Een onderbroekverscheurende dans; Italiaanse popmuziek in Nederland

Hoe komt het dat juist Italiaanse popmuziek in Nederland terrein wint? Er bestaat geen langdurige band met de Italiaanse muziek, Italie is lang niet zo'n drukbezocht vakantieland als bijvoorbeeld Spanje en de teksten zijn voor Nederlandse oren meestal onverstaanbaar. Het publiek weet dus niet wat Adelmo 'Zucchero' Fornaciari zingt: “seks, seks ik heb dorst- want jij bent het water, het water van de zonde.”

Paolo Conte treedt 27 januari op in het muziektheater Amsterdam, 28 januari in het circustheater Scheveningen, 30 januari in muziekcentrum Utrecht en 31 januari in het Mecc Maastricht

Angelo Branduardi treedt 12 maart op in het Mecc Maastricht, 13 maart in het Cultureel Centrum Amstelveen en 14 maart in Noorderligt in Tilburg

Deze zomer smeekten de leden van de Rolling Stones een Italiaanse artiest om op te treden in hun voorprogramma. Niet ter ondersteuning van hun act maar als publiekstrekker. Vasco Rossi bedankte voor de eer omdat hij zelf net een succesvolle tournee in Italie had afgesloten. Het werd een afgang voor de Rolling Stones. Terwijl zij in Nederland het best bezochte concert van 1990 op hun naam hadden staan, moesten zij in Italie genoegen nemen met een mager groepje fans.

De Stones waren niet de enigen in Italie. Ook Madonna trad deze zomer op in halfvolle stadions en Prince zong er voor niet meer dan 7000 mensen. Het lag misschien niet alleen aan de internationale grootheden dat de zalen nagenoeg leeg bleven - de organisatoren waren te laat gestart met de kaartverkoop voor de grote concerten en, niet in de laatste plaats, Italie was in de ban van de wereldkampioenschappen - maar het animo was opvallend gering.

Italie lijkt niet langer afhankelijk van buitenlandse halfgoden. Zelf brengt het land nu artiesten voort die zowel in binnen- als in buitenland succes hebben. In Nederland kan men de laatste jaren van een boom spreken als het gaat over Italiaanse (pop)muziek. Eros Ramazzotti (1963) trad in oktober drie avonden op in Ahoy in Rotterdam. In de voorverkoop waren de kaartjes binnen een week uitverkocht. Dat wil zeggen drie keer 10.300 mensen die naar een concert gaan waar alleen in het Italiaans gezongen wordt. De muziek van Ramazzotti is een mengeling van soul-achtige ballades en Italiaanse pop. Een band van dertien mensen begeleidt hem en zijn teksten gaan over alledaagse onderwerpen (Als een lied nou eens genoeg zou zijn- om de vrede te bewaren). Het is melodieuze muziek en hij heeft een sympathieke stem die wel eens vergeleken is met die van Elton John. Slechts twee jaar geleden had hij zijn eerste hit in Nederland (Musica e). Van zijn laatste plaat In ogni senso zijn 3, 5 miljoen exemplaren verkocht.

Hoe komt het dat Italiaanstalige muziek in Nederland terrein wint? Italiaanse popmuziek heeft in Nederland geen traditie. Tot voor kort leek te gelden dat populaire muziek gemaakt in Italie alleen verkoopt in Italie. Als een artiest uit Italie hoog eindigde op het Eurovisie songfestival, kon het nummer nog wel eens tot onze hitlijsten doordringen. Uitzondering op deze regel was Domenico Modugno die in 1957 met Volare de hele wereld veroverde. Sommigen herinneren zich daarna Adriano Celentano die eind jaren zestig met Siamo la coppia piu bella del mondo en Azzuro (beide geschreven door Paolo Conte) op de Nederlandse hitlijsten stond, anderen Umberto Tozzi met Ti amo (1978) en een enkeling neuriet nog mee met de folk-achtige nummers van Angelo Branduardi.

VIOOL

De grondlegger van de huidige belangstelling voor Italiaanse muziek in Nederland is Paolo Conte (1937). Vijftien jaar geleden maakte 'de advocaat uit Piemonte' zoals hij nog steeds clichematig wordt genoemd, in zijn vrije tijd muziek met zijn broer. Als een soort ragtimepianist liet hij zich inspireren door Amerikaanse jazzmusici als Duke Ellington, Scott Joplin en Cab Calloway. Conte schreef nummers voor anderen en maakte in 1974 zijn eerste plaat. Toen begon zijn eigenlijke carriere en in 1979 behaalde hij met het nummer 'Un gelato al Limon' de Italiaanse hitparade. Zijn publiek werd jonger en breder en al snel volgde ook bekendheid in het buitenland.

