Duits kabinet

EEN KLEINE zeven weken na hun overwinning in de verkiezingen voor de Bondsdag, de eerste in het verenigde Duitsland, hebben kanselier Kohl en minister Genscher hun nieuwe kabinet klaar.

De voorzitter van de CDU en de feitelijke eerste man van de liberale FDP maken zich op om aan hun in 1982 begonnen samenwerking nog eens vier jaar toe te voegen.

De twee zestigers, die de afgelopen acht jaar het beeld van de Duitse politiek bepaalden, hebben, elk voor zich maar vaak ook samen, een ruime verzameling hoogten en diepten achter de rug. Nadat 1990, het jaar van de Duitse eenwording, voor alletwee een min of meer onafgebroken succesjaar was, kwamen de zeer moeizame coalitie-onderhandelingen als een bleke anticlimax. Duitsland verdween als het ware even snel weer uit het wereldnieuws als het er najaar 1989 in was beland.

Nee, sterker nog, terwijl de Golf-crisis en het dramatisch terugslaan van de pendel in de Sovjet-Unie de wereld in hun ban hielden, zakte de dagelijkse politiek in die kleine hoofdstad aan de Rijn terug naar een provinciaal niveau.

DE OM ONDER meer constitutionele redenen bescheiden Duitse rol in de Golf-crisis versterkte die indruk van plotselinge internationale abstinentie nog. Uit het gepassioneerde debat in de kleine ruimte over de opzet en omvang van de Duitse rol bleek nog iets anders: de irenisch verenigde Duitsers zijn behalve rijke topexporteurs inderdaad graag ieders goede vriend, wat hun besluitvaardigheid in de internationale gemeenschap soms niet vergemakkelijkt.

Beeld uit Bonn: in Genschers euforisch gestemde FDP werd wekenlang getwist om functies en programmatische attracties, de CDU moest zich flink inspannen om er bij haar op 2 december beschadigde Beierse zuster CSU de moed in te houden. En alledrie coalitie-partijen moesten de verkiezingsbelofte waar maken dat zij om de Duitse eenwording en de opbouw van de DDR te bekostigen niet de belastingen zouden verhogen maar krachtig zouden bezuinigen. Namelijk voor op zijn minst 35 miljard mark in 1991.

SINDS EERGISTEREN staat vast dat die electorale berg een muis heeft gebaard. De coalitiepartijen hebben velerlei pressiegroepen goed in het oog gehouden en gaan heel bescheiden bezuinigen. Dat geldt voor subsidies en de departementale uitgaven. Uit hun vaak vage afspraken blijkt iets anders, namelijk dat niet zozeer wordt bezuinigd maar vooral geld (ruim twintig miljard) wordt binnengehaald via lastenverzwaringen. Er zal bovendien, zo moeten de Europese partners van de economisch sterke Bondsrepubliek vrezen, verder wel flink op de kapitaalmarkt worden geleend zodat de druk op de rente zal aanhouden. De overigens tactvolle houding van de laatste maanden jegens Parijs doet daaraan niet af.

Bij het aantreden van het nieuwe Duitse kabinet kan worden gezegd dat het zichzelf eigenlijk nog aan de haren omhoog moet trekken om grote nationale en internationale taken aan te kunnen pakken. Dat moet liefst snel gebeuren, want Europa en de wereld mogen van het verenigde Duitsland wat meer verwachten dan een vriendelijke groet uit het welvarende stadje van Beethoven.

    • Shimshon Arad