.

Onder de scenario-schrijvers van Hollywood is William Goldman een oude rot; hij schreef onder andere het scenario voor Butch Cassidy and the Sundance Kid en Marathon Man, scripts waarmee hij zelf nog altijd zeer ingenomen lijkt. In een beroep als het zijne ligt het cynisme echter altijd op de loer en de laatste jaren schrijft Goldman dan ook vooral boeken waarin hij de lezer geniepig kijkjes biedt achter de schermen van de Amerikaanse filmwereld.

In Hope en Glory verlegt hij het terrein van zijn herinneringen: zijn nieuwste memoires gaan over zijn belevenissen als jurylid op het Cannes-festival van 1988 en de Miss America verkiezingen van hetzelfde jaar. Goldman ziet zichzelf duidelijk graag als een tough guy die je echt niets meer hoeft te vertellen: hij geniet merkbaar van zijn eigen sarcasme en ferme-jongens-stoere-knapensentimentaliteit. De filmwereld hangt aan elkaar van vunzig winstbejag (Hollywood) en holle pretentie (Europa). Waar is de magie van vroeger gebleven? Enzovoort, enzovoort.

Af en toe toont Goldman echter een onverwacht vermogen tot zelfinzicht en lijkt hij te beseffen dat wat hij zo hartgrondig verafschuwt net zozeer in hemzelf zit als in de wereld om hem heen. Dan beschrijft hij een man die na een zelfgenoegzaam huwelijk van twintig jaar plotseling alleen komt te staan en iedere idealisme verloren blijkt te hebben; hij gelooft nergens meer in en al helemaal niet meer in film. Vandaar dat de suikerzoete illusies van de meisjes die een gooi doen naar de titel Miss America (hun in Goldmans boek afgedrukte levensbeschrijvingen vormen inderdaad schrijnende lectuur) hem tot tranen toe kunnen ontroeren.

Goldman heeft een scherp oog voor het absurde: de mooiste passage in deze opgeblazen memoires is die waarin de presentator van de schoonheidswedstrijd, wachtend op de jury-uitslag, gedwongen wordt eindeloos tijd te rekken en uiteindelijk wanhopig de winnares van het jaar daarvoor gaat ondervragen over haar leven en werk. Dat meisje is verpleegster en terwijl om haar heen de finalisten rillend in hun badpak staan te wachten op de uitslag begint zij enthousiast te vertellen over haar opvanghuis voor terminale kanker- en Aids-patienten.

William Goldman: Hype and Glory. Uitg. Futura. Prijs fl. 22, 95.

De Engelse uitgeverij Bloomsbury geeft in snel tempo een aantal gidsen uit waarin de belangstellende lezer en filmliefhebber aan de hand wordt genomen en naar voor hem geschikte titels gevoerd. De Good reading Guide to Murder is de nieuwste in de reeks. De samenstellers hebben een groot aantal misdaadschrijvers alfabetisch gerangschikt, met een korte karakterisering van hun werk en hun belangrijkste titels. Daarnaast in de marge bevindt zich dan nog een zogenaamd Read on-lijstje, met opvallende titels van de auteur en thematische verwante thrillers van andere schrijvers.

Het ziet er allemaal wat verwarrend uit en in het gebruik blijkt dat ook zo te zijn. Ten eerste spreken de samenstellers bijna geen waardeoordelen uit over de door hen genoemde titels, zodat er nauwelijks sprake is van een gids; van sommige auteurs, Margaret Millar bij voorbeeld, worden de duidelijk mindere titels aanbevolen. Andere auteurs komen simpelweg niet aan bod: de gedreven Amerikaanse thrillerschrijfster Sue Grafton duikt alleen in de marge op, terwijl de zouteloze academische konterfeitsels van Amanda Cross alle aandacht krijgen.

Bovendien gaan de samenstellers ervan uit dat liefhebbers van het genre het liefst zoveel mogelijk boeken over een onderwerp lezen; zo wordt bij voorbeeld bij een detective die in India speelt, een aantal andere thrillers met India als decor aanbevolen. En bij een thriller die zich op de redactie van een krant afspeelt, een lijst met thrillers over de krantenwereld, zonder verdere kwaliteitsaanduiding. Wie leest er op die manier?

Kenneth and Valerie McLeish: Good Reading Guide to Murder: Crime Fiction and Thrillers. Uitg. Bloomsbury. Prijs fl. 33, 50.

De Amerikaanse misdaadschrijver Robert B. Parker lukte wat zovelen voor hem tevergeefs hebben geprobeerd: hij maakte met succes het boek van een ander af. Zijn grote voorganger Raymond Chandler liet bij zijn overlijden vier hoofdstukken, eigenlijk niet meer dan een aanzet, van een nieuwe thriller achter. De erven Chandler verzochten Parker er een verhaal van te maken en het resultaat, Poodle Springs, is meer dan bevredigend. Chandlers held, private eye Philip Marlowe, strijkt neer in het sjieke Poodle Springs, in de woestijn bij Los Angeles, aan de arm van zijn echtgenote, de steenrijke erfgename Linda. Vanzelfsprekend brengt Marlowe zijn vrouw door middel van een lange reeks geslaagde wise-cracks aan het verstand dat hij zich niet door haar laat onderhouden, vanzelfsprekend stuit hij binnen een dag op de schaduwkanten van het miljonairsstadje; hij hoeft maar met zijn ogen te knipperen, of hij is omringd door gokverslaafden, onderwereldbazen en pornofotografen.

Parker grijpt de lezer stevig bij zijn kraag en sleurt hem door een verhaal vol spanning en actie, maar vergeet gelukkig niet hier en daar enkele donkere sfeerbeschrijvingen en wat mooie weemoed over het menselijk tekort aan te brengen. Blijkbaar heeft hij de smaak te pakken (zijn eigen hardgekookte Spenser-thrillers vertonen de laatste jaren tekenen van vermoeidheid), want achterin Poodle Springs wordt alweer een nieuwe Marlowe aangekondigd, een vervolg op Chandlers The Big Sleep.

Raymond Chandler-Robert B. Parker: Poodle Springs. Uitg. Berkley Books. Prijs fl. 16, 65.

    • Bas Heijne