'Ik weet zeker dat ze Jeltsin op een kwade dag vermoorden'; Litouwen ondergaat bezetting gelaten

VILNIUS, 18 jan. - Weinig of niets in Vilnius doet denken aan de burgeroorlog die vele Litouwers vrezen of de contra-revolutie die volgens de Moskougetrouwe Russiche minderheid in volle gang is. Vandaag schaarden de inwoners van de stad zich voor de weinige winkels waar nog wat te koop was, het openbaar vervoer werkte normaal en dat gold ook voor de taxi's, al hebben die sinds de aankomst van buitenlandse journalisten hun prijzen verdrievoudigd. Tanks of militaire patrouilles waren nergens te zien. Zelfs de politie leek zich schuil te houden.

Het enige teken van onrust was gisteren te bespeuren in de officiersclub, waar onder de portretten van Lenin en Aleksandr Nevski de commandant van het regionale garnizoen van het Rode Leger, een generaal en twee vertegenwoordigers van de juridische afdeling van het leger de pers hadden opgetrommeld voor een persconferentie. Veel aandacht kregen ze niet van de rond tweehonderd verschenen journalisten: die waren slechts naar de club gekomen in de hoop een glimp op te vangen van het mysterieuze 'comite van nationale redding', de Moskou-gezinde organisatie die president Gorbatsjov heeft opgeroepen de Baltische republieken onder direct presidentieel bestuur te plaatsen.

Even is sprake van opwinding, als een van de officieren zich voorstelt als een verbindingsman tussen het comite en het leger. Jozef Jarmalagicis heeft echter niet veel te melden. Namen van leden van het geheimzinnige comite wil hij niet prijsgeven. “Ik kan u verzekeren dat vooral Litouwers lid zijn van het comite en dat het aantal Russische en Poolse leden (Litouwen telt een forse Poolse minderheid, die sterk is gekant tegen het Litouwse streven naar onafhankelijkheid, JO) gering is, “ zegt Jarmalagicis. “Om veiligheidsredenen kan ik geen namen geven. Maar het gaat om bekende en alom gerespecteerde mensen.”

Op andere vragen volgen slechts vage ideologische verklaringen, al doet generaal Joeri Naumov wel de toezegging dat de Sovjet-militairen niet van plan zijn het Litouwse parlement te bezetten. In zo'n bezetting is men “niet geintereseerd, “ aldus Naumov - althans “niet op het ogenblik”. Zijn er garanties? De vraag wordt niet beantwoord.

In de lobby van de club, onder een gigantisch schilderij van Lenin die een groep arbeiders de weg wijst staat een vijftigjarige man in een grijs pak en met idem haar en ogen. Hij en maakt geen geheim van zijn rotsvaste geloof in de correctheid van de leer van de man op het schilderij. De Litouwers zijnonbetrouwbaar: “De Russen hebben ons beschermd. Je moet wel bedenken dat de vaders van de rebellen lid waren van de SS, dat honderdduizend Litouwers in het nazileger hebben gediend. Over een paar jaar zul je zien dat ik gelijk heb.”

Slechts in de buurt van het parlementsgebouw is iets te merken van de spanningen waaronder de Litouwers sinds het ingrijpen van het Sovjet-leger leven. Op vele winkelruiten zit plakband om het gevaar van rondvliegend glas te beperken wanneer het tot een explosie komt. In de straten bij het plein met het parlementsgebouw doemen de barricaden op, grote betonplaten, met staaldraad aan elkaar bevestigd en voorzien van openingen waar voetgangers doorheen kunnen. De openingen zijn zo nauw dat zich voor de barricaden rijen vormen.

Achter de betonplaten, op het Plein van de Onafhankelijkheid, hangt rook. Die is niet afkomstig van brandende of smeulende gebouwen, maar van mobiele keukens, waar thee wordt gezet, en van een paar open houtvuren waar jonge Litouwers omheen zitten, met thee in plastic bekertjes. Hun leuzen hebben ze op houten borden geschilderd: “Heil Gorby, Fuhrer Number Two”, “Jesus Maria I love you, Save Our Souls”. Luidsprekers bleren de plaatselijke radioprogramma's over het plein, maar niemand lijkt daar belangstelling voor te hebben.

