'Gasmaskers op! Gasmaskers af!'

TEL AVIV, 18 jan. - Het moet vannacht tien minuten voor twee zijn geweest toen loeiende sirenes me uit mijn hazeslaapje wekten. Op dat moment wist ik dat binnen enkele minuten de stad Tel Aviv onder een Iraakse raketaanval zou komen te liggen. Tijdens een briefing in het perscentrum in het Hilton-hotel een paar uur eerder had de legerwoordvoerder ervoor gewaarschuwd. “Een hoog percentage van de mobiele Iraakse raketinstallaties is niet door de Amerikaanse luchtmacht vernietigd”, zei hij. “De Iraakse motivatie om Israel na de zware Amerikaanse luchtaanvallen (in de nacht van woensdag op donderdag) in de oorlog te betrekken is heel groot”, galmde het in mijn oren na toen ik in mijn pyjama naar mijn tegen gifgassen en chemische strijdmiddelen hermetisch afgesloten werkkamer rende.

Mijn zoon, die voor de nacht uit het leger thuis was gekomen, en mijn wat jongere dochter drukten me op het hart mijn gasmasker op te zetten. Met plakband sloten ze hun kamerdeur aan de binnenkant tegen gifgassen af. Ik moest hetzelfde doen.

“Iedereen moet de veiligheidskamer in, zijn gasmasker opzetten en instructies opvolgen”, gebood radio Israel. Op dat moment of iets eerder hoorde ik de eerste raketinslag. Ik kon uit de doffe explosie opmaken dat de raket in het centrum van Tel Aviv of ten zuiden ervan was neergekomen. De sirenes bleven loeien. Plotseling werd radio Israel door krachtige elektronische piepgeluiden uit de ether verdreven. Tijd om te bedenken wat dat te betekenen had kreeg ik niet. Tien of vijftien seconden later sloeg een nieuwe raket in Tel Aviv in.

Ik schat dat het tien minuten rustig bleef. De sirenes zwegen. “De gasmaskers mogen worden afgezet”, meldde de radio. “Maar de veiligheidskamers mogen absoluut niet worden verlaten. Weer gingen de sirenes brullen. Gasmasker op. De gezamenlijke Nederlandse radiostations die me voor deze nacht tot 'hun correspondent' hadden gemaakt namen er genoegen mee dat ik door mijn gasmasker mijn verslag deed over de eerste raketaanval op Israels civiele bevolking.

De geruchtenmolen over een Iraakse gifgasaanval op Israels grootste stad ging draaien. Rob Simons, de vanuit Amman voor de Nederlandse radio werkende correspondent, meende uit hoog straaljagergeluid boven Amman te kunnen opmaken dat de Israelische luchtmacht al op weg was om de Iraakse raketinstallaties, die de circa 10 Scud-raketten op Tel Aviv, Haifa en Galilea hadden afgevuurd, te vernietigen.

“De raketten waren niet geladen met gifgassen”, ontzenuwde de legerwoordvoerder diep in de nacht het angstaanjagende gerucht dat dit wel het geval was. Toen de zon vanmorgen opkwam tegen een wolkeloze lucht werd het ook duidelijk dat Israel zijn beloofde “duizendvoudige” antwoord op de Iraakse provocatie (nog) niet had uitgevoerd.

“Er zijn zeven tot negen raketten op Israel gevallen”, zei de legerwoordvoerder. “De materiele schade is minimaal.”

Pag. 3: .

Zelfs toen het Amerikaanse televisiestation CNN betrekkelijk grote verwoestingen in een zuidelijke wijk van Tel Aviv liet zien, hield hij aan deze definitie vast. Het aantal gewonden steeg echter tot twaalf. Tegen de honderdvijftig Israeliers werden met hartaanvallen en voor angstpsychose in verschillende ziekenhuizen behandeld.

Het Tel-Avivse straatbeeld is vanmorgen kaler en leger dan gisteren. De oorlog zet zijn stempel op Israel. De illusie van gisteren over de door de Amerikanen plat gebombardeerde Iraakse raketinstallaties in West-Irak is door de raketaanval van vannacht in rook opgegaan. Angst is weer in de plaats van hoop op rustige nachten gekomen. “Saddam Hussein heeft zijn laatste raket tegen Israel nog niet geschoten”, waarschuwde opperbevelhebber generaal Dan Shomron vanmorgen de gespannen Israelische bevolking. De opperrabbijnen hebben het zekere voor het onzekere genomen en vrome joden toestemming gegeven ook op sabbat naar de radio te luisteren omdat “hun leven ervan kan afhangen”.

    • Salomon Bouman