Biografie van Ford Madox Ford; Met hulp van Christofoor

Alan Judd: Ford Madox Ford. Uitg. Collins, 471 blz. Prijs fl. 66, -

In 1910 had Ford Madox Ford (of Hueffer zoals hij in die tijd nog heette maar achteraf gewoonlijk niet genoemd wordt) een verdieping in Giessen aan de Rijn. Daar werd hij opgezocht door Ezra Pound die hij goed kende uit Londen. Pound las hem nieuw werk voor; Ford vond dat het niet voldeed aan de eis van informeel taalgebruik waar zij het in principe over eens waren, en drukte zijn oordeel uit door op de vloer te gaan liggen rollen met zijn armen om zijn hoofd geslagen. Pound zelf heeft het tafereel in 1939 na de dood van Ford goedkeurend beschreven in zijn necrologie.

Ford heeft grotere prestaties geleverd in zijn 66-jarige leven, maar het beeld van zijn kritische gymnastiek in Giessen helpt om zijn plaats te verzekeren in de herinnering, en de verklaring van zijn verblijf in Duitsland is meteen nuttig om hem nader te leren kennen. Hij was er omdat hij wilde scheiden tegen de zin van zijn vrouw die hij in Engeland had achtergelaten met hun twee dochters; een Duitse advocaat had hem aangepraat dat het niet moeilijk zou zijn om na een verblijf van enige duur de Duitse nationaliteit te krijgen die zijn vader gehad had. Hij dacht dat hij dan wettig zou kunnen trouwen met zijn vriendin Violet Hunt, die zijn Duitse verblijf betaalde. Zelf had hij nog minder geld dan gewoonlijk sinds hij een paar jaar lang The English Review had geredigeerd, een aanzienlijk tijdschrift maar kostbaar, waar ook Pound in gepubliceerd had.

Hartstocht voor de literatuur, geldnood, vrouwenproblemen, gebrekkig praktisch inzicht: daarmee is een begin gemaakt aan een schets van Fords leven. Het Duitse project liep op niets uit, gelukkig maar want vier jaar later kreeg hij last genoeg alleen al met zijn achternaam, die hij in 1919 verving door Ford. Dat de scheiding niet doorging maakte in zoverre weinig uit dat hij toch na negen jaar weer in eenzelfde situatie verkeerde, toen Violet opgevolgd werd door de Australische Stella Bowen, met wie hij in de Provence en in Parijs ging wonen. In 1930 kwam de laatste vaste vriendin, Janice Biala. Intussen waren er ook losse vriendinnen geweest, van wie Jean Rhys de meest bekende is geworden. De minst bekende heeft een mooie zin van Alan Judds biografie geinspireerd, waarmee een hoofdstuk besluit: volgens Janice, schrijft hij, waren er achttien vrouwen in Fords leven geweest, en er was er een bij die veel betekend had of whom nothing is known except her first name, which was Elizabeth.

Met al die vrouwen heeft Ford geen beklagenswaardig leven geleid, al was niet iedereen altijd even goedgehumeurd. De verkoop van zijn boeken bleef teleurstellend, en de geldnood werd chronisch. Toen hij tegen de zestig liep werd hij er bij buien mismoedig van. Tien jaar eerder, in het goedkope Parijs van de jaren twintig tussen de andere Amerikanen en Engelsen deed het er minder toe. Zij waren allemaal arm en zoals Judd zegt, niemand haalde het ooit in zijn hoofd om een baan te nemen.

Soms kon Ford zich troosten met de gedachte dat hij erkenning genoot als een schrijver van belang, maar die waardering was niet stabiel. Hij had voor de eerste wereldoorlog indruk gemaakt op een aantal critici met zijn historische trilogie The Fifth Queen (over Katharine Howard, de vijfde vrouw van Hendrik VIII) en met een aantal van zijn andere boeken; in 1915 had hij The Good Soldier gepubliceerd dat als een van zijn twee hoofdwerken geldt. Na vier jaar in het leger, zonder kans om te schrijven, had hij geen naam meer in de Engelse literatuur behalve bij enkele liefhebbers. Hij moest opnieuw proberen zich te laten horen, en hoewel de tetralogie die hij in Frankrijk geschreven heeft met de officier Tietjens als hoofdpersoon vaak geprezen is, kreeg hij nooit zo'n plaats vooraan als Wells en Bennett en andere tijdgenoten, of mede-Parijzenaars zoals Hemingway. Tegen het eind van zijn leven had hij hoge verwachtingen van The March of Literature waarin hij zijn belezenheid benutte; ook dat werd een teleurstelling.

Om er iets van goed te maken heeft Judd enige van Fords gedichten opgenomen, die niet op zichzelf in de boekhandel verkrijgbaar zijn en in zoverre welkom, maar die de biografie onderbreken. In plaats daarvan had hij beter meer kunnen vertellen of doen vermoeden van het verloop van de relaties met vrouwen en anderen, die nogal eens aflopen zonder dat wij gemerkt hebben dat ze bloeiden en dat ze misgingen.

Wat hij goed doet is wanneer hij een conflict duidelijk op het oog heeft, laten begrijpen hoe moeilijk bepaald kan worden wie van de twee de ander het slechtst behandelde, wie vergoelijkt hoort te worden en wie wij moeten afkeuren. Vaak ontbreekt de informatie over wat er op kritieke ogenblikken gezegd werd; ook als wij de ruzies woordelijk kunnen nagaan blijven er onzekerheden over de toon en de achtergrond, en daar voelt Judd zich bij op zijn gemak en filosofeert hij over.

ONVERMOEIBAAR

De twijfel over gelijk en ongelijk bij de vele ruzies en meningsverschillen komt Ford meer ten goede dan de anderen. Het oordeel over hem is in hoofdzaak bepaald geweest door tegenstemmen: door de weduwe van Conrad naar aanleiding van zijn boek over haar man, door Arthur Mizeners biografie van 1971 die vaak partij koos voor de anderen, door de grieven van Jean Rhys en door de karikatuur in Hemingway's postume A Moveable Feast. Bij het lezen van Judd gaan wij inzien dat wij onszelf waarschijnlijk niet veel anders gedragen zouden hebben als wij Ford geweest waren.

En om Ford te zijn zou voor de meesten van ons geen achteruitgang betekenen: een onvermoeibare onuitputtelijke man, telkens verslagen en weer opkrabbelend, en nooit uitgepraat of uitgeschreven. Al heeft hij geen hoofdstuk voor zichzelf veroverd in de Engelse literatuurgeschiedenis, hij heeft romans op zijn naam die er niet uit weggelaten mogen worden, en als het aan Judd lag werd er nog heel wat meer van zijn werk herdrukt.

Ook heeft hij een paar onverwoestbare anekdotes nagelaten zoals die over zijn kritiek op Pound in Giessen en die uit Toulon twintig jaar later, toen hij uitgleed op het trottoir en met zijn benen kwam te liggen achter de voorwielen van een rijdende vrachtauto die net kon remmen voordat de achterwielen hem bereikten. In de beschikbare seconde of zo had Ford kans gezien uit te roepen: 'Now St. Christopher, here's your chance!' (Christofoor zijnde de schutspatroon van reizigers en automobilisten). Het kost geen moeite te begrijpen waarom Judd het voor hem opneemt.