Voormalig procureur-generaal gaat drugsbaronnen in Colombia verdedigen; Pablo Escobar lijkt nu alleen te staan

ROTTERDAM, 17 jan. - Na de spectaculaire overgave dinsdag van Jorge Luis Ochoa, de nummer twee van het Colombiaanse drugskartel uit Medellin, vraagt men zich in Colombia af of ook de nummer een, Pablo Escobar, op het punt staat zich te melden. Escobar heeft gezegd zich te willen overgeven, maar velen twijfelen aan zijn oprechtheid.

De overgave van Jorge Luis Ochoa, en zijn jongere broer Fabio een maand eerder, is mogelijk gemaakt door de belofte van de Colombiaanse regering om drugsbaronnen die zich overgeven, niet aan de Verenigde Staten uit te leveren. De drugsmafia vreest niets zozeer als uitlevering. “Liever dood in Colombiaanse grond dan gevangenen in een Amerikaanse cel”, is altijd hun devies geweest.

Met de overgave van twee van de drie Ochoa-broers lijkt het Kartel van Medellin - dat tachtig procent van de cocainemarkt in de Verenigde Staten in handen had - ernstig verzwakt. Eerder was drugsbaron Carlos Lehder in de Verenigde Staten al veroordeeld tot levenslang. En kort nadat de regering anderhalf jaar geleden haar “frontale confrontatie” met de drugsmafia begon, doodden de anti-narcoticatroepen Gonzalo Rodriguez Gacha, de oude nummer twee van het drugskartel uit Medellin. De nog voortvluchtige Ochoa-broer, Juan David, staat bekend als de minst pientere van de Ochoas.

Escobar lijkt er dus alleen voor te staan, maar desondanks betwijfelen Westerse diplomaten in de Colombiaanse hoofdstad Bogota of hij serieus bereid is zich over te geven. Sinds het begin van de “frontale confrontatie” is Escobar drie maal ontkomen aan een omsingeling door Colombiaanse troepen. Kennelijk krijgt hij nog steeds op tijd het juiste telefoontje dat hem waarschuwt voor een opsporingsactie.

Volgens Colombiaanse kranten vreest Escobar ook dat wanneer hij zich eenmaal heeft overgegeven, de Colombiaanse regering zal bezwijken voor Amerikaanse druk. Minister van justitie Giraldo voedde gisteren die vrees met zijn uitspraak dat drugsbaronnen die hun illegale handel vanuit de cel voortzetten, alsnog aan de Verenigde Staten worden uitgeleverd.

Colombiaanse commentatoren voorspellen dat Jorge Luis Ochoa niet langer dan tien jaar gevangen zal zitten. De drugsbaron heeft zich verzekert van een uitstekende advocaat: Carlos Jimenez - vijf jaar lang procureur-generaal en in die tijd verantwoordelijk voor de vervolging van de drugsbaronnen.

Jimenez voerde als procureur-generaal halverwege de jaren tachtig in Panama gesprekken met de top van het Kartel van Medellin over een “vredesaanbod” van de drugsmafia, die een groot deel van de Colombiaanse schuld wilde betalen in ruil voor amnestie. Van een akkoord kwam het toen niet, maar het lijkt erop dat Jimenez alsnog zijn zin krijgt en de Colombiaanse 'drugsoorlog' zijn einde nadert.

Het is zeer de vraag of daarmee ook de smokkel van cocaine zal afnemen. Diplomaten stellen dat het drugskartel uit Cali, de derde stad van Colombia, intussen meer dan de helft van de Colombiaanse cocaineproduktie beheerst. Het Kartel van Cali, dat minder gewelddagdig, is vrijwel volledig ontkomen aan de “frontale confrotatie”.