Golfoorlog beheerst stemming en verhalen op Story International

ROTTERDAM, 18 jan. - De Amerikaanse schrijfster Marianne Wiggins heeft gisteravond de lezing afgezegd die zij zou houden voor het John Adams Institute in Amsterdam. Ze wilde, nu haar land in oorlog is, liever bij haar collega-schrijvers zijn op het Rotterdamse Story International. “Ik heb geen zin om nu een fraaie one-woman show te geven. Ik hoor hier.”

Wiggins, die bekend staat om haar kritiek op de Amerikaanse manier van leven en de grootheidswaan van haar land, voelde er niets voor om op dit moment op te treden voor een instituut dat is opgericht om aandacht te besteden aan de Nederlands-Amerikaanse betrekkingen. “Bij het John Adams Institute zou ik onvermijdelijk hebben moeten praten over de oorlog waar Amerika nu in verwikkeld is. Dat kan ik gewoon niet.”

Eerder op de dag had Wiggins' uitgever het bericht verspreid, dat de schrijfster op dringend advies van de Amerikaanse ambassade naar Engeland zou zijn gegaan, waar haar voormalige echtgenoot Salman Rushdie woont. Haar leven zou door de recente ontwikkelingen in Nederland gevaar lopen en ze zou volgens de geruchten inmiddels zijn ondergedoken. Als ik haar dit vertel is ze stomverbaasd. “Ik weet van niets. Waar komt dat bericht vandaan? Ik ben toch hier.”

In Rotterdam las Marianne Wiggins gisteren op verzoek van de auteur zelf de Engelse vertaling van een anti-oorlogsverhaal van de Iraanse schrijver Nasim Khaksar, die sinds 1984 in ballingschap leeft. Hij heeft nog overwogen om zijn optreden vanavond af te zeggen, maar kwam daarvan terug. “Dan zouden Bush en Saddam pas echt hun zin hebben gehad.”

Oorspronkelijk had Nasim Khaksar iets anders willen brengen, maar dat vond hij door de oorlog niet gepast. Het verhaal dat hij nu had uitgekozen, beschrijft een episode uit de oorlog Iran-Irak. De stad van de verteller ligt dicht bij het front en elke dag ontploffen er granaten. De hele bevolking trekt weg, behalve een koppige oude man die na dertig jaar sparen eindelijk een air conditioner in zijn huis heeft kunnen installeren. “Waar zou ik naar toe moeten? Hier ligt mijn leven.”

Na een geslaagde eerste avond afgelopen dinsdag vertoont het eerste Story International festival, gewijd aan internationaal proza, een wisselend karakter. Tijdens een uitverkochte tweede avond lazen met veel succes Nederlandse publiekstrekkers als Willem Wilmink, Remco Campert en Jules Deelder. De derde avond, gisteren, stond zoals te verwachten sterk in het teken van de uitgebroken oorlog. Het bibliotheektheater was ondanks het goede programma maar matig bezet en er was weinig uitbundigheid.

Het programma kwam letterlijk uit alle delen van de wereld: een mooi verhaal over een tijger van de Indonesier Sitor Situmorang, (echte) Indianenverhalen van de Canadese Delaware-indiaan Daniel David Moses en Gyorgy Dalos over een Hongaars jongetje dat ontdekt dat hij joods is.

De Belgische schrijver Gie Laenen vertelde een aangepast scheppingsverhaal. De introductie van het schrift in het Paradijs luidde daarbij de zondeval in. Hij begon zijn optreden met de woorden: “Als wij vroeger klaagden, zei mijn vader altijd: jongen, je leeft niet in het land tussen Eufraat en Tigris. Ik zie nu in dat het daar ook niet altijd even goed is.”

    • Reinjan Mulder