Zwaar geschut

Twee uur 's nachts, de telefoon. Iemand met 'iets levends' in het oor. Ik zie een man, het hoofd in een dwangstand naar rechts, kreunend van angst en pijn in het linker oor. Zijn blonde vrouw is een ijskoude.

“Het is een kakkerlak, dokter, het is een plaag in onze flat en hij is al heel lang bang om er eentje in het oor te krijgen. Vannacht werd hij schreeuwend wakker met een bommenwerpergeluid in zijn hoofd en hij zei dat er iets in zijn oor bewoog. Er zit er echt eentje in.”

Het lijkt mij sterk, maar bij het licht van de oorspiegel zie ik meteen al twee grote zwarte poten en een deel van het lijf, dat spartelt om van het licht weg te komen, en de schedel in wil vluchten, dwars door het trommelvlies heen.

De man brult van de pijn en spartelt, evenals het dier. Improviseren. Even weg om na te denken, wat niet makkelijk is als je net wakker bent en de vrouw maar doorpraat: “Het zal niet meevallen, dokter, want in Hiroshima bleven na de bom alleen de kakkerlakken en de schorpioenen in leven, dus u moet met zwaar geschut komen.”

Het bemoedigende commentaar gaat gelukkig langs de patient heen, hij hoort alleen de bommenwerper. Ik spray lidocaine in de gehoorgang, in elk geval voelt hij dan minder pijn, hoop ik. We wachten een kwartier. Zal de tegenstander zich laten uitroken? Zal hij de enige juiste uitweg kiezen?

Maar net als Saddam Hoessein graaft hij zich in zijn stelling in. “Nog geen witte vlag gezien, dokter!” roept zij opgewekt als ik weer kijk.

Ik bespeur iets triomfantelijks in haar. Ze lijkt bewondering voor de kleine terrorist te krijgen.

Ik ga hem nu verzuipen in de zoete olie, die ik er het liefst kokend in zou gieten, want ik begin de zwarte tor als een persoonlijke vijand te zien. De olie druipt borrelend uit het oor op de schouder van de patient.

Het helpt niets, want als ik met een mooi gebogen bek-tangetje een achterpoot probeer te pakken, worstelt hij zich - glad door de olie - meteen weer los. De zuster kijkt afstandelijk toe, met een mengsel van afgrijzen en kritiek. Ze oppert dat het haar niet wenselijk lijkt het dier in stukken te trekken, omdat de eitjes dan in de gehoorgang vallen en er wellicht over een tijd een legertje kleine kakkerlakken in het geplaagde hoofd worden geboren.

We zijn nu drie kwartier bezig. Het dier wint op alle fronten. In stilte hoop ik dat de alliantie tegen Saddam niet zo'n moeite heeft als ik om de beslissende klap uit te delen; ik houd mijn offensief voor gezien. Laten de specialisten het karwei maar afmaken.

In het bed wil de slaap niet meer komen. Het beeld van de grote zwarte poten laat me niet los en ik heb de slaaphouding van de Afrikaan in de bush aangenomen, met een arm om het hoofd en een vinger in het onbedekte oor.

Ik bel de volgende ochtend de keel-, neus- en oorarts. Ze had even moeten slikken, vertelde ze. Het dier vocht voor zijn leven. Met een tang werd hij in twee stukken gebroken, eitjes of geen eitjes. Nu maar hopen dat het een mannetje was.

Ze adviseert voor de volgende kakkerlak ether in het oor te gieten, om het dier wat te kalmeren. Daarna een diplomatiek offensief.

Als dat niet helpt: een ultimatum. Dan de deadline, en vervolgens de korte, vernietigende slag.

    • A. E. Boll