Universiteiten in de VS hebben buitenlanders nodig om te overleven

The Chronicle of Higher Education. D. Sternberg: How to complete and survive a doctoral dissertation. St. Martin's, New York The Times Higher Education Supplement

De universiteiten in de Verenigde Staten kunnen zo langzamerhand niet meer zonder buitenlanders. Zowel onder hun studenten als bij hun staf groeit het aantal buitenlanders sterk. Vooral de technische wetenschappen worden geleidelijk aan gedomineerd door studenten die voor hun studie naar de Verenigde Staten kwamen. Van de ruim vierduizend doctoraten die in het studiejaar 1989-90 in deze discipline werden uitgereikt, ging bijna zestig procent naar buitenlandse studenten. In de natuurwetenschappen en bij de bedijfskundige opleidingen ligt het percentage inmiddels boven de dertig. Bijna een kwart van de 35.000 doctortitels die de universiteiten vorig studiejaar verleenden, kwam in handen van studenten met een 'vreemde nationaliteit'. Dit percentage zal, zo luidt de verwachting, de komende jaren nog aanzienlijk stijgen.

Gelukkig voor de Amerikaanse universiteiten blijft het grootste deel van deze buitenlanders in het land hangen. De universiteiten zouden anders in de jaren negentig in nog grotere problemen komen dan nu al wordt voorzien. In zijn boek 'Major American higher education issues and challenges in the 1990s' (Jessica Kingsley Publishers, London) schrijft R. I. Miller dat de universiteiten te kampen krijgen met een aanzienlijk tekort aan personeel. Uit verschillende recente studies blijkt dat door de leeftijdsopbouw van de huidige, 825.000 koppen tellende staf in het tertiair onderwijs de komende jaren grote gaten dreigen te vallen. De eerstkomende twintig jaar gaat vijftig tot zestig procent van de staf met pensioen. De onderzoekersopleidingen die vooral als kweekvijver voor de academische staf dienen, leveren te weinig afgestudeerden af om in de behoefte te voorzien.

Over de tekorten zijn de onderzoekers het wel eens, zo meldt Miller. De eenstemmigheid is veel minder als de vraag aan de orde komt voor welke studierichtingen het luidst alarm moet worden geslagen. Volgens Miller moet in elk geval in de sociale wetenschappen en in de geesteswetenschappen het aantal studenten per staflid met een derde worden verhoogd om aan het tekort aan academisch personeel het hoofd te kunnen bieden.

In toenemende mate maken buitenlanders nu al deel uit van de academische staf. Vorig studiejaar werkten ruim 46.000 buitenlandse academici aan Amerikaanse universiteiten. Ruim zeventig procent hield er zich vooral met onderzoek bezig, 13 procent met onderwijs en 15 procent had zowel een uitgebreide onderwijs- als onderzoektaak. Het grootste deel van de buitenlandse acadmici (zo'n zestig procent) werkt in de sciences: de natuur- en levenswetenschappen.

Harvard University telt de meeste buitenlandse academici, ruim 2.100. Dat is meer dan een kwart van de staf. Bij letteren en natuurwetenschappen is meer dan dertig procent van de hoogleraren niet in de Verenigde Staten geboren en getogen. De 1.900 buitenlanders bij Stanford University vormen daar een bijna even groot deel van de academische staf.

Kweekvijver

De onderzoekersopleidingen die worden afgesloten met het doctoraat - in de Verenigde Staten meestal aangeduid met Doctor of Philosophy (Ph. D.) - vormen zoals gezegd de kweekvijver voor de universiteiten. Sterker nog, verreweg het grootste deel van de studenten die deze opleiding afrondt, wacht een academische carriere. De belangstelling onder de blanke Amerikanen voor zo'n loopbaan is de laatste tien jaar relatief afgenomen, na de 'boom' in het begin van de jaren zeventig die heeft geleid tot wat Miller omschrijft als 'the taxi driving PhD syndrome'. (vergelijkbaar met de ingenieurs die in de jaren dertig als tramconducteur werkzaam waren).

In 1978 kon nog 83 procent van de graduate-studenten tot de categorie 'blanke Amerikaan' worden gerekend, op dit moment is dit al minder dan 77 procent. Onder de Amerikaanse minderheden is alleen bij de groep van Aziatische en van Zuid- en Middenamerikaanse afkomst de belangstelling voor de graduate-opleidingen relatief sterk toegenomen. Die zien kennelijk minder op tegen de lange studie en het daaraan verbonden relatief lage inkomen, zoals een van de verklaringen luidt voor de achterblijvende belangstelling.

