De Tijdzeef 6

De Tijdzeef is in de kunst wat het zelfreinigend vermogen van stromend water in de natuur is: alleen het niet-afbreekbare blijft erin achter. Het is een eigenschap van de natuur-cultuur die genadiglijk verhindert dat latere generaties bedolven raken onder de afval-informatie van de vorige. In tegenstelling tot wat de marxisten-modernisten met hun onverzadigbare behoefte de geschiedenis te verbouwen dachten, is de Tijdzeef niet maakbaar. Die illusie was typisch een droom van de Tijdgeest, maar daarvan blijft zelden iets in de Tijdzeef hangen. Het lot van de niet-afbreekbare lijken in de marxistische mausoleums is daarvoor exemplarisch.

Toch is de strijd om de onafbreekbaarheid bepalend voor de kunst. “De mensen zijn verliefd op de onsterfelijkheid, “ zei Socrates. Het is de opdracht van de kunstenaar dingen te maken die niet meer stuk kunnen, al kan hij dat zelf niet bepalen en zal hij ook nooit weten of hij daarin geslaagd is. Ook zijn tijdgenoten kunnen dat niet, zoals altijd weer blijkt. Eigentijdse kunst is eigenlijk niet voor tijdgenoten. Het lijkt ermee gesteld als met de schatten van de farao: op hun weg naar de grafkelder krijgen alleen de voorste rijen toeschouwers er iets van te zien. Pas als alle tijdgenoten gestorven en alle zegels verbroken zijn kan blijken wat ze waard zijn.

Toch is de werking van de Tijdzeef ook op kortere termijn al voelbaar. Ik herinner mij hoe wij allemaal plat gingen voor stukken als Carre en Momente van Stockhausen, in het begin van de jaren zestig. Het was alsof de puinhopen van de Duitse steden tot klinken waren gebracht - buitengewoon indrukwekkend. Maar toen de verpletterende nieuwheid van de stijl er eenmaal af was en wij wat meer ervaring ermee hadden opgedaan bleek de muzikale werking tamelijk gering. De melodieen konden geen sporen trekken in het muzikale geheugen en de harmonieen kenden geen noodzakelijke opeenvolging, waardoor de muziek erg decoratief en het muzikale genot erg 'dun', erg cerebraal bleef. In Stockhausens latere werk (de Licht-opera's) kwam die stilistische zwakheid tot volle bloei, waardoor die tendens ook in het vroegere werk duidelijk herkenbaar werd. Zo kan een oeuvre zichzelf met terugwerkende kracht verteren en door de Tijdzeef vallen.

Het Mausoleum van Louis Andriessen levert een ander voorbeeld. Het werk (uit 1978) werd onlangs door het Schonberg-Asko Ensemble opnieuw uitgevoerd. Intussen hebben wij ervaring opgedaan met stukken als De Staat, De Tijd, en De Materie. Van dit laatste vond ik vorig jaar dat het 'een sadistische aanslag op de kunst van het componeren' was, met z'n manische slagakkoorden, z'n betonnen, maximale sforzato-dynamiek, z'n elektronisch vermorzelde menselijke stem en dito strijkers, en z'n kerkse sentimentaliteit (Hadewych) want sentimentaliteit is altijd de keerzijde van de sadistische medaille. In Mausoleum zijn die tendensen al volop aanwezig: opnieuw die spierballendynamiek, de verstarring van de bodybuilder die eindeloos lang voor de camera's z'n spieren oppompt - hoe ver staat dit af van de ware atleet, van de beweeglijke danser. Ook de demagogisch ronkende tekst van Bakoenin ( “Wij willen de afschaffing van de staat, omdat hij geen andere taak heeft dan de bescherming van de individuele eigendom”, etc.), bleek een tekst die in het vuur van de Vietnamoorlog misschien nog een schijn van gelijk had, maar die nu, in het licht van de Oosteuropese revolutie, bijna onverdraaglijk hol en jongdoenerig was. Door de Tijdzeef gezakt.

Ook het Schonberg-Asko Ensemble bleek in dit alles een ongelukkige factor, ondanks de grote inzet ervan. Omdat het vooral niet mag lijken op een gewoon, traditioneel orkest, staan de strijkers eenzaam tegenover een regiment van houtblazers, koperblazers en slagwerk. Om die onbalans enigszins te compenseren moeten de solostrijkers elektronisch versterkt worden, waardoor ze klinken als bronsgeverfd gips, dat maar niet mengen wil met de rest. De akoestische klip waarop dit ensemble schipbreuk lijdt zal ongetwijfeld uitgeroepen zijn tot het doel van de reis, maar intussen zakt het als slachtoffer van de Tijdgeest door de Tijdzeef.

    • Jan Vollaard
    • Kasper Jansen
    • Peter Schat Paul Luttikhuis