Engeland is Churchilliaanse toon al weer kwijt

LONDEN, 18 jan. - Over vrijwel heel Groot-Brittannie lag gisteren, de eerste dag van de oorlog, een deken van mist en motregen die misschien op zich al dempend werkte. Maar het was niet alleen het sombere weer dat in hartje Londen de gebruikelijke feestelijkheid in het straatbeeld wegpoetste. De Britten hebben een groot aandeel in wat er in de Golf gebeurt, fysiek en emotioneel, en het was ongetwijfeld daarom dat een algemene grimmigheid bezit leek te hebben genomen van de passanten op straat. In de trein van het gegoede Sevenoaks naar Londen, om 11 uur 's morgens gewoonlijk vol met kakelende dames die in Bond Street gaan winkelen, was het ongebruikelijk stil. Geen passagier was zonder krant en van de diverse breed gespreide voorpagina's schreeuwden de koppen ( “Bangdad” had The Daily Star zichzelf overtroffen) elkaar in stilte toe.

In Londen zelf wemelde het vooral rondom ambtelijk Whitehall van politiebusjes en motoragenten. Rondom het ministerie van defensie rondklittende taxichauffeurs lieten de radio's in hun auto's op ruim volume het aanhoudende nieuws doorgeven. Naast het ministerie, tegenover de toegang tot Downing Street, stond achter dubbele dranghekken een klein groepje demonstranten. Ze waren, zeiden hun onbeholpen borden, tegen de oorlog. Naast hen dromde onachtzaam de wereldpers samen, wachtend tot veiligheidspersoneel hen allemaal zou hebben doorgelicht en bevoeld alvorens ze de persconferentie van minister van defensie Tom King mochten bijwonen.

Tot dat moment had het gevoel “dit land is in oorlog” nog enigszins Churchilliaanse overtonen gehad. “V for Victory” had immers in de eerste berichten over de luchtaanval op Irak en Koeweit gezegevierd en een legercommandant ter plaatse had zelfs al Shakespeare geciteerd, op dezelfde plek die Churchill zijn referentie aan de “happy few” had ingegeven.

“We few, we happy few, we band of brothers; For he today that sheds his blood with me shall be my brother And gentlemen in England now a-bed shall think themselves accursed they were not here”

(Henry V over de slag bij Agincourt op Saint Crispin's Day)

Diepe stilte

Maar de eerste persconferentie van de Britse minister van defensie gaf meteen een deuk aan het gevoel van nationale trots en onoverwinnelijkheid waaraan die regels appelleerden. De actie van de Britse piloten was succesvol geweest, maar van een tweede golf aanvallen was een Tornado met aan boord twee bemanningsleden niet teruggekeerd. Er viel, net als bij het begin van de persconferentie, een diepe stilte over de zaal. Hier werd, net als bij de binnenkomst van de minister, voor heel korte duur een moment van belang gemarkeerd. Iedereen besefte wat schuil ging achter de woorden: “De famieleden van de betrokken bemanningsleden zijn inmiddels over hun vermissing ingelicht”.

Daarna werden de steekwoorden gelanceerd die de toon zetten voor het verdere verloop van de presentatie: “geweldige moed”, “gevoel van trots”, “wij wensen eer te betuigen” en “onze gebeden zijn voor hen en hun families” Ook premier Major, in zijn verklaring voor het Lagerhuis en zijn televisietoespraak tot de natie, gisteravond, bediende zich van deze terminologie. De ernst van de situatie heeft hem met een gezag bekleed dat acht weken geleden nog ondenkbaar had geleken. Saaiheid en degelijkheid blijken nu opeens te worden beoordeeld als verdienstelijke eigenschappen in het bezit van een leider, die in tijden van oorlog meer prijs stelt op nationale eenheid dan op voorsprong van zijn partij in de opiniepeilingen.

Margaret Thatcher, in haar kleine koude oorlog de gesel van de Argentijnse president Galtieri, zou het niet hebben opgebracht de leider van de oppositie te complimenteren met zijn constructieve bijdrage aan het debat over het conflict. De relatieve tragedie is dat de overweging hoe zij als premier gehandeld zou hebben er al haast niet meer toe doet. Als altijd passend gekleed, dus dit keer in stemmig zwart met parels, hoorde ze gisteren in het Lagerhuis de verklaring van haar opvolger aan. Ze kwam niet tussenbeide. Bij het geven van een reactie eerder op de dag, buiten het parlement en geheel voor eigen rekening, leek ze met haar macht ook haar aura van staalharde onoverwinnelijkheid te hebben afgelegd. In een omkering van het proces dat John Major van rekenmeester tot nationaal staatsman heeft gemaakt, is Margaret Thatcher in de tijd van twee maanden gewoon een oudere mevrouw geworden, met verwarde haren, die als een willekeurige ondervraagde op straat haar mening gaf.

Het nieuws dat een tweede Britse Tornado niet is teruggekeerd van een missie over Irak, plus de directe verslaggeving over de raketaanval op Israel, hebben vanmorgen gezorgd voor “de wisseling van stemmingen”, waarvoor Tom King gisteren na aanvankelijke euforie al had gewaarschuwd. De militaire macht van de Irakezen moest niet worden onderschat, het conflict was nog maar net begonnen.

Rampsterkte

Terwijl de Britse grondtroepen van de eerste en zevende pantserbrigade in Saoedi-Arabie begonnen zijn zich verder noordelijk, dichter bij de grens van Koeweit op te stellen zijn de ziekenhuizen in Zuidoost-Engeland op rampsterkte gebracht. Niet dringende operaties worden uitgesteld in afwachting van de komst van oorlogsslachtoffers. Overal in het land ontspringen hulpcentra en telefoonsteunpunten voor families van militairen in de Golf. Moeders, vrouwen en verloofdes stellen voornamelijk prijs op elkaars gezelschap. De exclusiviteit van hun emoties - “je ergste vrees is dat er 's nachts wordt aangebeld” - laat goedwillende buitenstaanders nauwelijks toe.

In West-Yorkshire is inmiddels de eerste moskee in brand gestoken. Moslimleiders uit heel Groot-Brittannie komen dit weekeinde bijeen om zich te beraden over de oorlog in de Golf. John Major heeft gisteren in het Lagerhuis bevestigd dat de Irakezen die in groten getale in dit land verblijven veelal zelf vluchtelingen zijn voor het regime van Saddam. Hij zei er zeker van te zijn “dat het Britse volk dat zal begrijpen”. Maar een dertigtal Irakezen werd gisteren alsnog “uit voorzorg” opgepakt en zal zo snel mogelijk worden gedeporteerd.

    • Hieke Jippes