Egyptenaren maken tweestrijd door

KAIRO, 18 jan. - De Egyptische regering zou het meer dan verschrikkelijk vinden als Israel op grootscheepse wijze bij de oorlog tegen Saddam Hussein betrokken zou raken. Het zou de oorlogsdoelen veranderen - de vernietiging van Saddam Hussein en de bevrijding van Koeweit - en daardoor de directe Egyptische betrokkenheid bij de oorlog ernstig compromitteren.

Als president Mubarak zich in de ogen van de Arabische wereld samen met premier Shamir van Israel in dezelfde loopgraaf bevindt, gemeenschappelijk vechtend tegen een Arabo-islamitisch broedervolk, dan kan dat op de lange duur alleen maar schadelijk, zo niet dodelijk voor hem zijn. Vandaar dat de president keer op keer herhaalt dat “Saddam zich achter de Palestijnse tragedie verschuilt en die ten volle voor zijn eigen doeleinden misbruikt”. Het is, zo zegt hij, “een propagandaleugen en bedrog” om een Arabisch broederland met geweld te bezetten en dat vervolgens te koppelen aan de bevrijding van Palestina. De gewone mensen doorzien zulke trucs. “Zij voelen dat zuiverder aan dan vele intellectuelen.”

Hier is de wens de vader van de gedachte. Want gisteren was al bij diverse Egyptische gesprekspartners een dubbel gevoel te bespeuren. Enerzijds grote tevredenheid dat nu eindelijk met Saddam Hussein wordt afgerekend. “Dat is erg belangrijk”, aldus een journaliste, “omdat Saddam een voorbeeld stelde. Hij dacht dat hij zo'n machtig dictator was, dat hij het zich kon veroorloven te legitimeren wat God en het internationale recht hebben verboden: het ongestraft vermoorden, verkrachten en beroven van mede-moslims. Daarom ben ik de Amerikanen dankbaar.”

Maar zij gaf toe dat haar ongeremde sympathie voor George Bush bij velen op scepsis stuit. En andere gesprekspartners konden, behalve een gevoel van bewondering voor de geallieerde bombardementen die zo perfect gericht waren, ook een gevoel van onbehagen niet onderdrukken dat een Arabisch land, dat zo tot de tanden gewapend was, niet in staat bleek om ook maar enigszins adequaat te reageren. Zij voelden zich erdoor beschaamd. “Het Westen heeft opnieuw zijn dominantie bewezen”, zei iemand half in ernst, half spottend. “Wij buigen het hoofd voor u.”

Pag. 3: .

Het gevoel van Westerse superioriteit - en de daarmee gepaard gaande Arabische inferioriteit - wordt nog versterkt door de berichtgeving van het Amerikaanse televisiestation CNN, dat sinds begin dit jaar enkele uren per dag te bekijken valt en de oorlog verslaat als ware die een spannende honkbalwedstrijd. CNN laat wel heel schril de kloof zien die er bestaat tussen de Egyptische en de Amerikaanse berichtgeving. Niet voor niets wil het Egyptische ministerie van informatie de rechten op verspreiding van het CNN-nieuws in eigen hand houden om zelf te bepalen wie wanneer het nieuws mag bekijken.

Irak heeft dan ook met zijn raketbeschietingen op Israel een beperkt succes behaald, was vanochtend de mening van goed ingelichte kringen hier. Het feit dat de Irakezen terugsloegen en Saddams dreigementen - al was het ook maar zeer ten dele - waar maakten, heeft zonder enige twijfel de geloofwaardigheid van de Iraakse leider opgekrikt, zelfs in de ogen van Egyptenaren die hem haten.

In de hele Arabische wereld - ook in het anti-Iraakse Egypte - begrijpt men heel goed wat Saddam er toe beweegt om een Israelische vergeldingsslag uit te lokken. Die kan op het politieke vlak alleen maar voordelen opleveren. In de moderne Arabische geschiedenis zijn er talloze voorbeelden, waarbij de militair zwakkere strijd uitlokte om daaruit winst te behalen. President Sadat bij voorbeeld begon de Oktoberoorlog van 1973 tegen het veel sterkee Israel - niet om Israel te verslaan, maar om beweging te krijgen in de vastgeroeste politieke uitgangspunten van Amerika en Israel.

