Iraakse Scuds hebben slechts beperkte lading en trefkans

ROTTERDAM, 18 jan. - De nachtelijke Iraakse aanval met raketten op Israel lijkt te hebben aangetoond dat de Russische Scud-B raketten die Irak bezit, en de gemoderniseerde versies daarvan, nog niet in staat zijn gifgas te verspreiden. En ook dat hun trefkans nog maar klein is, misschien niet veel beter dan die van de Duitse V-2's uit de Tweede Wereldoorlog. Tegelijk is aangetoond dat de huidige antiraket-systemen, zoals het Amerikaanse Patriot-systeem, nog maar van beperkte waarde zijn.

Maar er is meer aangetoond. Een aanzienlijk aantal Iraakse lanceerinstallaties voor 'tactische ballistische raketten' blijkt, ondanks Amerikaanse beweringen terzake, niet te zijn uitgeschakeld. Misschien zijn alleen de vaste ('statische') lanceerinrichtingen vernield, de mobiele installaties (op grote vrachtwagens) blijken voor een deel nog intact te zijn. Het waren kennelijk deze installaties die voor een verrassing zorgden.

De talrijke deskundigen die de laatste weken hun zegje deden, hebben daar geen rekening mee gehouden. Zij zeiden steeds dat het vullen van de Scuds met vloeibare brandstof zo lang zou duren dat spionagesatellieten dat tijdig zouden kunnen signaleren. De definitieve vernietiging zou dan niet lang op zich laten wachten. Volgens Jane's Weapon Systems duurt het 'tanken' (vermoedelijk met kerosine of hydrazine) van een Scud overigens maar een uur.

Technisch gezien is de Iraakse aanval maar een heel beperkt succes. Het toont aan dat Irak erin geslaagd is de oorspronkelijke reikwijdte van de Scud-B (ongeveer 280 a 300 kilometer) op te voeren tot zeker 500 kilometer. Dat is de reikwijdte die wordt opgegeven voor de Iraakse versies 'al Husayn' en 'al Abbas'. Dat de trefkans (gewoonlijk uitgedrukt in de CEP, de Circle Error Probable, de diameter van de cirkel waarbinnen 50 procent van de afgevuurde raketten terechtkomt) zo gering is, bewijst dat de aangepaste Scuds voor hun navigatie nog klassieke traagheidssystemen (een gyro-tol met versnellingsmeters) gebruiken. De CEP van zulke systemen neemt snel toe met de afgelegde weg; voor de Abbas en Husayn worden waarden van maar liefst 2 tot 4 kilometer opgegeven. Dat betekent dat de raketten alleen als terreurwapen tegen steden effectief zijn, zoals ook vele honderden keren gebeurde in de oorlog tussen Irak en Iran.

De Iraakse autoriteiten probeerden vaak de ondoelmatigheid van de op Teheran gelanceerde Scuds te maskeren door naderhand een doel in de nabijheid van de getroffen plek aan te geven als het beoogde doel. Veel Westerse raketten gebruiken satellietnavigatie (het Global Positioning System) en zelfs terreinherkenning bij de orientatie. Irak heeft echter niet de beschikking over dit GPS-systeem.

De Scuds zijn met hulp van Westerse experts, en vermoedelijk indertijd ook Oost-Duitsers, verbeterd. Irak werkt aan een verbetering van de stuwstof en probeert lichtere materialen, zoals titaan, te gebruiken. De vergroting van de reikwijdte is simpelweg bereikt ten koste van de meegevoerde explosieve lading. De oorspronkelijke 'warhead' van de Scud heeft een gewicht van 1.000 kilo, de Husayn hoogstens 150 kilo, de Abbas hoogstens 250. Dat verklaart de geringe schade die in Israel is aangericht. Pas als de raketten gifgas zouden kunnen vervoeren (en vooral: effectief kunnen verspreiden) zouden ze een geducht wapen vormen. Volgens het gezaghebbende Jaffee Centre for Strategic Studies in Jeruzalem werkte Irak aan verbetering van de Scuds bij Al Hillah, Falujah en Karbala. Die plaatsen zijn als eerste aangevallen door de geallieerde luchtmacht.

Volgens het Jaffee Centre zou Irak in totaal ongeveer 80 statische en mobiele lanceerinrichtingen voor Scuds bezitten. Overigens bezit Irak aan tactische ballistische raketten (de zogeheten surface-to-surface missiles - SSM's - die vanaf land op grote, niet bewegende landdoelen worden afgeschoten) ook nog de Russische FROG-7 met een reikwijdte van 70 kilometer. Daarvoor zouden 50 lanceerinrichtingen zijn.

Duidelijk is dat de verdediging tegen binnenkomende ballistische raketten nog niet volmaakt is. Aangenomen mag worden dat de lancering van de raketten is gesignaleerd door de Amerikaanse spionagesatellieten van het DPS-systeem (Defense Support Program). Deze satellieten, die zich in een zeer hoge baan bevinden, hebben speciale sensoren die de hitte van de steekvlam achter een zojuist gelanceerde raket detecteren. Tijdens de oorlog tussen Iran en Irak zijn zo 166 lanceringen waargenomen.

De onderschepping met Patriot-raketten is kennelijk alleen boven de Saoedische woestijn gelukt. De Patriot, een luchtdoelraket die vanaf mobiele installaties wordt gelanceerd, is in eerste instantie ontworpen als wapen tegen vliegtuigen. Alleen de laatste versie van de Patriot, de PAC-2, is in principe in staat om met hulp van zijn radar en gemoderniseerde software tactische ballistische raketten te onderscheppen. Aandrijving en lading van de Patriot zijn daarop ingesteld. Maar de PAC-2 is nog maar net uit de experimentele fase en Israel zal waarschijnlijk nog veel PAC-1 Patriots hebben.

Het ATBM (anti-tactical ballistic missile) systeem dat Israel zelf ontwikkelt, het Arrow-systeem, is pas in 1992 operationeel. Pas in augustus is de eerste Arrow-raket gelanceerd.

    • Karel Knip