Het zijn daardoor vooral de buitenlanders die helpen het aantal graduate-studenten op peil te houden. Van de 1, 5 miljoen is inmiddels zo'n twaalf procent buitenlander, bijna vijf procent meer dan in 1978. Overigens volgt maar een deel van die anderhalf miljoen graduate-studenten de doctoraalopleiding tot Ph. D..Verreweg het grootste deel volstaat met het behalen van de met onze eerste fase-opleiding vergelijkbare studie tot de masters(Grad).

Het rendement van de graduate-opleidingen en vooral van de onderzoekersopleiding onder de Amerikaanse studenten is laag. Met name de thesis, te vergelijken met een eenvoudige uitvoering van het proefschrift waarmee de opleiding wordt afgesloten, vormt een groot struikelblok voor de toekomstige onderzoekers. Jaarlijks verlaten zo'n vijftigduizend Amerikanen de opleiding die - op de thesis na - klaar zijn. Maar twintigduizend daarvan ronden - vaak pas vele jaren later - alsnog de thesis af.

In totaal studeren er in de Verenigde Staten bijna vierhonderdduizend buitenlanders in het tertiaire onderwijs, vijftig procent meer dan in 1978. De helft daarvan volgt op dit moment een undergraduate-opleiding tot bachelor. De grootste groei is echter te signaleren onder de buitenlandse graduate-studenten: dat aantal is sinds 1978 ruimschoots verdubbeld.

Zo'n driekwart van de buitenlandse studenten is afkomstig uit ontwikkelingslanden. Azie is de grootste leverancier: inclusief Japan levert het werelddeel 55 procent. Latijns-Amerika en Afrika volgen met tien en vijf procent. Uit China, Taiwan, Japan, India en Korea studeren tussen de twintigduizend en 34.000 studenten in de Verenigde Staten, maar ook landen als Maleisie, Hong Kong, Iran, Indonesie, Iran en Pakistan leveren grote aantallen. Volgens Miller blijft zo'n zestig procent van de buitenlanders die in de Verenigde Staten hun Ph. D. halen daar 'hangen'.

Uit Nederland waren vorig studiejaar 1.840 studenten afkomstig, tachtig meer dan het jaar daarvoor. Het is niet na te gaan aan welke universiteiten zij terecht zijn gekomen. Wat wel bekend is, is dat ook gerenommeerde universiteiten in toenemende mate hun studenten werven onder buitenlanders. Dat maakt ze mogelijk om hun selectiecriteria te handhaven. Aan het prestigeuse MIT (Massachusetts Institute of Technologie) is al zo'n 22 procent van de studenten buitenlander. Aan de Standford University is dat bij 16 procent van de studenten het geval, aan Harvard en Howard is het percentage 14, maar ook bijvoorbeeld bij Cornell en Yale ligt het al ruim boven de tien. Bij de (kleine) vestiging van de Universiteit van California in San Francisco is zelfs eenderde van de studenten buitenlander.

Toch is niet iedereen in de Verenigde Staten blij met de groeiende buitenlandse belangstelling. Verscheidene universiteiten vrezen hun aantrekkelijkheid voor de eigen bevolking te verliezen. Zo heeft de University of Illinois bepaald dat niet meer dan twintig procent van de studenten in een diploma-programma buitenlander mag zijn. En in Massachusetts is het collegegeld voor de staatsuniversiteiten voor buitenlanders in 1987 met 38 procent verhoogd. Daar staat tegenover dat veel universiteiten buitenlandse - en vooral Aziatische - studenten met geld lokken. Die kunnen jaarlijks een bedrag van zo'n twintigduizend dollar steun krijgen van hun universiteit. Maar vaak moeten ze dan wel helpen bij het undergraduate-onderwijs.

Volgens Miller zijn er al universiteiten met faculteiten - vaak in de technische wetenschappen - waarvan staf en studenten voor het grootste deel uit het buitenland komen. Bij scheikunde aan de Rutgers University zijn honderd van de 160 promovendi buitenlander. Dat beeld zal in de jaren negentig steeds vaker kunnen worden gesignaleerd.