Het Jordaanse leger en de PLO ontweken in 1968 niet de strijd, toen Israel een aanval deed op een Palestijnse guerrillabasis bij het Jordaanse dorp Karameh. Israels overmacht was overweldigend, maar zowel Jordanie als de PLO berichtte ieder voor zich de overwinning te hebben behaald, omdat zij de strijd hadden durven aan te binden en langer dan voorzien weerstand hadden geboden.

In 1982 verdedigde de PLO zich honderd dagen lang in het door Israel omsingelde Beiroet - wat voor Yasser Arafat nog steeds een bron van trots is. Tot vandaag de dag zegt hij dat zijn strijders langer dan welk Arabisch leger ook tegen Israel vochten. Volgens de PLO gaf zij het goede voorbeeld aan de shi'ieten van Libanon om een guerrilla tegen Israel te beginnen - met als gevolg dat Israel in 1985 gedwongen werd bijna heel Libanon te ontruimen. De Shi'ieten lachen over die bewering, maar stellen op hun beurt vast dat hun bereidheid om hun leven te offeren een inspirerend voorbeeld was voor de Palestijnen om twee jaar later, in 1987, hun volksopstand, de intifadah, te beginnen.

Het is voor Arabieren veel onverteerbaarder om door Israel te worden verslagen dan door Westerse machten. In het grootste deel van de Arabische geschiedenis en het Arabische bewustzijn waren de joden namelijk een ongevaarlijke en min of meer geminachte minderheid. Wanneer zij als onafscheidelijk onderdeel van het Westen krachtig zijn, is dat minder erg. Maar als zij op eigen kracht Arabieren de baas zijn, wordt dat ervaren als in strijd met de geschiedenis en met de godsdienst.

De vrede die Sadat met Israel sloot, was dan ook noodgedwongen - niet uit plotselinge liefde, maar omdat het een Egyptisch belang was de oorlog te staken en de vastgelopen economie weer op gang te krijgen. Dat belang is vandaag de dag net zo aanwezig als dertien jaar geleden. Egypte sloot vrede - niet om met Israel contacten te hebben, maar om Israel te negeren en zo veel mogelijk te vergeten. Daarom werden de relaties tot het uiterste minimum beperkt. Officieel omdat de Palestijnse kwestie de betrekkingen vertroebelde en nog steeds vertroebelt. Dat is zeker waar, maar ook is waar dat men hier Israel nolens volens heeft aanvaard als een nog steeds zeer vreemde eend in de eigen bijt.

Onlangs zei Mubarak dat als Israel bij de oorlog tegen Irak betrokken zou worden, Egypte “een ander standpunt zal innemen”. Later verduidelijkte hij dat zulks niet opgaat als Israel wordt aangevallen; volgens hem heeft ook Israel het recht op zelfverdediging. Een - wat hier genoemd wordt - evenwichtig Israelisch antwoord op de Iraakse raketbeschietingen zal dan ook op begrip van de Egyptische regering kunnen rekenen.

Maar het is natuurlijk altijd mogelijk dat Israels reactie veel verder gaat dan de door Egypte gedefinieerde “evenwichtigheid”. Verplaatsbare Scud-raketinstallaties zijn zeer, zeer moeilijk op te sporen. Als Israel nieuwe aanvallen verwacht, zou het wel eens massale bombardementen in west-Irak willen uitvoeren, al was het alleen maar om de symboliek van Saddams macht te breken.

Hier rekent men erop dat de Amerikanen Israel voldoende in de hand hebben om zulks te voorkomen. Als zij daar niet in slagen, zal Mubarak tot het uiterste gaan om zijn bondgenootschap met Washington tegen Saddam niet te verbreken. Dan zal hij zich desnoods neutraal verklaren, zonder het te zijn. Want de vernietiging van Saddam heeft nu en in de toekomst zijn eerste prioriteit.

    • Michael Stein