Het wachten op de oorlog van 1967 was totaal anders

Naarmate het de afgelopen tijd duidelijker werd dat Saddam Hussein niet tot enig compromis bereid was, werd door vriend en vijand de vrees geuit dat Israel een doelwit zou worden van Iraakse aanvallen. Sympathie en advies waren het gevolg van die bezorgdheid over mogelijke raketaanvallen of bombardementen door Irak, ook al ligt Bagdad duizend kilometer van Jeruzalem.

De uitingen van sympathie waren edelmoedig en ontroerend, het advies om geen vergeldingsacties te ondernemen ligt wat moeilijker. Geen regering van een land dat wordt aangevallen, kan afzien van zijn verantwoordelijkheid om terug te slaan. De solidariteit met Israel is misschien niet zo groot als in 1967, maar er is zeker hartstochtelijk gebeden dat God, net als tijdens de Zesdaagse Oorlog, weer zal verschijnen om te helpen de krachten van het kwaad te keren.

Het wachten op de oorlog van 1967 was totaal anders qua omstandigheden, aard en kansen dan op de oorlog van nu. Op 15 mei 1967, beval de Egyptische president, terwijl Israel zijn negentienjarig bestaan vierde, een aanzienlijke strijdmacht in de Sinai-woestijn te stationeren. Een paar dagen later kondigde Nasser de sluiting van de Straat van Tiran aan, waardoor de haven van Eilath onbereikbaar was geworden. Moshe Dayan, die deze zeeblokkade voorzag, stelde Rabin, de toenmalige chef van staven, een militaire operatie voor om het recht van vrije doorvaart te herstellen. Vanaf het eerste ogenblik verzochten de Verenigde Staten Israel zich te onthouden van militair optreden en de diplomatie een kans te geven.

De Sovjet-Unie speelde toen een zeer roekeloze rol. Leden van de Russische inlichtingendienst verzonnen rapporten over Israelische troepenconcentraties in het noorden, terwijl Moskous diplomatieke en propaganda-inspanningen erop gericht waren Israel te isoleren, angst aan te jagen en te dwingen zich neer te leggen bij schandelijke plannen.

ONDERGANG

De toespraken van president Nasser beloofden de ondergang en vernietiging van Israel. De toenmalige minister van buitenlandse zaken van Frankrijk - die niet opvallend anders was dan zijn huidige erfgenaam - verzekerde Israel ervan dat Frankrijks onoprechte politiek tijdens de nasleep van Egyptes agressie in de Straat van Tiran in het belang van Israel was. De Franse hoffelijkheid en gulheid kenden geen grenzen - toen niet en nu niet. De troepenmacht van de Verenigde Naties werd uit Egypte uitgewezen en de arme secretaris-generaal kon noch toen, noch nu, wonderen verrichten. Het accoord tussen president Eisenhower en Israel van 1957, waarin de vrije doorvaart in de Golf van Akkaba werd gegarandeerd, was een dode letter, hoewel het in mei 1967 niet door de Verenigde Staten terzijde werd geschoven.

De Amerikanen hadden noch een actie voorzien, noch waren zij van plan die zelf te ondernemen. Israel bleef alleen achter, bedreigd, verraden en af en toe beklaagd. Het Egyptische leger nam de plaats in van de troepen van de Verenigde Naties in Sharem al Scheich, terwijl andere Egyptische troepen de Sinai introkken en een directe bedreiging voor Israel vormden.

Nasser was niet de enige met agressieve plannen. Er werden verwoede pogingen gedaan om Syrie en Jordanie te betrekken bij deze vijandelijke coalitie. Egypte nam in feite het bevel over het Jordaanse leger op zich en alle Arabische radio- en televisiestations zonden dag en nacht een boodschap uit: de ondergang en vernietiging van Israel was nabij. Toen Israel uiteindelijk besloot dat oorlog de enige manier was om de Egyptische agressie ongedaan te maken, ging Dayan ervan uit dat er in die oorlog rekening zou moeten worden gehouden met een mogelijke confrontatie met een alliantie van een aantal Arabische staten. Het gevoel van eenzaamheid en angst was overduidelijk, hoewel hoge militairen, met inbegrip van Moshe Dayan, die begin juni 1967 werd benoemd tot minister van defensie, vertrouwen uitstraalden, omdat zij ervan overtuigd waren dat Israel een goede kans had de bedreiging van de vijand teniet te doen.

President Johnson vroeg om meer tijd voor het samenstellen van een speciale marine-eenheid, bestaande uit de V. S., Groot-Brittannie, Frankrijk, Canada, Nederland en andere landen om de Egyptische blokkade te doorbreken. In feite veronderstelde men dat alleen al het tonen van deze speciale marine-eenheid voldoende zou zijn. Op 2 juni 1967 - dat wil zeggen meer dan twee weken nadat de Egyptenaren eenzijdig de blokkade instelden en de troepen van de VN uitwezen - nam de Franse regering van generaal De Gaulle de volgende resoluties aan:

a) Frankrijk beschouwde zich niet gebonden aan enige verplichting jegens partijen in het conflict;

b) Alle landen in het gebied hadden bestaansrecht;

c) Alle landen dienden zich te onthouden van gebruik van geweld en het eerste land dat geweld zou gebruiken zou de steun van Frankrijk verliezen;

d) De problemen over de vrije doorgang in de Golf van Akkaba zouden door de Grote Vier worden geregeld evenals het probleem van de Arabische vluchtelingen.

Wie wil weten waar Saddam zijn idee van een koppeling heeft opgepikt, moet dat de Fransen vragen. Zij waren de vader van de doctrine van verzoening.

Maar de andere spelers in het huidige drama zijn totaal anders. Israel en Egypte leven in vrede en uit het zuiden dreigt geen gevaar voor Israel. Het enige land dat Israel bedreigt is Irak, maar Irak zelf is nu absoluut geisoleerd door de formidabele, door de Verenigde Staten geleide coalitie. Israels militaire potentieel is groter dan ooit. Al jaren werken Israel en de Verenigde Staten samen op strategisch gebied, ondanks verschillende opvattingen over hoe het vredesproces tussen Israel en de Palestijnen moet worden bevorderd. De Sovjet-Unie maakt deel uit van de grote Amerikaanse coalitie om Saddam te stoppen en te vernietigen, ook al nemen de Russische strijdkrachten geen deel aan de strijd.

ZELFVERZEKERD

Ten gevolge van al deze omstandigheden en factoren, voelt Israel zich vandaag veel zelfverzekerder en rustiger. Raketten en vliegtuigen kunnen veel slachtoffers eisen en schade aanrichten, maar zij kunnen het bestaan van Israel niet in gevaar brengen.