Waterscheiding

DE EERSTE FASE van de oorlog van de geallieerden tegen Irak toont een overwinning van de aangewende ultramoderne elektronica. Vannacht tegen een uur Nederlandse tijd begon de luchtarmada van Amerikanen, Britten en Saoediers aan het breken van de ruggegraat van de Iraakse strijdkrachten. Het is een “on going operation” luidde het officiele commentaar in Washington: ook na het aanbreken van de dag volgt luchtaanval op luchtaanval in het gehele territoir van Irak en het bezette Koeweit. Hoewel de luchtverdediging in en rondom Bagdad de gehele nacht en vroege ochtend (via CNN) hoorbaar actief bleef, mocht uit de mededelingen van officiele Amerikaanse zijde en van de televisieverslaggevers ter plaatse worden afgeleid dat haar effect praktisch nihil was.

Het begin van het gewapende optreden tegen Irak voltrekt zich in grote lijnen zoals van verschillende kanten was gesuggereerd - de luchtmacht bijt het spits af - maar het is te vroeg om voorspellingen te doen over het verdere verloop van de strijd. Uit overwegingen van veiligheid voor de betrokken strijdkrachten blijven de mededelingen begrijpelijkerwijs schaars. In ieder geval heeft Irak zijn dreigement tegenover Israel niet gestand gedaan (kunnen doen). Op de vraag of Irak Israel zou aanvallen, indien het zelf door de Alliantie zou worden aangevallen, antwoordde minister Areq Aziz vorige week in Geneve: Ja, absoluut ja. In Israel heerste de afgelopen dagen een nerveuze spanning, vooral omdat rekening moest worden gehouden met gasaanvallen. Vanmorgen werd aangenomen dat de Iraakse potentie daartoe was uitgeschakeld.

Twee karakteristieken van deze oorlog vallen op. Amerikaanse verslaggevers zijn in de gelegenheid vanuit het hart van het vijandelijke gebied een lopend ooggetuigeverslag te doen aan de gehele televisiekijkende wereld. En hun omschrijving van wat zij in hun hotelkamer meemaken zal niet veel verschillen van de ervaring van Saddam Husseins troepen: “Moderne oorlog gaat zo snel dat je niets ziet, alleen achteraf hoort en voelt” (het lawaai en de luchtdruk van een regen van exploderende bommen).

UIT DE REDE die president Bush twee uur na het begin van de vijandelijkheden uitsprak, blijkt dat de oorlogsdoelen van de ingezette strijdkrachten meer omvatten dan de bevrijding van Koeweit en het herstel van de legitieme regering daar. Behalve het zoveel mogelijk uitschakelen van het Iraakse vermogen zich teweer te stellen, zijn de Verenigde Staten volgens Bush ook “vastbesloten Saddam Husseins mogelijkheden om nucleaire wapens te maken uit te schakelen”. “We zullen ook”, vervolgde de president, “zijn faciliteiten voor chemische wapens vernietigen.” Daarmee wordt waarschijnlijk een voorwaarde geschapen voor succes van onderhandelingen na het beeindigen van de oorlogshandelingen. Immers, in een Midden-Oosten waarin Irak van zijn wapens tot massale vernietiging zal zijn ontdaan, moet de oplossing van de uitstaande vraagstukken dichterbij kunnen worden gebracht.

Overigens trachtte Bush de paranoia in Irak te verminderen. Verovering van Irak was niet het oorlogsdoel van de strijdkrachten van de Alliantie. Irak moet kunnen terugkeren in de gemeenschap van vredelievende naties, zei de president. Al het gepraat over een uiteenvallen of een opdeling van het land door zijn buren, werd met deze uitspraken naar het rijk van de diplomatieke fantasie verwezen. De strijd om het herstel van een soevereine natie kan niet uitmonden in de liquidatie van een andere natie, zelfs als deze laatste zich aan agressie heeft schuldig gemaakt.

CENTRAAL IN de presidentiele rede stond het betoog dat langer wachten niet mogelijk was. Alle pogingen om Saddam Hussein met vreedzame middelen uit Koeweit te doen vertrekken waren op niets uitgelopen. Intussen was de terreur tegen de bevolking van het emiraat slechts toegenomen en werden Iraks militaire posities voortdurend versterkt. De diplomatie was uitgeput, de 'extra mijl' (van het urenlange ministeriele onderhoud in Geneve tot de laatste poging van Perez de Cuellar in Bagdad) was tevergeefs afgelegd. Ook premier Lubbers onderstreepte in een nachtelijke rede dat de onverzettelijkheid van de Iraakse president de keuze voor de militaire optie onvermijdelijk had gemaakt. De Britse premier Major suggereerde dat van een onderbreking van de acties slechts sprake kon zijn als Saddam Hussein alsnog het bevel tot de terugtocht zou geven.

DE VANNACHT begonnen acties worden ondernomen om uitvoering te geven aan de artikelen in Hoofdstuk VII van het Handvest van de Verenigde Naties dat machtigt tot gewapend optreden van lidstaten om agressie te voorkomen dan wel ongedaan te maken. De twaalf resoluties die de Veiligheidsraad sinds Iraks invasie in Koeweit op 2 augustus van het vorige jaar tegen Irak had aangenomen, zijn alle gefundeerd in het Handvest. In de laatste resolutie (678) werd het ultimatum gesteld dat op 15 januari afliep. Daarna waren lidstaten gemachtigd “alle noodzakelijke maatregelen” te nemen om Irak te dwingen Koeweit te verlaten. Het Amerikaanse Congres en de parlementen van onder meer Groot-Brittannie, Frankrijk en Nederland hebben zich bij de betrokken resolutie aangesloten.

De Sovjet-Unie heeft slechts een zeer geringe militaire aanwezigheid in het Golfgebied, maar zij heeft alle twaalf resoluties mede goedgekeurd. Na de aanvang van de luchtoperaties heeft president Gorbatsjov opnieuw onderstreept dat de agressie van Saddam Hussein het gewapende antwoord rechtvaardigt.

VANDAAG is de waterscheiding gepasseerd. De teleurstelling dat het tot een oorlog is gekomen, is alom manifest - de retoriek van Iraks leiders vormt de enige uitzondering. Het verdriet om de slachtoffers, ook onder de misleide en geterroriseerde bevolking van Irak, is oprecht. Maar tegelijkertijd is het zicht aangescherpt op een wereld waarin agressors geen kans meer wordt geboden. De hulp vanuit Oost en West gedurende de oorlog tussen Irak en Iran aan Bagdad geboden heeft een regime overeind gehouden dat de eigen bevolking en de buurlanden het slachtoffer heeft gemaakt van zijn grootheidswaan. De prijs die nu moet worden betaald mag niet meer worden vergeten.