Bewondering voor beheersing van Israel; Joodse gemeenschap geschokt door aanval

AMSTERDAM, 18 jan. - In de joodse gemeenschap in Nederland is met afschuw gereageerd op de Iraakse raketaanval op Israel. Tegelijkertijd bestaat er in brede kring begrip en bewondering voor het feit dat Israel niet onmiddellijk heeft gereageerd op deze Iraakse poging Israel bij de Golf-oorlog te betrekken.

R. Naftaniel, directeur van het Centrum voor Informatie en Documentatie Israel (CIDI), zegt zeer geschokt te zijn “want we hadden de hoop dat de Amerikanen de Iraakse raketten helemaal hadden uitgeschakeld. Ik heb er begrip voor als Israel terugslaat, maar ook kan ik begrijpen als ze besluiten nog even te wachten. Hetzelfde geldt voor de solidariteitscampagne die wij als CIDI voorbereiden met nog enkele joodse instellingen. Daar willen we pas mee beginnen als het echt oorlog wordt met Irak.” Bij het CIDI hebben zich al meer dan honderd vrijwilligers gemeld die naar Israel willen om hulp te verlenen.

Ook bij de Nederlandse Zionistenbond hebben zich tientallen vrijwilligers gemeld voor Israel. Vice-voorzitter S. ten Brink: “In tijden van oorlog in Israel wordt onze afdeling Sar-el (helpende hand met Israel) actief. Voorlopig inventariseren we de aanmeldingen. Het zijn niet alleen zionisten die Israel te hulp willen komen, ook niet-joden. Dat was tijdens vorige oorlogen ook zo.” Van Ten Brink hoeft Israel niet onmiddellijk terug te slaan na deze eerste raketaanval, maar als het nog een keer gebeurt kan het niet uitblijven.

Rabbijn P. A. Meijers van de orthodox-joodse gemeente in Den Haag en lid van het Opperrabinaat denkt daar anders over. In een officiele reactie stelt hij: “Wat er is gebeurd is een intens laffe, barbaarse en absoluut onvergeeflijke oorlogsmisdaad die absoluut niet onbeantwoord mag blijven. Israel zal op passende wijze reageren. Het is een misdaad tegen de mensheid, met name tegen Israel en de internationale joodse gemeenschap. We zullen niet toelaten dat het joodse volk opnieuw vergast wordt.”

H. G. Vuysje, directeur Joods Maatschappelijk Werk, zegt zeer te zijn geschrokken van het nieuws over de raketaanval. “We hebben nog geen mensen hoeven op te vangen, maar we houden er rekening mee. Toch is er geen paniek. Er is een zeer groot vertrouwen in Israel, maar iedereen die daar familie heeft maakt zich ongerust.”

Bij de Joodse Ambulante Geestelijke Gezondheidszorg zegt directeur H. J. Elzas al veel te hebben gemerkt van toenemende bezorgdheid en angst en soms een zekere ontreddering. “Machteloosheid ook, vooral nu er sprake is van gas en er zo weer traumatische ervaringen boven komen uit de Tweede Wereldoorlog. Het is nog te vroeg om concreet iets te zeggen over de behoefte aan hulp van mensen. Mijn eigen reactie was er een van kwaadheid, dat het toch gebeurd was. Ik moet er meteen bij zeggen dat ik een onwrikbaar vertrouwen heb in Israel.”

J. Sanders, secretaris van het Nederlands-Israelitisch Kerkgenootschap, had er niet echt meer op gerekend dat Irak alsnog raketten op Israel zou afschieten. Ook Sanders heeft er begrip voor als de Israelische regering zou besluiten nu niet terug te slaan, maar “bij een tweede aanval kan het natuurlijk niet uitblijven”.

Ook bij andere vooraanstaande personen in de joodse gemeenschap in Nederland is er bewondering voor de zelfbeheersing van Israel. H. M. Polak, secretaris van de joodse gemeenschap in Amsterdam: “Als Israel zijn gang had kunnen gaan, had deze aanval niet plaatsgevonden”, is zijn overtuiging.