Bibliotheek Boekarest herrijst uit de as

BOEKAREST, jan. - Ion Stoica een jaar geleden, een paar dagen na de Roemeense revolutie: een sombere man in winterjas, lopend door plassen bluswater en door een flauwe mist van rook en roet, wadend door de sneeuw die, opgejaagd door een felle wind, overal binnenwoei door reusachtige gaten in de muren, wijzend op hopen as die langzaam wit werden: “Dit was de manuscriptencollectie van onze grootste nationale dichter, dat waren onze boeken uit de zeventiende eeuw.”

Een jaar later kan Ion Stoica weer lachen. Een beetje tenminste. De directeur van de Universiteitsbibliotheek van Boekarest is nog niet terug in zijn gebouw aan het Plein van de Revolutie, het gebouw dat tijdens die revolutie door de Securitate in het kader van haar verdediging van Ceausescu's bewind moedwillig met fosfor- en brandbommen in de as werd gelegd. De herbouw van de bibliotheek is pas in maart klaar: nu staat het gebouw nog in de steigers, de gevels bestaan nog uit ruwe baksteen, aan de de toren is nog niets gebeurd, en Stoica zetelt nog in een voorlopige behuizing aan de Transsylvanie-straat die eigenlijk toebehoort aan de faculteit voor kunstgeschiedenis. Maar het aftellen is begonnen: er is weer hoop.

De universiteitsbibliotheek, zegt Stoica, maakt van de gelegenheid gebruik om zich bij de herbouw flink uit te breiden. Niet alleen wordt de binnenplaats achter het gebouw bij de bibliotheek getrokken - die binnenplaats is nu een open tuin, eigendom van de bibliotheek -, maar ook het ernaast gelegen gebouw wordt “geannexeerd”. Het is de Universiteitsbibliotheek cadeau gedaan door de regering. Dat gebouw was tot de revolutie een verhoorcentrum van de Securitate: vanuit dit perceel drongen in de nacht van de 22ste december 1989 agenten van Ceausescu's veiligheidsdienst de bibliotheek binnen om die stelselmatig in brand te steken, een ultieme bijdrage van het bewind tot de vernietiging van de Roemeense cultuur.

In het nieuwe onderkomen wordt al het werk in de toekomst geautomatiseerd - dankzij de Unesco, die in april vorig jaar directeur Federico Mayor en in diens kielzog een klein legertje computerspecialisten naar Boekarest stuurde. Zij dokteren nu een gecomputeriseerd bewaar-, transport- en conserveringssysteem uit, waarna regeringen die de Roemenen hulp willen bieden zullen worden uitgenodigd hun bijdrage te leveren.

Belangrijker nog zijn de boeken. Bij de brand is de bibliotheek - de op een na belangrijkste van het land - vrijwel haar hele collectie van een half miljoen boeken kwijtgeraakt, inclusief onvervangbare incunabelen, manuscripten uit de vijftiende eeuw en eerder, manuscriptcollecties van de groten van de Roemeense en buitenlandse literatuur en tijdschriftcollecties. Veel daarvan is onvervangbaar.

Maar niet alles. Ion Stoica kan zich niet beklagen - en doet dat ook niet - over het gebrek aan belangstelling uit binnen- en buitenland. Hijzelf heeft het afgelopen jaar heel wat afgereisd: hij bezocht in Nederland, Frankrijk, Engeland, Zweden en Zwitserland bibliotheken en parlementen en universiteiten en culturele instellingen om die warm te maken voor hulpverlening. De reizen hebben geresulteerd in giften van zowel overheidsinstanties als particulieren en bibliotheken: alleen al uit Engeland zijn 400.000 boeken gekomen, uit Frankrijk 200.000, uit Zwitserland 50.000, uit Italie, Polen, de Sovjet-Unie, Hongarije, Duitsland, Joegoslavie, Japan en zelfs China kwamen kleinere aantallen. Stoica's personeel heeft de afgelopen maanden op kosten van gastheren in een reeks landen cursussen kunnen volgen aan buitenlandse (universiteits)bibliotheken, onder andere in Amsterdam, Leiden en Utrecht.

