Geen vergelijking

In zijn pleidooi voor een koppeling van de kwestie Koeweit met het Israelisch-Palestijnse conflict (NRC Handelsblad, 8 januari) stelt A. van Enk ondermeer dat de Nederlandse buitenlandse politiek maar eens rekening moet gaan houden met de grote groep islamieten in ons land. Impliciet gaat hij ervan uit dat deze groep zich massaal achter een koppeling a la Saddam van de beide kwesties schaart.

Hiermee maakt Van Enk de Islamitische gemeenschap in Nederland verdacht als een vijfde colonne, waarmee 'islamitische' dictators, hun voordeel kunnen doen. Van Enk vergeet echter dat een toenemend deel van de islamieten in Nederland juist voor het soort regimes die hij 'geemancipeerd' noemt op de vlucht is geslagen, niet omdat ze koningsgezind waren maar omdat ze Koerd, communist shi'iet, of christen zijn. Vervolgens scheert Van Enk de Israelische bezetting van de Gazastrook en de West-Bank over een kam met de Iraakse bezetting van Koeweit. Dit valt echter niet over een kam te scheren. Immers, Israel veroverde zijn gebieden op landen die de joden het liefst opnieuw in een holocaust zouden zien belanden. Voor Israel is een strategische ruimte daarom van levensbelang. Irak daarentegen viel een zwak land aan dat geen bedreiging vormde.

Niet mag worden vergeten dat de door Israel in 1967 veroverde gebieden, twintig jaar daarvoor, door list en bedrog, al op de Palestijnen waren 'veroverd' door Jordanie en Egypte. Zij hebben in de jaren dat zij deze gebieden bezet hielden nooit overwogen om alsnog een Palestijnse staat ervan te maken. Bovendien wijst alle berichtgeving erop dat Koeweit radicaler wordt geirakiseerd dan Israel zijn bezette gebieden heeft trachten te israeliseren. De vergelijking tussen het gebruik van traangas door het Israelische leger met het Iraakse gebruik van mosterdgas tegen de Koerden is banaal. Hoewel Van Enk het effect van traangas in de Gazastrook (of tijdens een voetbalwedstrijd) wellicht eens heeft ondervonden, betwijfel ik ten zeerste of hij wel eens met mosterdgas in aanraking is gekomen. Zijn vergelijking is een belediging voor de duizenden Iraakse Koerden en gedeserteerde militairen die die ervaring wel hebben gehad.

    • L. Prummel