Het parlementsgebouw is omringd door barrieres van prikkeldraad, vrachtwagens met doorgesneden banden en vijf meter hoge brokken beton. Ongewapende bewakers beperken zich tot het controleren van de papieren van mensen die naar binnen willen. De helft van de aanwezigen in het parlement bestaat uit journalisten die de andere helft van de aanwezigen ondervragen. Binnen heeft men zich voorbereid op een militaire aanval. Overal liggen zandzakken en brandblusapparaten, er lopen mensen rond met gasmaskers op. In de hal verkoopt een jongeman kruisbeelden en prentjes van Maria. Een lid van de bewaking van het parlementsgebouw zit in een leunstoel en slaat het geheel gade. Tussen zijn benen staat een jachtgeweer. Of hij bereid is het gebouw te verdedigen?''Wat voor vraag is dat? We verdedigen de onafhankelijkheid van Litouwen. Nee, bang ben ik niet, ik heb een paar kogels en ik denk dat we een goede kans maken.''

Het lijkt een mooi maar wat misplaatst optimisme. De televisietoren van Vilnius is een plek waar de Sovjet-commando's hebben aangetoond heel efficient te kunnen zijn. Sergej, een Litouwse arbeider die in het lijkenhuis van de stad werkt en met een chirurg is getrouw, was zondag 13 januari met zijn vrouw in het ziekenhuis toen de slachtoffers van de commando-aanval op het televisiegebouw werden binnengebracht. “De eerste had een gat in zijn ruggegraat, de tweede was door een tank overreden, de derde door drie kogels geraakt. De vierde... “ Hij maakt de zin niet af. Er werden die dag tien doden binnengebracht. Tanja, zijn vrouw: “Het ziekenhuis werd die dag bezocht door veel mensen die naar familieleden zochten. De meesten gingen opgewekt weg: zij hadden niemand gezien die ze kenden. Alleen een vrouw, die haar kind bij zich had, herkende haar man. Eerst viel het kind flauw. Toen de moeder. Mijn God, het was vreselijk.”

Vandaag is alles rustig rond het televisiegebouw. Er branden kaarsen, er liggen bloemen en Christusbeelden. Mensen staan in groepjes te praten. Op een metalen hek zijn bloemenkransen bevestigd.

Het gebouw wordt bewaakt door drie lichte tanks, de lopen wijzen naar boven. Boven de geschutskoepel verschijnt voorzichtig een bontmuts. Vytautas, een Litouwer die getuige is geweest van het bloedbad van zondag, roept: “Niet bang zijn, jongen, ik doe je niets.” De soldaat steekt zijn hoofd uit de koepel, hij kijkt onzeker, probeert te glimlachen maar komt niet erg overtuigend over. “Ik weet dat je bevelen opvolgt, maar zeg eens wat je straks tegen de vrouw en kinderen zegt, “ vraagt Vytautas. “We hebben alleen met losse flodders geschoten, “ zegt de soldaat terug. “Trouwens, er is niets bekend over gewonden.” “Jij gelooft TASS nog, “ wordt hem vanuit een kleine menigte toegeroepen.

Een officier loopt naar de soldaat toe. Er wordt even gefluisterd, dan stappen beiden weg. Vytautas draait zich om. “Het is duidelijk. De dictatuur komt terug. En niet alleen hier. Ik weet zeker dat ze Jeltsin op een kwade dag vermoorden. Het is alleen jammer dat het Gorbatsjov is die hier verantwoordelijk voor is. Hij heeft de glasnost op gang gebracht. In het begin waren de mensen voorzichtig. Ze vertrouwden het niet. En nu ze de moed hebben vergaard om zich te uiten worden ze afgestraft.”