Nederland, zegt Stoica, is bepaald niet achtergebleven: het was “extreem actief”, vooral dankzij de inspanningen van hoogleraar Alexandrescu en acties van universiteiten en studenten in Amsterdam, Tilburg en Leiden. Het heeft geresulteerd in giften ter waarde van 1, 2 miljoen gulden in de vorm van boeken en tijdschriften, materiaal voor een eigen drukkerij en elektronica en faciliteiten voor de opleiding van Roemeens personeel in Nederland.

Maar lang niet alles is van een leien dakje verlopen: midden juni verschenen de mijnwerkers uit de Jiu-vallei in het centrum van Boekarest om met harde hand echte en vermeende opposanten de mores van het post-revolutionaire bewind bij te brengen. Het Westen reageerde snel en kondigde uit protest tegen dat optreden een boycot af waaronder ook, tot Stoica's verbazing en verdriet, de hulp aan zijn universiteitsbibliotheek af. Nog altijd kan hij zich het verband tussen het optreden van de kompels-met-de-harde-handen en de bibliotheek niet goed voorstellen, zegt hij, maar het resultaat was in elk geval dat de hulp er was, ergens lag, maar niet kwam.

Niet elk Westers land heeft overigens de bibliotheek na juni in de kou laten zitten, zegt Stoica. “Frankrijk heeft zonder twijfel het meest gedaan. Al direct na de revolutie, op 31 december, stuurde het een vliegtuig met boeken naar Boekarest en na de actie van de mijnwerkers is de hulp voor de bibliotheek gewoon voortgezet, inclusief de opleiding van tien Roemeense bibliothecarissen in Frankrijk. Voor de Duitsers en de Britten geldt hetzelfde: de hulp ging gewoon door, boycot of geen boycot.” Zwitserland draaide de hulpkraan direct dicht, maar maakte een uitzondering voor de bibliotheek nadat Stoica er op bezoek was geweest: drie weken na zijn terugkeer naar Boekarest stonden er twee Zwitserse vrachtwagens met boeken voor de deur. Nederland hield de boycot ten aanzien van de bibliotheek nog het langst vol; pas in november werd de hulp vrijgegeven en nu, een maand na dato, moet het eerste concrete teken van de hulp nog in Boekarest binnenkomen.

Ook van de kant van Roemeense bibliotheken en de bevolking is veel hulp gekomen. Al een week na de ramp van de 22ste december vervoegden zich burgers met pakjes boeken op de stoep van het uitgebrande gebouw naast Ceausescu's paleizen en kreeg Stoica telefoontjes van bibliofielen die hun collectie wilden schenken. Sindsdien heeft Stoica zich kunnen verheugen in ongeveer duizend grotere particuliere schenkingen “uit alle sociale klassen van de bevolking: er zijn extreem kostbare collecties bij, met oude boeken, manuscripten- en autografenverzamelingen en er zijn volstrekt waardeloze collecties bij”. Verder heeft hij belangrijke schenkingen gekregen van de Roemeense Academie van Wetenschappen, de Nationale Bibliotheek en de andere universiteitsbibliotheken in Roemenie.

“Het klinkt mooi en het is mooi, “ zegt Ion Stoica. “Maar we hebben noch nog heel wat zorgen. Die gelden op het ogenblik niet alleen de herbouw van de bibliotheek en het volledig kapotgeschoten gebouw dat vroeger de Securitate heeft toebehoord, maar ook het automatiseringsprogramma van de Unesco. Dat is pas over twee tot drie jaar geinstalleerd, en we hebben geen computers om in die overgangsperiode te kunnen werken. We hebben van de Amerikanen microfiches gekregen, maar kunnen ze niet lezen.” Maar dat zijn, geeft hij toe, kleinigheden, zeker in vergelijking met de zorgen van een jaar geleden: hij is best tevreden, zegt hij, ook al raakt hij bij het uitlaten van zijn gasten de weg kwijt in zijn nood-onderkomen in de Transsylvanie-straat en kan hij de steutels niet vinden van de kamers waar hij even moet zijn. “Het gaat allemaal over.”

    • Peter Michielsen