De arrangementen van Contes muziek zijn eenvoudig. Het gaat om de piano en heel soms is een enkele viool te horen. De raadselachtige woorden die hij daarbij zingt worden aangepast aan de muziek en als het Italiaans niet toereikend is, leent hij woorden uit het Frans of Engels.

In 1984 bracht Conte zijn eerste elpee (Paolo Conte) uit in Nederland. Daarop stonden nummers als Max, Gli impermeabili en Sotto le stelle del jazz, die weken achter elkaar op de radio gedraaid werden. Steeds meer platen van hem werden hier uitgebracht en het succes gaat tot op heden door. Zijn laatste cd Parole d'amore scritte a macchina beleefde op 9 november 1990 zijn wereldpremiere in Amsterdam.

“Ik heb mijn internationale doorbraak ook te danken aan het Nederlandse publiek en in Italie moet ik aan zoveel publicitaire verplichtingen voldoen dat het mij heel rustig en leuk leek om m'n nieuwe plaat hier te presenteren, “ zei Conte bij die gelegenheid. In een benedenzaaltje van pianohandel Cristofori waren de cultureel attache van de ambassade, een tolk, vertegenwoordigers van zijn nieuwe platenmaatschappij, Nederlandse popjournalisten en acht verslaggevers uit Italie uitgenodigd. De volgende dag stond in alle Italiaanse kranten dat 'hun' Paolo Conte zijn nieuwste plaat in Amsterdam had gepresenteerd.

Volgens Conte bekommert het Europese publiek zich steeds meer om de kwaliteit van de muziek en doen woorden steeds minder ter zake. Verstaanbare teksten verliezen daarmee hun waarde en de musici worden populair om hun muziek. Dit zou een reden voor de doorbraak van de Italianen in Nederland kunnen zijn, maar, belangrijker nog, de Italiaanse muziek heeft zelf ook een rigoureuze ontwikkeling ondergaan. Waren de Italianen vroeger de troubadours van het liefdeslied, nu is het aanbod aangevuld met grote 'cantautori' (cantore=zanger, autore=schrijver) die op hoog niveau folk-achtige liederen vertolken, zoals Fabrizio De Andre, Lucio Dalla, Francesco De Gregori en Francesco Guccini. En naast deze enigszins traditionelen zijn ook nog eens vele nieuwe sterren gekomen die een ander soort muziek maken - pop, blues, soul en rock - en hun vleugels naar het buitenland uitslaan.

Adelmo 'Zucchero' (Suiker) Fornaciari bijvoorbeeld, die wel met Joe Cocker vergeleken wordt, trad drie keer op in Nederland en krijgt steeds meer bewonderaars. In 1986 had Zucchero een hit in Nederland (Senza una donna), maar van enige doorbraak was toen nog geen sprake. Nu, door zijn tweede hier uitgebrachte plaat Oro, incenso en birra, lijkt die te zijn begonnen. Amerikaanse blues en soulmuziek begeleiden zijn teksten waarvan het vaak wel de moeite waard is te weten waarover zij gaan. Hij zingt rebellerend over godsdienst en een vrijere moraal (ik wil je zien dansen- zonder taboe- een onderbroekverscheurende dans- doe het weer- come on sister- het is een verboden vlucht- liefde en seks, seks, seks ik heb dorst- want jij bent het water, het water van de zonde). Zucchero trad in februari 1990 op met Eric Clapton in de Statenhal in Den Haag en op 8 december van hetzelfde jaar gaf hij een concert van anderhalf uur in het Kremlin dat rechtstreeks via de televisie werd uitgezonden. In juli vorig jaar bezochten 14.000 mensen zijn concerten. In Nederland staat de single Madre dolcissima nu in de hitparade.

