Hannibal en Saddam

Casus Belli: de aanleiding om een oorlog te beginnen, zoals de bezetting van Koeweit door Saddam Hussein. Deze Casus Belli vertoont opvallende overeenkomst met de aanleiding tot de tweede Punische Oorlog, die Rome voerde tegen Carthago van 218 tot 201 v. Chr.

De oude senator R. C. Byrd, democraat uit West Virginia, liet zich tijdens de recente debatten in de Amerikaanse senaat door deze parallel inspireren tot een keuze voor een militair ingrijpen. Terwijl Carthago kampte met enorme interne onlusten (238 v. Chr.), maakte Rome van de gelegenheid gebruik om de eilanden Sardinie en Sicilie in te lijven. Carthago zocht compensatie voor deze verliezen in Zuid-Spanje. Hasdrubal wist geheel Spanje ten zuiden van de Ebro onder Carthaagse invloed te brengen. Rome kon hiermee leven, als Carthago beloofde om de Ebro niet te zullen overtrekken om gemene zaak te maken met de Galliers. In 221 werd Hasdrubal vermoord en moest Carthago een opvolger kiezen voor het oppercommando in Spanje. In een tumultueus debat viel de keus op de toen 25-jarige Hannibal.

Ogenblikkelijk werd duidelijk dat Hannibal iemand was met speciale kwaliteiten. Hij genoot een mateloze populariteit bij zijn soldaten en sliep aan hun zijde op de koude grond. Net als Saddam Hussein droeg hij dezelfde kleding als de soldaten en at hij uit dezelfde pot. En net als bij Saddam bestond de keerzijde van zijn sterke punten uit zijn wreedheid en ultieme onbetrouwbaarheid. Van zijn vader, zo melden de historici, had hij een diepe haat geerfd jegens Rome, net als Saddam jegens de Verenigde Staten.

Ten zuiden van de Ebro lag de stad Saguntum, een Romeinse enclave in de Carthaagse invloedsfeer. De stad was zeer bezorgd over de ontwikkelingen en vroeg Rome om extra bescherming tegen Hannibal. Toen in Saguntum een felle strijd ontbrandde tussen de Carthago- en Rome-gezinden, zag Hannibal zijn kans schoon. Met het zelfde argument als waarmee Saddam Koeweit binnenviel ( “op verzoek van de bedreigde partij” ), zette Hannibal de aanval in tegen Saguntum, dat uiteindelijk viel “terwijl de senaat in Rome zat te beraadslagen” (219). En dat terwijl deze belegering een flagrante schending was van het na de eerste Punische oorlog getekende vredesakkoord, dat Carthago verbood om Rome's bondgenoten aan te vallen.

Rome moest nu wel optreden. De senaat zond een gezantschap naar Carthago Nova waar Hannibal gelegerd was. De legaten kregen echter geen poot aan de grond: Hannibal meldde dat “het hem niet uitkwam om onder deze omstandigheden een gezantschap te ontvangen”. De Romeinen zetten vervolgens koers naar Carthago. Hannibal stuurde een ijlbode met een brief die zijn invloedrijke lobby aldaar verbood enige concessie te doen.

Ten overstaan van de Carthaagse senaat eiste Rome de terugtrekking van Hannibal uit Saguntum en de uitlevering van Hannibal: de levensgevaarlijke generaal vormde een bedreiging op zich.

Carthago besloot niet te reageren en de verantwoordelijkheid voor oorlog of vrede geheel bij Rome te leggen. Flaccus Valerius, die de Romeinse delegatie leidde, dreigde dat het antwoord van Rome in dat geval ondubbelzinnig zou zijn. Wederom geen reactie van de Carthagers.

Hierop haalde Flaccus uit de plooi van zijn toga een document tevoorschijn: “Hierbij verklaart de Senaat en het volk van Rome de oorlog aan de Carthagers.” Net als het Iraakse Parlement beantwoordde de Carthaagse Senaat deze oorlogsverklaring zonder blikken of blozen. Het gevolg: een oorlog die door de Romeinse geschiedsschrijver Livius wordt beschreven als “de meest gedenkwaardige van alle oorlogen die ooit gevoerd zijn”, waarin “de partij die het dichtst bij de ondergang stond, de zelfde was die de eindoverwinning behaalde”.

Hannibal en Saddam waren weliswaar beiden even halsstarrig. Maar waar Hannibal de Romeinen brallend tot op de rand van de vernietiging bracht, gaat Saddam brallend ten onder, want zijn raketten vallen in het niet bij Hannibals olifanten. Als deze oorlog de geschiedenis in zal gaan als “de meest gedenkwaardige ooit gevoerd”, zal het zijn vanwege het unieke krachtsverschil tussen de beide partijen. En niet omdat de partij die aanvankelijk recht op de overwinning leek af te stevenen, uiteindelijk het onderspit moest delven.