WAARHEID

De rockster Gianna Nannini (1956) heeft het internationale niveau al lang bereikt. Zij is de vrouwelijke Rod Stewart - een rauwe stem, lekker brutaal, prachtige, vaak romantische teksten en altijd een goed concert. Nannini laat zich leiden door ironie en emotie en vindt dat alleen rockmuziek nog in staat is de publieke opinie onderuit te halen. Zij schreeuwt om openheid en non-conformisme. De Nederlandse top-40 haalde ze met I maschi (1987). Met Ragazzo dell'Europa (1982) zag zij een verenigd Europa voor zich (jij kind van Europa- jij zal nooit verdwalen- jij kind van Europa- verspreidt tenminste nog geluk). Ter promotie van haar nieuwe plaat Scandalo was zij in november in Nederland. Nannini vindt dat taal geen barriere mag zijn om in het buitenland op te treden en zij doet zelf dan ook geen enkele concessie wat betreft de taal: “Mijn motto is: trek je niets van de taal aan, des te meer komen expressiviteit en emoties tot hun recht.” Op haar nieuwe plaat staat bij voorbeeld het nummer E-Ya-Po E-Ya-Po (Chinees voor 'nieuws van de dag, het laatste nieuws') waarin Nannini zich afvraagt hoe het komt dat de waarheid steeds vaker buiten de krant gehouden wordt. Het was opvallend hoe intens zij dit nummer tijdens haar optreden in Carre overbracht door het en alleen en met het publiek te zingen. De inhoud van het nummer kon zij in Nederland niet overbrengen maar wel haar passie voor muziek.

De folkmuziek die in Italie nog steeds hoog staat aangeschreven wordt in Nederland vertegenwoordigd door Angelo Branduardi (1950). Deze Boudewijn de Groot-achtige minstreel draait al jaren mee en kwam in 1978 zijn hits La pulce d'acqua en Alla fiera dell'Est in Nederland vertolken. Zijn muziek is sindsdien enigszins veranderd. Op zijn nieuwe cd Il Ladro is de tekst poetischer en de muziek minder experimenteel. Hij werkt op ons ecologische schuldgevoel en bezingt de angst van het leven in de grote stad en het gevaar jezelf te verliezen in eenzaamheid ('totdat je zelfs een liefdeslied niet meer begrijpt'). Zijn muziek is niet tekenend voor de Italiaanse doorbraak in de popmuziek maar in het hiphop tijdperk brengt Branduardi wel een zekere rust.

Bij het veroveren van Nederland hebben de Italianen weinig concurrentie vanuit Zuid-Europa. Frankrijk is de laatste jaren uit de mode geraakt (iedereen drinkt nu capuccino en geen cafe-au-lait) en Spanje is vooral vakantieland. Italie daarentegen is in. De Italie-rage uit zich in twaalf verschillende soorten pasta, Italiaanse kostuums, kousen, overhemden, schoenen en tassen, de alom verkrijgbare espresso en de fluitketels van Alessi. Daar sluit de muziek vanzelfsprekend bij aan.

Vrij baan dus voor de Italianen? Het moet blijken in de jaren negentig of de belangstelling voor de muziek van eerder genoemde Italiaanse artiesten blijvend is - en dan hopelijk aangevuld met Lucio Dalla, Pino Daniele, Fabrizio De Andre, Lucio Battisti, Mietta en Mina. Een zanger kan zeker niet langer onbekend blijven in Nederland: Claudio Baglioni (1951). Dit enfant terribile van de Italiaanse romantische popmuziek raakte bij het Italiaanse publiek bijna in diskrediet omdat hij te lang niets van zich liet horen. Vorig jaar kondigde hij aan met kerstmis een nieuwe plaat te zullen uitbrengen. Dat werd steeds uitgesteld omdat de teksten herschreven moesten worden. Nu, ruim een jaar later dan afgesproken, ligt de prachtig dubbel-cd Oltre, ook in Nederland, in de winkel. Bijna kon hij zijn nieuwe werk niet promoten omdat hij begin november met zijn auto in een slip raakte en daar zijn tong zo verwondde dat hij met acht hechtingen in een prive-kliniek werd opgenomen. Op de plaat leidt zijn rauwe en zeer muzikale stemgeluid soms tot kippevel omdat het zo mooi is, soms tot meebrullen omdat het zo gemakkelijk in het gehoor ligt. Vier jaar 'esoterische studie' heeft hij aan zijn laatste produkt gespendeerd. Het resultaat is een overdaad aan verzen, een warboel van citaten uit bijvoorbeeld het Gilgamesj-epos, uit het werk van de Braziliaanse schrijver Jorge Amado en van de Colombiaanse Gabriel Garcia Marquez. Zijn toekomstige fans zullen er waarschijnlijk geen woord van verstaan.